Duale en Onderzoeksmaster Onderneming & recht

Ben jij op zoek naar een opleiding waarbij je al vóór je afstuderen een start maakt met je (onderzoeks)carrière?
Duale Master Onderneming & Recht
Wil jij al tijdens je master praktijkervaring opdoen? Binnen de duale master Onderneming & Recht combineer je werkervaring bij een gerenommeerd advocatenkantoor, bank of rechterlijke macht met intensief en praktijkgericht onderwijs.
Het programma van deze studie duurt 16 maanden. In de eerste acht maanden volg je een breed pakket aan vakken waarin je de juridische aspecten een (internationale) onderneming bestudeert. Daarna loop je tien weken stage bij een van de partnerkantoren. In het tweede deel van de opleiding werk je gedurende vier maanden vier dagen in de week op het kantoor van de werkgever en schrijf je één dag in de week aan je afstudeerproject, dat de vorm heeft van een wetenschappelijk artikel. In december rond je de master af.
Onderzoeksmaster Onderneming & Recht
Wil je leren om zelfstandig onderzoek te verrichten, maar ben je ook geïnteresseerd in de rechtspraktijk?
Het vakkenpakket van de onderzoeksmaster Onderneming & Recht is afgestemd op de onderzoeksvaardigheden die voor een promovendus van belang zijn, maar ook in de rechtspraktijk van pas komen.
De onderzoeksmaster Onderneming & Recht beslaat twee jaar. Het eerste jaar van het programma bestaat uit acht maanden intensief onderwijs en een tien weken durende stage. In het tweede jaar volg je vakken die gerelateerd zijn aan het doen van onderzoek, leer je onderzoeksvaardigheden en verricht je zelf onderzoek. Je krijgt inzicht in de aanpak van complexe juridische problemen, je leert analyseren en argumenteren, maar ook hoe je een onderzoeksplan moet opstellen of een rechtsvergelijkend stuk kunt maken. Tot slot leer je onderzoeksresultaten schriftelijk en mondeling te presenteren.
Ars Aequi Taalgids voor juristen

Antwoord op alle vragen over taal en teksten waar een jurist mee te maken krijgt
De Ars Aequi Taalgids is er voor juristen die hun taalgebruik willen verbeteren. Veel direct toepasbare tips en praktijkvoorbeelden maken deze taalgids tot een prettig leesbaar naslagwerk. De gids is to-the-point, toegankelijk en geeft antwoord op alle vragen over taal en teksten waar een jurist mee te maken krijgt:
* Hoe bouw je je betoog logisch op?
* Hoe maak je je tekst overzichtelijk?
* Hoe argumenteer je overtuigend?
* Hoe voorkom je ingewikkeld juridisch taalgebruik?
* Hoe vermijd je veelgemaakte spelfouten?
* Hoe vermijd je taalfouten?
* Hoe werk je de tekst af?
Aandachtspunten en veelvoorkomende fouten in schriftelijke opdrachten en scripties

Zelfverklaard ‘kommaneuker’ en Ars Aequi annotator prof.mr. André Nuytinck verzamelde jarenlang aandachtspunten en veelvoorkomende fouten voor zijn studenten. Ars Aequi publiceerde zijn overzicht, zodat alle rechtenstudenten er hun voordeel mee kunnen doen.
Gebruik in geval van twijfel over ‘vonnis’, ‘arrest’ of ‘beschikking’ de neutrale term ‘uitspraak’, die immers alles afdekt, te weten een beslissing in zowel een dagvaardingsprocedure als een verzoekschriftprocedure. Rechters ‘wijzen’ vonnis en arrest, ‘geven’ een beschikking en ‘doen’ uitspraak.
Een wetsvoorstel kan niet in werking treden. Alleen een wet kan in werking treden. De datum van een wet is niet hetzelfde als de datum van inwerkingtreding van een wet.
Men denkt niet verschillend over ‘de vraag’, maar over ‘het antwoord op de vraag’.
Vermijd het enigszins archaïsche woord ‘welke’. De ‘verwelking’ van de Nederlandse taal moet immers een halt worden toegeroepen.
>>Download het overzichtsartikel
Over recht en krom schrijven
In dit artikel geven Jan Brouwer en Corjo Jansen tips voor het schrijven van een goede juridische scriptie of goed juridisch artikel. Zij behandelen de vraag welke factoren bepalend zijn voor de kwaliteit van een juridisch betoog, zoals een scriptie of artikel.
Lees welke criteria hierbij worden gehanteerd en hoe jij daaraan kunt voldoen >>

Ars Aequi-prijs
In aanmerking voor deze prijs komen student-auteurs die een artikel ter plaatsing in Ars Aequi aanbieden. Een eerste selectie zal plaatsvinden door de redactie, die bepaalt of het artikel in het maandblad geplaatst wordt. De uiteindelijke winnaar zal door een onafhankelijke jury gekozen worden uit de student-artikelen die geplaatst zijn in één jaargang.
REGLEMENT
I De prijs
artikel 1
De Ars Aequi-prijs is een jaarlijks door Stichting Ars Aequi uit te reiken prijs voor het beste artikel dat in het voorafgaande jaar in het maandblad Ars Aequi is verschenen.
artikel 2
De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 1.000,- en een etentje met de jury en redactie.
II De voorwaarden voor toekenning
artikel 3
1. In aanmerking voor de prijs komen alle studentartikelen die in een bepaalde jaargang zijn gepubliceerd, inclusief het bijzonder nummer.
2. De prijs wordt toegekend aan de auteur van het beste studentartikel dat in de betreffende jaargang van Ars Aequi heeft gestaan.
3. In aanmerking voor de prijs komen slechts auteurs die de titel meester in de rechten nog niet mogen voeren tenzij het artikel op basis van de afstudeerscriptie is geschreven en binnen zes maanden na de afstudeerdatum is ingeleverd.
4. Niet in aanmerking voor de prijs komen artikelen van redacteuren en oud-redacteuren van Ars Aequi.
artikel 4
Het beste artikel zal worden aangewezen door een onafhankelijke jury.
III De jury
artikel 5
1. De redactie zal jaarlijks een onafhankelijke jury samenstellen die bestaat uit een voorzitter en vier leden.
2. Als de redactie het gezien het aantal gepubliceerde artikelen niet redelijk acht een jury als omschreven in lid 1 samen te stellen, dan kan zij besluiten tot een andere jurysamenstelling.
3. Bij de samenstelling van de jury streeft de redactie naar een evenredige vertegenwoordiging van de wetenschap, de rechtspraktijk en de rechterlijke macht.
artikel 6
1. De jury bepaalt welk van de voor de prijs in aanmerking komende artikelen het beste is.
2. Indien de jury van mening is dat in het betreffende jaar geen absoluut geschikt artikel geplaatst is, behoudt zij zich het recht voor geen Ars Aequi-prijs uit te reiken.
artikel 7
De jury geeft in een gemotiveerd rapport aan waarom het gekozen artikel het beste is.
IV De uitvoering
artikel 8
Het wedstrijdreglement wordt verstrekt aan een ieder die meedingt naar de prijs en een ieder die erom verzoekt.
artikel 9
1. De redactie streeft ernaar de winnaar zo spoedig mogelijk na het verschijnen van het laatste nummer van de betreffende jaargang bekend te maken.
2. Iedereen die meedingt, wordt van de uitslag in kennis gesteld.
artikel 10
Het juryrapport of een samenvatting daarvan zal worden gepubliceerd in het maandblad Ars Aequi.
artikel 11
De prijs wordt zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de winnaar gestort op de door de winnaar op te geven bank- of girorekening.
Ars Aequi-prijs
Van scriptie naar studentartikel: een handreiking
B. Groothoff, K. Heidary, M.W. Kouwenberg
Ars Aequi biedt studenten de mogelijkheid een wetenschappelijk artikel over een zelfgekozen onderwerp te publiceren. De ingezonden artikelen zijn in de meeste gevallen gebaseerd op een scriptie. Het bewerken van een scriptie tot een artikel is niet eenvoudig. Daarom beogen de auteurs in deze bijdrage enkele handvatten aan te reiken aan studenten die een op hun scriptie gebaseerd artikel in Ars Aequi willen publiceren.
We hebben dit artikel ook beschikbaar gemaakt voor mensen zonder abonnement op Ars Aequi: Van scriptie naar studentartikel: een handreiking
Perspectief | Perspectiefartikel
april 2023
AA20230298
Een juridische onderzoeksmaster volgen – dat moet je doen!
J.H. Gerards
Relatief weinig studenten kiezen voor een juridische onderzoeksmaster, en dat is jammer. Het zijn prachtige opleidingen die heel veel toekomstmogelijkheden bieden, zowel binnen de rechtswetenschap als daarbuiten. Maar waarom zou je een onderzoeksmaster willen volgen, en wat houdt zo’n master eigenlijk in?
Advertorial
Ben jij op zoek naar een opleiding waarbij je al vóór je afstuderen een start maakt met je (onderzoeks)carrière? Dan is de onderzoeksmaster Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit iets voor jou. Je volgt intensief onderwijs van docenten uit het werkveld, ontwikkelt nieuwe onderzoeksvaardigheden en doet werkervaring op tijdens een stage. Zo vergroot jij je kans op een goede baan in de wetenschap of rechtspraktijk.
Van de twee jaar die de opleiding duurt, werk je een half jaar bij een advocatenkantoor, multinational, bank of de rechterlijke macht. Ook kun je onderwijs verzorgen aan de Nijmeegse rechtenfaculteit. Op die manier biedt deze master je een gedegen basis voor zowel een baan als promovendus als in de rechtspraktijk. Een mooie start voor een carrière op topniveau!
Wil je meer weten over de master Onderneming & Recht en heb je vragen voor de coördinator? Neem deel aan een van de Open Dagen voor masters van de Radboud Universiteit. De eerstvolgende is online op donderdag 11 maart 2021, of loop een dag mee met een masterstudent. Je volgt colleges, ontmoet docenten en proeft de sfeer op de campus. Bovendien kun je vragen stellen aan andere studenten. Zo kom je erachter of de studie bij je past.
Perspectief | Perspectiefartikel
december 2019
AA20191024
scriptieprijzen
- Ars Aequi-prijs
- BMM Student Award
- BUREN Scriptieprijs voor Insolventierecht
- FJR-prijs
- FRP Scriptieprijs
- Gascaria masterscriptieprijs
- Hanneke Steenbergen Scriptieprijs
- Harry Honéefonds Proefschiftprijs
- IBR Scriptieprijs
- Internet Scriptieprijzen
- J.P.A. François Prize
- Jaap Doek Kinderrechtenscriptieprijs
- Machiel van der Woude Stipendium
- Mr. C.J. Goudsmitprijs
- NeVER-scriptieprijs
- NOB/LOF-scriptieprijs
- NVER Scriptieprijs
- NVV-Scriptieprijs
- Piet Gilhuis-Scriptieprijs
- Piet Hein Donner Scriptieprijs
- Privacy Scriptieprijs
- RIMO-scriptieprijs
- Scriptieprijs Stichting Beer impuls
- SER-Scriptieprijs
- SGOA/Hans Frankenprijs
- Ten Clarenwater Thesis Award
- Thoolen NJCM-Scriptieprijs
- Vereniging voor Sport en Recht Scriptieprijs
- VGR Scriptieprijs 2026
- VIE prijs
- VON-scriptieprijs
- VSR Scriptieprijs ‘Recht en samenleving’
columns-over-studeren
door Roel Schutgens
Ouderwetse hoorcolleges, hebben ze nog wel zin? Na de eerste week zijn er al vier hoorcolleges achter de rug. Dan zijn de buurvrouw en de YouTube-snelkoppeling op de onvermijdelijke laptop niet per se minder interessant dan het mannetje helemaal voorin de zaal.
Enkele (eigenlijk te veel) van mijn vrienden zijn in hun studententijd met vlag en wimpel gesjeesd omdat ze het niet konden opbrengen om hun colleges te volgen. De meesten van hen zijn veranderd in succesvolle en – interessant genoeg – gemotiveerde werknemers sinds zij een baan hebben waar zij zich iedere ochtend om negen uur bij de baas moeten melden.
Het is wellicht een teken van deze tijd dat jonge studenten zich gaan afzetten tegen linkse docenten. Zijn rechtendocenten en rechtswetenschappers links?
Werkgroeponderwijs is niet alleen op aarde om de docent een fijne werkomgeving te verschaffen. Het moet vooral efficiënt en effectief zijn. De vraag met die werkgroepjes blijft daarom: leren de kinderen er ook wat van?
Laatst beweerde een collega, dat een tentamen nooit vragen mag bevatten van het type: ‘Kunt u uitleggen wat formeel recht is?’ – of althans, dat bij zulke vragen het antwoord ‘ja’ of ‘nee’ goed gerekend moet worden. Wat is een redelijke tentameninterpretatie? De beroemde Haviltex-formule biedt uitkomst.
columns-over-studeren-en-jurist-zijn-worden
door Sander Steneker
Vroeger (opa vertelt…) had ik je voor gek verklaard als je een telefoontoestel (wij hadden er één met een draaischijf) bij je zou hebben in de trein en daar de hele tijd naar zou zitten kijken. Nu zou ik dat wel snappen.
Als jurist bederf je vaak de sfeer. Hébben mensen een keer een leuk idee, bijvoorbeeld om een huis te kopen, een bedrijf te beginnen of te trouwen, ga jij als jurist vragen: ja maar wat nu als alles misgaat?
Het valt me de laatste tijd steeds vaker op dat politici zich bemoeien met het recht. Maar waar bemoeien zij zich mee?
Het slechte niveau van Engelstalige colleges is vaker te wijten aan de docenten die niet in de moderne tijd op school hebben gezeten. Dan krijg je docenten die ‘ondernemers’ ‘undertakers’ noemen, niet wetende dat dat begrafenisondernemers zijn. Vind je het gek dat studenten er dan niets van begrijpen?





De vraag ‘hoe het nu zit’ met het vermelden van bronnen bij het schrijven van rechtswetenschappelijke teksten blijft onverminderd actueel. In aanvulling op eerdere bijdragen over bronvermelden bespreekt deze bijdrage een aantal kwesties die in de (onderwijs)praktijk regelmatig tot vragen en problemen leiden, maar in de literatuur nog onvoldoende aandacht hebben gekregen. Ingegaan wordt onder meer op het baseren van langere passages op één bron, structuurontlening, secundaire bronverwijzingen, het kunstmatig vergroten van de bronnendichtheid en de invloed van generatieve AI.
Ruim drie jaar na de lancering van ChatGPT worstelen Nederlandse rechtenfaculteiten nog altijd met de vraag hoe om te gaan met grote taalmodellen. Eenduidige regels komen maar moeizaam van de grond, wat voor studenten onzekerheid meebrengt. Wij menen dat een breed beraad over het gebruik van generatieve AI (GenAI) in het rechtenonderwijs met álle betrokkenen (dus ook de studenten zelf) soelaas kan bieden. Vooruitlopend daarop bepleiten wij restrictieve regels ten aanzien van GenAI-gebruik voor het schrijven van teksten, zoals de scriptie. Een uitstekende schrijfvaardigheid en een kritische houding zijn immers cruciale eigenschappen voor juristen.
Dat technologie in de samenleving steeds belangrijker wordt zal niemand zijn ontgaan. In een democratische rechtsstaat is het de taak van het recht om de toepassing van technologie, indien nodig, te beteugelen of het gebruik ervan in goede banen te leiden. Hoe komt een juridisch onderzoeker aan de inzichten uit exacte wetenschappen om het daarvoor noodzakelijke juridisch onderzoek te doen?
De academische vrijheid waarborgen is geen makkelijke taak. Aangezien de de facto bescherming van de academische vrijheid sterk afhankelijk is van (niet evident vastgestelde) zelfregulering op universiteiten staat de academische vrijheid onder druk en is deze kwetsbaar geworden voor geopolitieke ontwikkelingen. Door de complexiteit rondom wezenlijk betwiste concepten bestaat geen overduidelijk objectief plan van aanpak. Wat feitelijk wel is bewezen middels verschillende peilingen, is dat de status quo niet langer volstaat. Het aanstellen van een wetenschapsombudsfunctionaris biedt daarom uitkomst.
Deze bijdrage bepleit dat rechtenstudenten vroegtijdig zouden moeten worden ingewijd in de kunst van het begrijpend lezen van rechtspraak van de Hoge Raad. Daarvoor is kennis en begrip nodig van feitenrechtspraak: de oorzaak en uitvoering van rechtspraak van de cassatierechter. Bekendheid met feitenrechtspraak verschaft bovendien inzicht in de concrete werkingsmechanismen van het recht en de vorming ervan in de wereld van alledag, en draagt aldus bij aan een adequate voorbereiding op de rechtspraktijk.
Wat houdt rechtsvergelijkend onderzoek in? Welke methodologische vragen moeten voorafgaand aan en tijdens het onderzoek beantwoord worden? En hoe geef je op deze vragen zo goed mogelijk antwoord? Met deze bijdrage wil ik graag inzicht verschaffen in het proces van het rechtsvergelijkend onderzoek en hoe een onderzoeker op basis van rechtsvergelijkend onderzoek tot betrouwbare conclusies kan komen.
Hoe ontwikkelen carrière-oriëntaties van rechtenstudenten zich tijdens de studie en hoe verhouden zij zich tot de morele en maatschappelijke dimensies van het recht? Streven zij naar maatschappelijke relevantie of sorteren zij voor op het dienen van private belangen? In Angelsaksische landen is best wat onderzoek gedaan naar dit onderwerp, in Nederland nauwelijks. Op basis van longitudinaal empirisch onderzoek onder bachelorstudenten in Rotterdam (110 interviews) plus interviews met docenten wrikken wij deze ‘black box’ een stukje open.

Universiteiten en hbo-instellingen zijn gaandeweg steeds meer op elkaar gaan lijken, in hun drang om zoveel mogelijk studenten aan zich te binden. Rens Koenraad en Rob van Gestel vinden dit geen goede ontwikkeling. Zij menen dat universiteiten zich weer moeten gaan concentreren op het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het verzorgen van het hierbij behorende onderwijs, en hbo-instellingen op het doorgeven van gedegen praktijkkennis. In dit kader pleiten Koenraad en Van Gestel voor het voeren van gesprekken met studenten over drijfveren om een universitaire opleiding te volgen. Wie geen serieuze belangstelling heeft voor het creëren van nieuwe kennis en geen echte behoefte voelt om twijfel te gaan omarmen, moet zich ernstig afvragen of de universiteit voor hem/haar wel de meest geschikte plek is, aldus Koenraad en Van Gestel. Tegelijkertijd willen zij meer maatschappelijke waardering voor hbo’ers.
De rechtenstudie is méér dan een opleiding tot jurist: het is een inwijding in een nieuwe benadering van de werkelijkheid, met een eigen taal en eigen normen, waarden en gebruiken. In dit artikel bespreken wij dit inwijdingsproces, door sociologen ‘socialisatie’ genoemd, en gaan we na in hoeverre onderdelen van dit socialisatieproces diversiteit en inclusiviteit kunnen belemmeren.
Willen rechtenstudenten beter worden voorbereid op een onzekere, toekomstige arbeidsmarkt? Of brengt de financiering van universitair onderwijs mee dat juridische faculteiten dingen naar de gunst van de studenten? Hoe kan de toename in aantal en diversiteit van juridische masteropleidingen worden gewaardeerd?
Bij tentamenfraude kan een hogeschool of universiteit ingrijpende sancties opleggen, zoals het uitsluiten van een student van tentamens voor de duur van maximaal een jaar of zelfs het definitief beëindigen van zijn inschrijving. Maar wat is fraude en zijn er nog meer sancties mogelijk? Doorstaan de tentamenfrauderegelingen een toets aan het lex-certa-beginsel en het legaliteitsbeginsel?
Waarom is schrijven toch zo ontzettend leuk? Martijn Polak vertelt het je. Always scribble, scribble, scribble!
Publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift is vaak de laatste stap in het doen van onderzoek, maar hier bereik je journalisten en beleidsmakers vaak niet direct mee. Om impact te maken is er meer nodig: vertaal je onderzoek naar een begrijpelijke boodschap, bouw je eigen publiek op en creëer zichtbaarheid.
Studentenevaluaties in hun huidige vorm zijn ongeschikt om de kwaliteit van onderwijs te meten. Kwaliteit van onderwijs komt voort uit een door studenten en docenten gedragen definitie van wat de kwaliteit van een opleiding zou moeten zijn. Co-constructie van het definiëren en onderhouden van die definitie, en constructieve feedback in een dialoog zijn daarbij onontbeerlijk.
Empirisch-juridisch onderzoek naar het recht krijgt steeds meer een plaats binnen de rechtswetenschap. In de opleidingen rechtsgeleerdheid blijft de aandacht voor empirisch onderzoek alsmede voor de daarvoor noodzakelijke onderzoeksvaardigheden echter nog onderbelicht. De auteurs bespreken hoe er in het juridische onderwijs meer aandacht kan komen voor het begrijpen, opzetten en uitvoeren van empirisch-juridisch onderzoek en hoe dit in het curriculum kan worden geïntegreerd.
Interdisciplinariteit is tegenwoordig hét trefwoord in het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk. Voor het recht als talige en verhalende discipline wordt echter nog vaak voorbijgegaan aan wat de geesteswetenschappen kunnen bijdragen in de vorm van inzicht in hoe de verhalen in en van het recht worden geconstrueerd en geïnterpreteerd en welke kennis daarbij komt kijken.
Voor de berekening van zijn aanvullende beurs blijft een student financieel afhankelijk van zijn ouders – ook als hij volwassen is. De wetgever heeft weliswaar een uitzondering gemaakt voor situaties met weigerachtige of onvindbare ouders, maar deze uitzondering wordt door de minister en de Centrale Raad van Beroep zodanig restrictief uitgelegd dat deze in de praktijk nauwelijks toepasbaar is. Zelfs als een student in het verleden is mishandeld door de ouder, geen contact meer met hem heeft, of zijn ouder niet kan vinden, moet de student eerst nog tegen deze ouder procederen om alimentatie af te dwingen, alvorens hij met succes een beroep op de uitzondering kan doen. In dit artikel wordt de ontwikkeling van deze restrictieve uitleg in de jurisprudentie geanalyseerd en wordt onderzocht of deze interpretatie strookt met het door de wetgever beoogde doel van de wettelijke uitzondering.
In het licht van de eisen die aan rechtswetenschappelijk onderzoek worden gesteld en de aard en vormgeving van conclusies van het civiele parket bij de Hoge Raad, doet deze bijdrage enkele handreikingen aan de (student)onderzoeker over het gebruik van conclusies in civielrechtelijk wetenschappelijk onderzoek.
In dit artikel wordt een brede benadering van ethiek in het juridisch onderwijs gepresenteerd, die gericht is op het ondersteunen van kritische reflectie en het ontwikkelen van een moreel kompas. De mondelinge en dialogische toetsvormen die daartoe zijn ontwikkeld aan Erasmus School of Law, kunnen andere vakken tot voorbeeld dienen, daar zij zowel tegemoetkomen aan AI-gerelateerde frauderisico’s als ook het begrip van het recht als argumentatiecultuur ondersteunen en bevorderen.
Als je als student het nieuws nauwlettend volgt en jezelf kritische vragen stelt over opvallende dingen die je in de krant of op sociale media leest of op tv ziet, kun je overal interessante onderwerpen vinden voor een artikel, annotatie, thesis enzovoort. In deze amuse geeft Rob van Gestel een voorbeeld van hoe het recht eigenlijk gewoon op straat ligt.
Honoursonderwijs is in veel opzichten een proeftuin. Het stelt docenten in staat om met een relatief kleine groep studenten op een andere manier vorm te geven aan academisch onderwijs en te experimenteren met nieuwe vormen van doceren en studeren. Het biedt de mogelijkheid om na te denken over wat de essentie is van academisch onderwijs en wat het is om een universiteit te zijn. Dus een ideale plek om dat te durven verwezenlijken. Maar het kent ook een aantal bedreigingen zoals de focus op cijfers, ‘cv-building’ en ‘netwerken’. In dit perspectief schets ik een achtergrond, ga ik in op de bedreigingen en sluit ik af met nieuwe wegen die het honoursonderwijs kan inslaan.

Hoe moet het juridische vaardighedenonderwijs er in de toekomst uitzien? Is het wenselijk dat de rechtenstudent wordt gevormd tot een T-shaped lawyer die, behalve over juridische kennis, ook beschikt over algemene kennis en vaardigheden? Ter verheldering van de discussie presenteert Van Klink een Vaardighedenkwadrant, waaruit verschillende opties voor de verdere ontwikkeling van het juridische vaardighedenonderwijs volgen.