Vind een Maandblad-aflevering

Kies de maand en het jaar waarin het nummer dat je zoekt is verschenen en ga naar de aflevering.

* Van 2012 tot en met heden vind je naast de artikelen van de betreffende maand ook het volledige nummer integraal.
* Vóór 2012 vind je per nummer alleen de losse artikelen die in dat nummer zijn verschenen en kun je niet het volledige nummer integraal bekijken.

Banner CPO
Banner PwC
Banner CPO
Banner Wijnkamp
Banner CPO
Banner PwC
Banner CPO
Banner Wijnkamp

Deeplink naar deze pagina:
https://arsaequi.nl/aam/202010

Maandblad oktober 2020

Ars Aequi oktober 2020

Themanummer 'De rechter in de trias politica'

De trias politica in de gelaagde EU-rechtsorde

H.C.F.J.A. de Waele

Nederland maakt deel uit van de gelaagde rechtsorde die Europese Unie heet. In hoeverre krijgt de trias politica daarbinnen nog een zuivere plaats, welke implicaties heeft een dergelijke gelaagdheid voor de machtenscheiding in Nederland, en welke rol speelt het Hof van Justitie precies? Dit artikel geeft antwoord op deze vragen, waarbij het aan de hand van actuele voorbeelden inzicht verschaft in hoe de nationale en supranationale actoren zich tot elkaar verhouden. Het intensief met elkaar verknoopt zijn maakt dat ongerijmdheden op het ene niveau soms tot knelpunten en verzet leiden op het andere. Zoals recente ontwikkelingen suggereren, kan wrijving tussen de verschillende publieke sferen zorgen voor prachtige glans, maar riskeert die tevens te leiden tot krassen op beider blazoen.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200891

Indringender exceptieve toetsing: herijking rechterlijke positie in ons staatsbestel?

R. Ortlep, M. van Zanten

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1155

De hier in het kader van het themanummer over de rechter in de trias politica geannoteerde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft uitvoering aan de recente rechtspraak over de indringender exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften aan algemene rechtsbeginselen. Met exceptieve toetsing kan een algemeen verbindend voorschrift door de bestuursrechter worden beoordeeld op strijd met een hoger wettelijk voorschrift of een algemeen rechtsbeginsel ondanks de uitsluiting van rechtstreeks beroep tegen een algemeen verbindend voorschrift in artikel 8:3, eerste lid aanhef en onder a, Awb. Tot voor kort was deze exceptieve toetsing door de bestuursrechter terughoudender. Dit heeft met name te maken met de positie van de rechter in ons staatsbestel, in het bijzonder zijn verhouding ten opzichte van de andere staatsmachten, de wetgever en het bestuur.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200961

Urgenda: tijd voor een constitutioneel hof?

G. Boogaard

De opwinding over het Urgenda-arrest is vooral van staatsrechtrechtelijke aard. In het civiele recht lijkt eerder sprake van een zekere onverstoorbaarheid. Rechterlijke onverstoorbaarheid is op zich goed voor de trias politica, maar bij te veel civiele onverstoorbaarheid in grote constitutionele kwesties, wordt het misschien toch tijd voor een constitutioneel hof.

Blauwe pagina’s | Recht en politiek
Oktober 2020
AA20200862

Dynamiek tussen wet en beleidsregel in het omgevingsrecht. Veranderd houvast voor burger en bestuursrechter

A.G.A. Nijmeijer

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1374, zaaknr. 201904125/1/R1 (mr. Verburg)

Artikel 3.1 lid 1 Wro; artikel 4:81 Awb

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200965

De legitimiteit van rechterlijke rechtsvorming

R.A.J. van Gestel, M.A. Loth

Rob van Gestel & Marc Loth kruisen in deze Tweeluik de degens met Geerten Boogaard & Roel Schutgens over de stelling ‘Waar het gaat om maatschappelijke kwesties die zowel met het politieke domein als met het domein van de rechtspraak verband houden, zou de hedendaagse trias politica ten aanzien van de rechter moeten voorschrijven dat deze een actieve rol op zich neemt.’

Opinie | Tweeluik
Oktober 2020
AA20200885

De evolutie van mensenrechten en haar wisselwerking met de trias

A.E.M. Leijten

Mensenrechten zijn overal. Dit leidt soms tot ongemak over de rol van de rechter in combinatie met de centrale plaats van het EVRM. Deze bijdrage zorgt voor een beter begrip van de ontwikkeling van mensenrechten in het licht van de veranderde taakopvatting van de overheid. Voor een groter aandeel in deze ontwikkeling zijn zowel de Nederlandse rechter als de wetgever en het bestuur aan zet.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200901

Recht, rechter, rechtsvorming: een agonistisch perspectief

J.E. Esser

Het Nederlandse debat over de rol van de rechter wordt sterk gekenmerkt door de constitutionele traditie van de democratische rechtsstaat en kent daarmee een aantal vrijwel vaststaande uitgangspunten. Binnen de agonistische democratietheorie staan gedeelde uitgangspunten echter altijd ter discussie. Dat leidt tot een ander perspectief op de scheiding tussen politiek en recht, de trias politica als machtenscheiding en de rol van de rechtswetenschapper.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200933

Grensrechters in eigen zaak

G. Boogaard, R.J.B. Schutgens

Geerten Boogaard & Roel Schutgens kruisen in deze Tweeluik de degens met Rob van Gestel & Marc Loth over de stelling ‘Waar het gaat om maatschappelijke kwesties die zowel met het politieke domein als met het domein van de rechtspraak verband houden, zou de hedendaagse trias politica ten aanzien van de rechter moeten voorschrijven dat deze een actieve rol op zich neemt.’

Opinie | Tweeluik
Oktober 2020
AA20200888

Een nudge in de juiste richting om consumenten te beschermen

T. Bouwman

Gedragswetenschappelijke inzichten laten niet alleen zien dat consumenten meer beschermd moeten worden om ervoor te zorgen dat zij daadwerkelijk hun autonomie kunnen realiseren, maar ook dat de in het geldende recht gebruikte beschermingstechnieken die bescherming niet altijd kunnen bieden. Dit probleem kan voor een deel worden opgelost door consumenten een duwtje in de juiste richting te geven – oftewel te nudgen.

Rode draad | Beschermenswaardige partijen
Oktober 2020
AA20200977

Digitalisering en de (dis)balans binnen de trias politica

R. Passchier

Digitalisering brengt negatieve gevolgen voor het machtsevenwicht binnen de trias politica met zich mee: vooral het bestuur profiteert; de rechter en de wetgever blijven achter. Door zelf ook digitale technologie te gebruiken, meer ondersteuning van digitaliseringsexperts te organiseren en digitalisering beter te reguleren kunnen de niet-bestuurlijke ambten van de overheid hun been wellicht nog bijtrekken.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200916

Political questions in de Amerikaanse en Nederlandse rechtspraak

Handhaving van recht of politieke beslissingen nemen?

P.P.T. Bovend’Eert

In de Amerikaanse ‘political question’-doctrine staat de vraag centraal of de rechter in staat is een geschil te beslissen op basis van concrete en bruikbare rechtsnormen die uit de (grond)wet en het recht af te leiden zijn. Daarnaast kan van belang zijn dat de onderliggende kwestie eigenlijk thuishoort bij de politieke staatsmachten. Het is wenselijk dat de Nederlandse rechter een vergelijkbare benadering kiest bij geschillen met een sterk politiek karakter, zoals de Urgenda-zaak.

Opinie
Oktober 2020
AA20200911

Stoelendansen met de macht: de trias politica in coronatijd

R.H.T. Jansen, T.A. Polanen, D.B. Sander, P.M. Sijtsma

De trias politica is geen statisch begrip. De verhouding tussen de staatsmachten verschuift al naar gelang de context en het tijdsgewricht. De coronacrisis laat dat goed zien. In de afgelopen periode nam de regering het heft stevig in handen. We moeten er echter voor waken dat door langdurige machtsopeenhoping bij de uitvoerende macht de gezonde rechtsstatelijke verhoudingen zoek dreigen te raken.

Opinie | Redactioneel
Oktober 2020
AA20200861

Scheiding der machten in het goederen- en insolventierecht

R.M. Wibier

Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3413, NJ 2004/196, m.nt. W.M. Kleijn, AA20040775, m.nt. R.D. Vriesendorp (Beatrixziekenhuis/ProCall)

Het goederen- en insolventierecht geeft zelden aanleiding tot een competentiestrijd tussen de wetgever en de rechter. Mede daarom is de zaak Beatrixziekenhuis/ProCall – die speelde in 2003 – zo interessant. De Hoge Raad gebruikt het argument dat aanvaarding van een trust niet aan hem, maar aan de wetgever is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200949

Trias overseas

E.H. Hondius

In het kader van het themanummer over de rechter in de trias politica werpt Ewoud Hondius in deze column een blik over de Noordzee en de Atlantische Oceaan.

Opinie | Column
Oktober 2020
AA20200873

De moed tot onpartijdigheid

J.E. Soeharno

In Nederland woedt discussie over de vraag in hoeverre rechters morele moed moeten tonen. De rechterscode is daarover duidelijk: ja, en zo nodig mogen zij daartoe zelfs de grenzen van het recht overschrijden. Maar past rechters wel morele moed in een moreel pluriforme samenleving? Dit artikel bepleit terughoudendheid met betrekking tot het tonen van morele moed door rechters en zet in op een andere moed: de moed tot onpartijdigheid.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200942

Van ‘waar bemoeit die rechter zich mee?’ tot ‘res loquitur ipsa’. De Urgenda-zaak bij de Hoge Raad

K.J. de Graaf, A.T. Marseille

Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006, NJ 2020/41, m.nt. J. Spier, AB 2020/24, m.nt. Ch.W. Backes & G.A. van der Veen, JB 2020/37, m.nt. D.G.J. Sanderink, M en R 2020/8, m.nt. T.J. Thurlings-Rassa (Urgenda)

Als er in de afgelopen jaren één (Nederlands) geschil zou moeten worden aangewezen waarover de rechter uitspraak deed en waarover veel juristen in de wereld verbaasd waren, vanwege de mate waarin de rechterlijke macht meende te kunnen interveniëren in het politieke domein, dan betreft dat het geschil tussen de Nederlandse Staat en de stichting Urgenda. Kars de Graaf & Bert Marseille annoteren de uitspraak in het kader van het themanummer over de rechter in de trias politica.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200955

De veranderende rol van de Nederlandse rechter

W. Sorgdrager

Het machtsevenwicht van de trias politica is geen statisch gegeven. De machten verschuiven ten opzichte van elkaar. Lange tijd is de rechter gezien als de zwakste van deze staatsmachten, maar door de toegenomen mondigheid van de burger worden meer vragen aan de rechter voorgelegd. De rechter moet daarop responderen. In die respons speelt ook de toetsing aan het internationale recht een grote rol. Deze veranderende positie van de rechter kan nu niet meer als de ‘zwakste’ van de drie staatsmachten beschouwd worden. Dat schuurt wel eens.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200874

De rechter als waakhond

R. de Bock

Ruth de Bock schrijft in deze column voor het themanummer van ArsAequi over de rechter in de trias politica over het “power-scrutinising mechanism” dat de rechter voor burgers kan zijn.

Opinie | Column
Oktober 2020
AA20200900

Nieuwe ‘Orde in de regelgeving’

J.Th.J. van den Berg

Tegenover een parlement dat gebrekkige aandacht toont voor de constitutionaliteit van de wetgeving, staat een rechterlijke macht die zich lang niet altijd meer door de wet alleen laat leiden. Vooral in de politiek is de irritatie over het handelen van de rechter toegenomen, waarop rechters opmerkelijk defensief reageren. Tijd om te waken voor overdrijving, maar ook voor nieuwe concentratie op waarde en inhoud van de wet.

Verdieping | Verdiepend artikel
Oktober 2020
AA20200864

De rechtsstaat in het antropoceen

Over de dubbele erfenis van Montesquieu

W.J. Veraart

In deze bijdrage wordt de stelling verdedigd dat het na de Urgenda-uitspraak van de Hoge Raad niet meer goed mogelijk is de rechtsstaat te beschermen zonder acht te slaan op de klimatologische omstandigheden die ons momenteel beroeren. Betoogd wordt dat de Urgenda-uitspraak ons in dat opzicht heeft teruggevoerd naar Montesquieu en juist niet van zijn denken verwijderd, zoals sommige critici beweren.

Opinie | Opiniërend artikel
Oktober 2020
AA20200928

Duits Constitutioneel Hof zet verhoudingen in de Europese rechtsorde op scherp over de bevoegdheden van de ECB

M. van der Sluis

Bundesverfassungsgericht (Duits Constitutioneel Hof/BVerfG) 5 mei 2020, ECLI:DE:BVerfG:2020:rs20200505.2bvr085915, 2 BvR 859/15 (PSPP)

Het PSPP-arrest van het Duitse Constitutioneel Hof (het Bundesverfassungsgericht, hierna BVerfG) gaat over twee juridische problemen. In de eerste plaats gaat het over de manier waarop de rechter de uitoefening van bevoegdheden door de Europese Centrale Bank (ECB) controleert. In de tweede plaats gaat het over de verhouding tussen het recht van de Europese Unie (EU) en nationaal recht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200972