Deze maand

In deze maand van Europese verkiezingen besteedt Ars Aequi veel aandacht aan Europees recht. Om te beginnen stelt Simon Tans de vraag hoe strikt het EU-relativiteitsvereiste moet worden toegepast, en hoeveel ruimte het EU-recht laat voor het Nederlandse relativiteitsvereiste. Het Hof van Justitie is niet zo soepel als wel wordt gesteld, aldus Tans. Mirjam de Mol onderzoekt de horizontale werking van Uniegrondrechten. Deze kunnen rechtstreeks van toepassing zijn op particulieren, en zelfs verplichtingen voor hen scheppen. De Mol analyseert de stand van zaken. In de amuse geeft Johan van de Gronden speciale aandacht aan artikel 102 VWEU; is dat wel klaar voor de uitdagingen die big data hem voorschotelen?

Door het arrest Nebula uit 2006 hadden zich donkere wolken verzameld boven licentienemers van een failliet gegane licentiegever. Maar met de arresten Credit Suisse en Curatoren/Verhuurder lijkt de zon nu te zijn doorgebroken. Dick van Engelen beschrijft de ontwikkelingen. Minder zonnig is de positie van zzp’ers die ziek of arbeidsongeschikt worden, of hun werk verliezen. Dat is op zich al erg genoeg, maar er is in Nederland voor hen geen door de overheid verplicht gestelde verzekering op op terug te vallen. Daar moet iets aan veranderen, zo vinden Paul Schoukens en Saskia Montebovi.

In de Rode Draad ‘Toegang tot het recht’ geeft Emese von Bóné een kijkje in de keuken van de Rotterdamse Regelrechter, een laagdrempelige vorm van rechtspraak die doet denken aan de vrederechter van weleer. Op de Blauwe Pagina’s ‘Caribisch recht’ over voorzieningen in het relatievermogensrecht voor ongehuwde samenwoners, die volgens auteur Gregor van der Burght best in het Nederlandse BW zouden mogen worden opgenomen. Verder vertelt Ewoud Hondius over het hoogleraarschap, zijn er proefschriftbijdragen van Liesbeth Hulst en Koen Geijsen, annotaties van André Nuytinck (bij HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504) en Dirk Visser (bij Levola/Smilde, oftewel Heksenkaas vs. Witte Wievenkaas) en een wetgevingsbijdrage van Anne Marie Terhorst over de Wet Netherlands Commercial Court. Stop met dit stukje lezen dus, en begin aan ons meinummer!


Ars Aequi mei

Naar een functioneel verschonings­recht voor beëdigd mediators?

L. Münchow, D.B. Sander

Het wetsvoorstel Wet bevordering mediation kent aan beëdigd mediators een functioneel verschoningsrecht toe. Hoe kan deze toekenning, in het licht van enerzijds de beperkingen die dit functionele verschoningsrecht voor de waarheidsvinding in civiele procedures met zich brengt en anderzijds de voordelen die daaraan verbonden zijn, gewaardeerd worden?

Opinie | Redactioneel
Mei 2019
AA20190339

Schuchtere wettelijke erkenning van samenleven als waren zij gehuwd

Gr. van den Burght

De Caribische landen van het Koninkrijk kennen alleen het vrouw-man-huwelijk; zij bieden echter ongehuwde samenlevers enkele voorzieningen in het relatievermogensrecht en in het erfrecht, die volgens de auteur best in het Nederlands BW zouden mogen worden opgenomen.

Blauwe pagina’s | Caribisch recht
Mei 2019
AA20190340

Big data en mededingingsrecht: is artikel 102 VWEU op tijd klaar voor de uitdaging?

J.W. van de Gronden

De onstuitbare opkomst van big data noodzaakt de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten ertoe snel meer werk te maken van het verbod op misbruik van een machtspositie. De toepassing van artikel 102 VWEU en diens ‘evenknie’ in het nationale recht (in Nederland art. 24 Mededingingswet) op big data brengt met zich dat bepaalde doctrines en benaderingen met de vereiste voortvarendheid geschikt gemaakt moeten worden voor deze nieuwe uitdagingen. Daarover gaat deze amuse.

Opinie | Amuse
Mei 2019
AA20190342

Staatsaansprakelijkheid en het EU-rechtelijk relativiteitsvereiste

Hoe strikt dient dit vereiste te worden toegepast en hoeveel ruimte laat het EU-recht?

S.J. Tans

Schendingen van EU-recht kunnen zowel op grond van EU- als Nederlands recht tot aansprakelijkheid voor ontstane schade leiden. De EU-voorwaarden van staatsaansprakelijkheid vormen daarbij de ondergrens. Het EU-relativiteitsvereiste wordt geacht soepel te worden toegepast, en dus minder ruimte te laten voor toepassing van de Nederlandse variant. Aan de hand van de uitspraak EnergyClaim plaatst dit artikel daar kanttekeningen bij.

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2019
AA20190345

De Hoge Raad schijnt zijn licht op de positie van de licentie bij faillissement

Th.C.J.A. van Engelen

De arresten Credit Suisse/Jongepier q.q. en Curatoren/Verhuurder van de Hoge Raad van 2018 leren dat licentienemers stevig in het zadel zitten bij een faillissement van licentiegevers. Dat is goed nieuws voor de vele ondernemingen die voor hun voortbestaan van licenties afhankelijk zijn. Het slechte nieuws is dat curatoren nu aansprakelijkheidsclaims vrezen als zij gelicentieerde rechten verkopen, maar die vrees lijkt maar gedeeltelijk op zijn plaats.

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2019
AA20190361

Het leerstuk van de horizontale directe werking van Unie­grondrechten op de voet gevolgd

M. de Mol

De grondrechten van de Europese Unie kunnen rechtstreeks van toepassing zijn in verhoudingen tussen particulieren en zelfs verplichtingen voor particulieren met zich brengen. De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het leerstuk van de horizontale directe werking is volop in ontwikkeling. Dit artikel analyseert de actuele stand van zaken.

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2019
AA20190371

Zzp’ers sociaal verzekeren: welk vangnet is er (nodig)?

S.H.M. Montebovi, P.S.J. Schoukens

Met deze bijdrage schetsen we de Nederlandse sociale zekerheid voor zelfstandigen in een Europees perspectief. Op basis van enkele evoluties die we elders in Europa terugvinden, geven we weer in welke richting de sociale zekerheid voor zelfstandigen zich kan ontwikkelen. In essentie zal een evenwicht moeten gevonden worden tussen enerzijds een meer universele bescherming voor alle werkenden, en anderzijds een sociale zekerheid die voldoende aangepast is aan de eigen manier van werken bij zelfstandigen.

Opinie | Opiniërend artikel
Mei 2019
AA20190354

Ars longa vita brevis: Marcel Storme 1930-2018, deel II

E.H. Hondius

In het tweede deel van een tweedelig in memoriam over de Belgische jurist Marcel Storme schrijft Ewoud Hondius over het European Review of Private Law, International Association for Procedural Law en Stormes ervaringen in Nederland.

Opinie | Column
Mei 2019
AA20190353

Omhaal van woorden

M.V. Polak

Zonder omhaal van woorden pleit Martijn Polak in deze korte column voor minder woorden. Want “Wie zijn verhaal doet zonder omhaal van woorden, vindt gehoor bij de ander. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. Basta!”

Opinie | Column
Mei 2019
AA20190360

Uitsluitingsclausule, ‘reprises’ en ‘récompenses’, kosten van de huishouding

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504. Huwelijksvermogensrecht. Schenking onder uitsluitings­clausule (art. 1:94 lid 2 onder a BW oud) aan vrouw. Bedrag gestort op gemeenschappelijke bankrekening van man en vrouw en daarna uitgegeven aan diverse bestedingen, waaronder huishouding en consumptieve uitgaven. Heeft vrouw recht op vergoeding jegens de gemeenschap? Bewijslastverdeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Mei 2019
AA20190384

Geen auteursrecht op smaak

D.J.G. Visser

HvJ EU 13 november 2018, ECLI:EU:C:2018:899, C-310/17 (Levola/Smilde)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Mei 2019
AA20190390

Wet Netherlands Commercial Court

A.G.I. Terhorst

Sinds kort kunnen partijen in een complex internationaal handelsgeschil kiezen voor een volledig Engelstalige procedure bij de Nederlandse overheidsrechter waarbij ook de uitspraak in het Engels wordt gedaan. Per 1 januari 2019 is namelijk de Wet houdende wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van Engelstalige rechtspraak bij de internationale handelskamers van de rechtbank en het hof Amsterdam in werking getreden. De wet staat ook wel bekend als de Wet Netherlands Commercial Court. In dit artikel bespreekt Anne Marie Terhorst de achtergrond en inhoudvan de wet.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Mei 2019
AA20190395

De Rotterdamse Regelrechter in actie

E. von Bóné

Dit artikel gaat over de Rotterdamse Regelrechter (afgekort RRR), een pilot betreffende een laagdrempelige rechter in de rechtbank Rotterdam die conform artikel 96 Rv partijen de mogelijkheid biedt om (kleine) geschillen op een snelle, efficiënte en goedkope manier voor de Regelrechter te beslechten. De procedure vangt aan met een eenvoudige brief of per e-mail. Het uitbrengen van een dagvaarding is niet nodig.

Rode draad | Toegang tot het recht
Mei 2019
AA20190399

Van juridische professoren en andere docenten en onderzoekers

E.H. Hondius

De redactie vraagt mij om een bijdrage te leveren over (1) het juridisch hoogleraarschap in vooroorlogse en kortnaoorlogse tijden. Is de hoogleraar (2) thans meer manager dan hooggeleerd en (3) hoe staat het met de academische vrijheid? Wat punt één betreft: van de bijna 75 naoorlogse jaren heb ik slechts ruim veertig als hoogleraar mogen functioneren (plus veertien jaar als medewerker). Ik zal het daarom niet alleen met eigen ervaringen van de laatste halve eeuw maar ook met een kort literatuuroverzicht moeten doen.

Perspectief | Perspectiefartikel
Mei 2019
AA20190408

Tijdens de zitting ervaren procedurele rechtvaardigheid beïnvloedt het vertrouwen in rechters

J.E. Hulst

Voor haar proefschriftonderzoek deed Liesbeth Hulst onder meer experimenten onder justitiabelen in de rechtbank. Ze onderzocht het belang van ‘ervaren procedurele rechtvaardigheid’ in rechtszittingen. Dit is de subjectieve indruk die justitiabelen zich vormen van hoe eerlijk en rechtvaardig zij zich door de rechter tijdens hun zitting behandeld voelen. De uitkomsten bewijzen dat sprake is van een oorzakelijke invloed van tijdens de zitting ervaren procedurele rechtvaardigheid op het vertrouwen in rechters (en op het aan rechters toegekende gezag). Ten slotte geeft het onderzoek inzicht in wanneer een zitting door justitiabelen als procedureel rechtvaardig wordt ervaren. Ervaren procedurele rechtvaardigheid is iets anders dan wat juristen onder een eerlijk proces verstaan. Er is dus naast het klassieke juridisch-inhoudelijke werk van rechters nog iets anders wat hun maatschappelijke effectiviteit bepaalt.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Mei 2019
AA20190410

Kwetsbare verdachten tijdens het politieverhoor

K. Geijsen

Op 1 november 2018 promoveerde Koen Geijsen aan de Universiteit Maastricht op zijn proefschrift Persons at risk during interrogations in police custody: different perspectives on vulnerable suspects. In dit artikel vertelt hij over de resultaten van zijn onderzoek.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Mei 2019
AA20190416