Deze maand
In een verkiezingsproces worden verschillende besluiten genomen die grote gevolgen kunnen hebben voor de uitslag van de verkiezingen. In Nederland kunnen dergelijke besluiten niet aan een rechter worden voorgelegd en daarmee voldoet de Nederlandse praktijk van het beoordelen van geschillen in het verkiezingsproces niet aan de criteria die het EHRM hieraan stelt. Aanpassing is dus noodzakelijk, maar niet eenvoudig stelt Leontine Loeber.
De roep om strategische autonomie klinkt steeds luider in Europa. Jotte Mulder onderzoekt hoe dit abstracte beleidsbegrip in Nederland wordt vertaald naar toetsbare nationale‑veiligheidsrisico’s onder de Wet Vifo. Hij stelt dat wie grenzen wil stellen zonder muren te bouwen, precies moet zijn in wat onder ‘veiligheid’ valt en duidelijk moet maken wanneer strategische afhankelijkheid omslaat in een veiligheidsprobleem.
Pieter Wolters geeft een overzicht van het cybersecurityrecht. Hij bespreekt de belangrijkste Europese cybersecurityverplichtingen en maakt door middel van een duidelijke categorisering helder hoe de verschillende verplichtingen en instrumenten zich tot elkaar verhouden.
Aan de hand van de fictieve casus van de val van Gollum in The Lord of the Rings: The Return of the King illustreert Mirnah Scholten hoe moderne inzichten over rationeel bewijzen – zoals het werken met alternatieve scenario’s – kunnen bijdragen aan zorgvuldige oordeelsvorming in strafzaken. Zij biedt studenten met deze casus een toegankelijke en laagdrempelige kennismaking met het strafrechtelijke bewijsrecht.
Volgens Aristoteles kan je het publiek niet overtuigen met uitsluitend redelijke argumenten (logos) maar dien je ook hun vertrouwen in de kunde en betrouwbaarheid van de spreker (ethos) en hun emoties (pathos) op te wekken. Toch lijkt het erop dat het gebruik van ethos- en pathosargumenten in de rechtenstudie niet wordt onderwezen. Carel Smith vraagt zich af of we daaruit kunnen afleiden dat in het moderne recht het publiek uitsluitend wordt overtuigd met redelijke argumentatie.
De vraag ‘hoe het nu zit’ met het vermelden van bronnen bij het schrijven van rechtswetenschappelijke teksten blijft onverminderd actueel. Marnix Snel bespreekt een aantal kwesties die in de (onderwijs)praktijk regelmatig tot vragen en problemen leiden, maar in de literatuur nog onvoldoende aandacht hebben gekregen. Ingegaan wordt onder meer op het baseren van langere passages op één bron, structuurontlening, secundaire bronverwijzingen, het kunstmatig vergroten van de bronnendichtheid en de invloed van generatieve AI.
Dat en nog veel meer lees je in het Ars Aequi meinummer.
Uitgelicht
De beslechting van geschillen in het verkiezingsproces
Leontine (L.H.M) Loeber
Naar een nieuwe marktordening?
Van globalisering naar strategische autonomie
Jotte (J.) Mulder
Cybersecurityrecht
Pieter (P.T.J.) Wolters
Ethos en pathos in het recht: vaak onzichtbaar, nooit afwezig
Carel (C.E.) Smith
Aanvullende gedachten over bronvermelden
Marnix (M.V.R.) Snel
Nieuwsbrief
Schrijf je in:





Wat breng je teweeg in de wereld met je bijdragen aan de rechtswetenschap? Dat je daarmee iets ten goede wilt veranderen is voor Ulli d’Oliveira vanzelfsprekend. Geen l’art pour l’art. In deze bijdrage van iemand die wel is gekarakteriseerd als een ’geïntegreerde rebel’ een paar voorbeelden, klein en groot.
Volgens Aristoteles kan je het publiek niet overtuigen met uitsluitend redelijke argumenten (logos) maar dien je ook hun vertrouwen in de kunde en betrouwbaarheid van de spreker (ethos) en hun emoties (pathos) op te wekken. Toch lijkt het erop dat het gebruik van ethos- en pathosargumenten in de rechtenstudie niet wordt onderwezen. Kunnen we daaruit afleiden dat in het moderne recht het publiek uitsluitend wordt overtuigd met redelijke argumentatie?
Deze bijdrage geeft een overzicht van het cybersecurityrecht. Zij bespreekt de belangrijkste Europese cybersecurityverplichtingen en maakt door middel van een duidelijke categorisering helder hoe de verschillende verplichtingen en instrumenten zich tot elkaar verhouden.
In een verkiezingsproces worden verschillende besluiten genomen die grote gevolgen kunnen hebben voor de uitslag van de verkiezingen. In Nederland kunnen dergelijke besluiten, als die zien op de fase van het tellen van de stemmen en het vaststellen van de uitslag, niet aan een rechter worden voorgelegd. De Grondwet bepaalt dat alleen het parlement hierover gaat. Is dit wel de juiste keuze? En is deze in overstemming met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens? Daarover gaat deze bijdrage.
De vraag ‘hoe het nu zit’ met het vermelden van bronnen bij het schrijven van rechtswetenschappelijke teksten blijft onverminderd actueel. In aanvulling op eerdere bijdragen over bronvermelden bespreekt deze bijdrage een aantal kwesties die in de (onderwijs)praktijk regelmatig tot vragen en problemen leiden, maar in de literatuur nog onvoldoende aandacht hebben gekregen. Ingegaan wordt onder meer op het baseren van langere passages op één bron, structuurontlening, secundaire bronverwijzingen, het kunstmatig vergroten van de bronnendichtheid en de invloed van generatieve AI.
Op 15 december 2025 sloot het Koninkrijk der Nederlanden het jubileumjaar 70 jaar Statuut van het Koninkrijk af. In dit artikel zal ik kort stilstaan bij de contouren van ons Koninkrijk en de geschiedenis. Ik benoem verschillen en ga in op deze constitutional venture. Het artikel zal worden afgesloten met een enkele opmerking, een bescheiden blik op de toekomst. Mijn perspectief is met name van binnenuit. Ik ben een dochter van de Cariben die in koninkrijksverband heeft mogen functioneren.
Het lijkt voor de hand te liggen om in de fase van hoger beroep de voorlopige hechtenis van een tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeelde verdachte te laten voortduren, te hervatten of zelfs te laten beginnen. Ook in de hogerberoepfase moet de rechter voorlopige hechtenis echter als een ultimum remedium blijven beschouwen. De ‘reeds veroordeeld’-grond voor voorlopige hechtenis (art. 75 lid 1, derde volzin, Sv) ontslaat de rechter niet van de plicht steeds te motiveren waarom het uitgangspunt dat de verdachte de berechting in vrijheid mag afwachten zou moeten worden verlaten
Aan de hand van de fictieve casus van de val van Gollum in The Lord of the Rings: The Return of the King illustreert dit artikel hoe moderne inzichten over rationeel bewijzen – zoals het werken met alternatieve scenario’s – kunnen bijdragen aan zorgvuldige oordeelsvorming in strafzaken. Tegelijk biedt de casus studenten een toegankelijke en laagdrempelige kennismaking met het strafrechtelijke bewijsrecht.
De roep om strategische autonomie klinkt steeds luider in Europa. Dit artikel onderzoekt hoe dit abstracte beleidsbegrip in Nederland wordt vertaald naar toetsbare nationale‑veiligheidsrisico’s onder de Wet Vifo. Aan de hand van de Solvinity-casus wordt zichtbaar waar het spanningsveld ligt tussen de wens om strategisch autonoom te opereren en de vraag wanneer die wens ook juridisch zou kunnen rechtvaardigen dat op grond van de Wet Vifo wordt ingegrepen. Jotte Mulder