Resultaat 73–84 van de 110 resultaten wordt getoond

Links en recht

De stand van zaken met betrekking tot hyperlinks en auteursrecht

P. de Leeuwe, D.J.G. Visser

Post thumbnail

Is hyperlinken aan te merken als een auteursrechtelijk relevante openbaarmaking? Zeer recent is deze vraag door de Nederlandse rechter tweemaal bevestigend beantwoord. In deze bijdrage zullen wij voornamelijk vanuit Europees perspectief nagaan wat vandaag de dag de juridische status van een hyperlink is.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2013
AA20130450

Lunderstädt/De Kok c.s.

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 21 december 2001, nr. C00/053HR, ECLI:NL:HR:2001:AD2684, RvdW 2002, 7 (Lunderstädt/De Kok c.s.). Ook bekend als Neptunus II. De vraag die in dit arrest speelt is: Heeft de curator net als bij de faillisementspauliana ook bij een onrechtmatige daad ogv 6:162 BW een exclusief recht of kan ook een individuele crediteur een onrechtmatige-daadvordering instellen. Mocht deze vraag met ja beantwoord worden, hoe verhoudt deze vordering zich dan ten opzichte van de vorderingen van de curator?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2002
AA20020819

Magill-arrest

H. Cohen Jehoram

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 6 april 1995, gevoegde zaken C-241/91 P en C-242/91 P, ECLI:EU:C:1995:98 (Radio Telefis Eireann (RTE) en Independent Television Publications Ltd (ITP) tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen). Ook bekend als Magill. In dit arrest van het HvJ EG staat onder meer de hogere voorziening dat na een uitspraak van het GEA kan worden gedaan centraal. Verder wordt er ingegaan op het auteursrecht in die zin dat er wordt nagegaan in welke gevallen het mogelijk is om misbruik te maken van het auteursrecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1995
AA19950811

Naschrift bij ‘De aansprakelijkheid van de hoofdaannemer jegens derden voor onrechtmatige daden van de onderaannemer’

S. Mak

Naschrift bij een eerder gepubliceerd artikel in Ars Aequi (AA19870597) over de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer jegens derden voor onrechtmatige daden van de onderaannemer.

Verdieping | Studentartikel
februari 1988
AA19880091

Nawoord op bovenstaande reactie

Th.G. Drupsteen

Nawoord bij een reactie over proceskostenvergoeding in het ambtenarenrecht.

Opinie | Reactie/nawoord
januari 1993
AA19930028

Nawoord op bovenstaande reactie

P.J.J. van Buuren

De oorspronkelijke annotator geeft een nawoord op een binnengekomen reactie op een annotatie waarin de Hoge Raad schadevergoeding toekende bij rechtmatige overheidsdaad.

Opinie | Reactie/nawoord
december 1991
AA19911175

Nee hoor, u wilt helemaal niet naar Den Haag…

Over de techniek, het recht en de toekomst van de zelfrijdende auto

J. Lubbers, C.N.J. de Vey Mestdagh

Post thumbnail De techniek van de zelfrijdende auto is al behoorlijk ver ontwikkeld. De eerste proeven op de openbare weg staan op stapel. Als deze techniek veilig blijkt te zijn leveren we dan onze bewegingsvrijheid in? Is er niemand verantwoordelijk voor ongevallen als de computer de auto bestuurt? Eindigen we met een volledig autonoom verkeerssysteem?

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2015
AA20150267

Om te doen ophouden de menigvuldige twistgedingen (Digitaal boek)

Opmerkingen omtrent de historische achtergrond van de onrechtmatige daad

G.E. van Maanen

Post thumbnail Soms gaat achter één woord een hele geschiedenis schuil. In dit cahier worden de historische wortels van de onrechtmatige daad bloot gelegd.

9789069161914 - 01-01-1995

Omgangsvormen en het burgerlijk recht

P. Memelink

Post thumbnail In dit artikel wordt ingegaan in hoeverre fatsoensnormen en omgangsvormen al dan niet afgedwongen kunnen worden. De auteur komt de conclusie dat dit alleen mogelijk daar waar de norm een rechtsplicht inhoudt.

Opinie | Amuse
november 2008
AA20080778

Ongelukkige samenloop van omstandigheden: vriendendienst en aansprakelijkheid

J.M. van Dunné

Hoge Raad 2 mei 2000, nr. C98/283HR, ECLI:NL:HR:2000:AA5784, NJ 2001, 300, nt. JH, (Jansen/Jansen). Ook bekend als de dwarse kast. In de noot bij dit arrest wordt ingegaan op de leer van de ongelukkige samenloop van omstandigheden en de in het verkeer geldende opvattingen van art. 6:162 lid 3 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2001
AA20010795

Ongerechtvaardigde verrijking

E.J.H. Schrage

Vanaf de dagen van het Romeinse recht zijn het contract en de onrechtmatige daad niet de enige bronnen van verbintenissen. Er zijn er nog een paar meer. Daaronder speelt de ongerechtvaardigde verrijking een belangrijke rol. Iedereen is tegen ongerechtvaardigde verrijking: vanaf de Romeinse jurist Pomponius, via de middeleeuwse jurist Martinus Gosia, tot de Hollandse natuurrechtsleraar Hugo de Groot. Desondanks heeft de vormgeving van een goede regeling veel voeten in de aarde. We volgen de ontwikkeling van een belangwekkend leerstuk vanaf de 2e eeuw na Chr. tot in het Nieuw BW.

Overig | Rode draad | Digesten
oktober 2005
AA20050815

Over aansprakelijkheid van advocaten en andere beroepsbeoefenaars

R.S. Meijer

Post thumbnail

Volgens de Hoge Raad vormt schending van de zorgvuldigheidsplicht door een advocaat, indien niet hijzelf maar zijn kantoor de contractspartij is, naast wanprestatie van dat kantoor, steeds een eigen onrechtmatige daad van die advocaat jegens de cliënt. Deze opinie bestrijdt die nieuwe regel als dogmatisch dubieus, praktisch problematisch en sociaal onwenselijk. 

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2016
AA20160441

Resultaat 73–84 van de 110 resultaten wordt getoond