onrechtmatige daad

Resultaat 85–96 van de 113 resultaten wordt getoond

Ongelukkige samenloop van omstandigheden: vriendendienst en aansprakelijkheid

J.M. van Dunné

Hoge Raad 2 mei 2000, nr. C98/283HR, ECLI:NL:HR:2000:AA5784, NJ 2001, 300, nt. JH, (Jansen/Jansen). Ook bekend als de dwarse kast. In de noot bij dit arrest wordt ingegaan op de leer van de ongelukkige samenloop van omstandigheden en de in het verkeer geldende opvattingen van art. 6:162 lid 3 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2001
AA20010795

Ongerechtvaardigde verrijking

E.J.H. Schrage

Vanaf de dagen van het Romeinse recht zijn het contract en de onrechtmatige daad niet de enige bronnen van verbintenissen. Er zijn er nog een paar meer. Daaronder speelt de ongerechtvaardigde verrijking een belangrijke rol. Iedereen is tegen ongerechtvaardigde verrijking: vanaf de Romeinse jurist Pomponius, via de middeleeuwse jurist Martinus Gosia, tot de Hollandse natuurrechtsleraar Hugo de Groot. Desondanks heeft de vormgeving van een goede regeling veel voeten in de aarde. We volgen de ontwikkeling van een belangwekkend leerstuk vanaf de 2e eeuw na Chr. tot in het Nieuw BW.

Overig | Rode draad | Digesten
oktober 2005
AA20050815

Over aansprakelijkheid van advocaten en andere beroepsbeoefenaars

R.S. Meijer

Post thumbnail

Volgens de Hoge Raad vormt schending van de zorgvuldigheidsplicht door een advocaat, indien niet hijzelf maar zijn kantoor de contractspartij is, naast wanprestatie van dat kantoor, steeds een eigen onrechtmatige daad van die advocaat jegens de cliënt. Deze opinie bestrijdt die nieuwe regel als dogmatisch dubieus, praktisch problematisch en sociaal onwenselijk. 

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2016
AA20160441

Partijautonomie tussen contract en onrechtmatige daad

A.G. Castermans

Post thumbnail

In deze bijdrage voor de Rode draad ’20 jaar Nieuw BW’ blikt Alex Geert Castermans terug op de afgelopen twintig jaar in het contractenrecht. Hij kijkt daarbij in het bijzonder of er sprake is van een toenemende beperking van de partijautonomie.

Rode draad | 20 jaar Nieuw BW
november 2012
AA20120859

Pruisken/Organice: schadevergoeding bij overlijden

T. Hartlief

Hoge Raad 16 december 2005, nr. C04/276HR, ECLI:NL:HR:2005:AU6089, RvdW 2006, 1 (Pruisken/Organice) Organice was verantwoordelijk voor het organiseren van een bedrijfsuitje van het hoogheemraadschap Delfland, maar op de toggle-baan ging het fout en kwam een van de deelnemers te overlijden. Organice erkent aansprakelijkheid, maar in dit arrest draait het om de omvangsfase van de schadevergoeding.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2006
AA20060281

Raamuitzetter

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 31 mei 1991, nr. 14253, ECLI:NL:HR:1991:ZC0259, NJ 1992, 391 (Borsumij/Stenman). Ook bekend als Raamuitzetter. Uitspraak van de Hoge Raad en daarbij behorende noot op het gebied van het octrooirecht. In de uitspraak komt aan de orde wat de verhouding is tussen de leer van de slaafse nabootsing en de modernere prestatieontlening. De Hoge Raad oordeelt dat de laatste leer de eerdere heeft geabsorbeerd. In de noot wordt dieper op deze problematiek ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1993
AA19930680

Reactie op ‘Het varkensmesterarrest’

H. van den Berg

In deze reactie op een annotatie bij het Varkensmester-arrest wordt ingegaan op de strekking van de uitspraak van de Hoge Raad dat er schadevergoeding wordt toegekend bij een rechtmatige overheidsdaad.

Opinie | Reactie/nawoord
december 1991
AA19911173

Reactie op ‘Vergoeding proceskosten ambtenarenrecht’

M. Melaard

Reactie op een noot bij een uitspraak die eerder aan de orde kwam in Ars Aequi over de proceskostenvergoeding in het ambtenarenrecht. De auteur is het met het eerdere artikel eens maar vindt het toch nodig om enige kritische kanttekeningen te plaatsen.

Opinie | Reactie/nawoord
januari 1993
AA19930026

Rechtsvinding in het privaatrecht en het strafrecht, of: mag Geert Wilders alles zeggen wat hij denkt?

N. Rozemond

Post thumbnail In deze amuse illustreert de auteur op toegankelijke en actuele wijze dat bepaalde rechtsvragen - in dit artikel wat er valt onder het opzettelijk beledigen van een bevolkingsgroep - niet eenvoudig te beantwoorden zijn. De auteur laat zien dat vanuit civielrechtelijk en strafrechtelijk perspectief er andere gezichtspunten en uitkomsten mogelijk zijn. De auteur betoogt dat voor rechtsvinding deelname aan het publieke debat vereist is waarbij verschillende belangen en meningen gelden en er gezocht moet worden naar het gewicht van verschillende, soms confronterende, belangen.

Opinie | Amuse
april 2009
AA20090220

Rechtsvraag (217) onrechtmatige daad

J.M. van Dunné

Rechtsvraag op het gebied van het aansprakelijkheidsrecht, meer in het bijzonder onrechtmatige daad. In de rechtsvraag komt naar voren in hoeverre er een collectieve actie mogelijk en of een verbodsactie aan de orde is. Ook wordt er een vraag gesteld over de bewijslast.

Perspectief | Rechtsvraag
juni 1992
AA19920377

Rechtsvraag (257) Faillissementsrecht

A. van Hees

Rechtsvraag op het gebied van het faillissementsrecht waarbij de problematiek aan de orde komt die de boedel benadelen alvorens er faillissement wordt vastgesteld. In de casus is sprake van een autohandelaar die vlak voor het faillissement nog tal van transacties aangaat.

Perspectief | Rechtsvraag
november 1996
AA19960725

Rechtsvraag (264) voor eerstejaars

Een jeugdzonde

G.R. de Groot

Rechtsvraag op het gebied van het aansprakelijkheidsrecht speciaal voor eerstejaars rechtenstudenten. Aan de orde komt toestemming en risico aansprakelijkheid van de ouders.

Perspectief | Rechtsvraag
juli 1997
AA19970527

Resultaat 85–96 van de 113 resultaten wordt getoond