Resultaat 49–60 van de 389 resultaten wordt getoond

De deskundigenparadox: een schijnbare tegenstelling

R.A. Hoving

De deskundigenparadox is het probleem dat rechters deskundigenbewijs moeten beoordelen, terwijl ze zelf weinig kennis hebben over het onderwerp waarover de deskundige informatie geeft. Dit probleem is niet onoverkomelijk. Door kritische vragen te stellen kan de rechter proberen om zich zelfstandig een rationeel oordeel te vormen over het deskundigenbewijs.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
januari 2018
AA20180086

De doodgeschoten kroongetuige

Y. Buruma

Hoge Raad 30 juni 1998, nr. 107.189, ECLI:NL:HR:1998:ZD1191, NJ 1998, 799 met nt. Sch Onderstaand artikel behandeld het fenomeen van de kroongetuige. - Kroongetuige: Taak wetgever; - Bijzondere motiveringsplicht; - Volledige immuniteit als beloning; - Betrouwbaarheid en onmogelijkheid een dode getuige door een rechter te laten horen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1999
AA19990056

De ernstig geschokte rechtsorde, een vervolg

M.J. Borgers

Rechtbank Haarlem 13 april 2007, nr. 15/800389-07, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2938, LJN: BA2938; Gerechtshof Amsterdam 16 mei 2007, nr. 00523-07, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6642, LJN: BA6642 De annotator gaat in deze noot in op de ernstig geschokte rechtsorde als grond voor voorlopige hechtenis waarbij een vonnis van een rechtbank vergeleken wordt met een arrest van een hof.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2007
AA20070798

De forensisch-psychiatrische rapportage in strafzaken

Een driehoeksverhouding op het scherp van de snede

M.M. Dolman

In strafzaken kan aan personen van zeer verschillende professie worden gevraagd hun gevoelen mede te delen betreffende hetgeen hun wetenschap hen leert omtrent datgene wat aan hun oordeel onderworpen is. De ballisticus, de grafoloog, de toxicoloog, zij kunnen alle gevraagd worden een deskundig oordeel te vellen ten behoeve van jusitie. De meest notoire deskundige in strafzaken is echter de forensisch psychiater. Zijn verschijning wordt veelal met wantrouwen en angst bezien want hij is degene die op voor leken onnaspeurbare wijze beslist of iemand 'gek' is of niet. Van zijn oordeel hangt af of een delinquent 'naar de gevangenis gaat zoals iedereen' of 'wordt opgesloten in een gekkenhuis'. Moge dit al voldoende reden zijn om eens nadere aandacht te besteden aan de forensisch psychiater in strafzaken, als men zich verdiept in de wijze waarop de psychiater in het strafproces wordt ingeschakeld en in zijn positie ten opzichte van de andere bij het proces betrokkenen en als men zich rekenschap geeft van het belang van zijn taakvervulling, dan valt een aantal bijzonderheden op die studie naar de figuur van de forensisch psychiater welhaast noodzakelijk maken. Aan die bijzonderheden besteedt de auteur aandacht.

Verdieping | Studentartikel
februari 1990
AA19900063

De geheime dienst gecontroleerd

E.R. Muller

Post thumbnail In dit artikel gaat de auteur in op welke wijze de controle op inlichtingen- en veiligheidsdiensten geregeld is en hoe deze in de praktijk daadwerkelijk plaatsvindt. De auteur gaat daarbij met name in op de AIVD. Na de inleiding beschrijft de auteur de taken en bevoegdheden van de AIVD. Vervolgens stelt de auteur de uitgangspunten voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten zoals legitimiteit en gescheiden inlichtingen- en opsporingsdiensten. In de vierde paragraaf wordt ingegaan op de sturing en controle. Hierbij komt de controle door het parlement, maar ook de Commissie van Toezicht aan bod. Tenslotte geeft de auteur, die eerder al op dit onderwerp promoveerde, een aantal aandachtspunten weer.

Verdieping | Studentartikel
april 2009
AA20090223

De grondwet, de doodstraf en de volksovertuiging

L. van Troost

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2010
AA20100732

De hackbevoegdheid in de praktijk

C.A.J. van den Eeden, A. van Uden

Post thumbnail Sinds 1 maart 2019 beschikt de Nationale politie over een hackbevoegdheid. Dat betekent dat een specialistisch team – onder speciale voorwaarden – apparaten van verdachten, zoals telefoons en servers, heimelijk en op afstand mag binnendringen en gegevens mag verzamelen. In dit artikel gaan wij in op het wettelijk kader van de hackbevoegdheid, de uitvoering en knelpunten die zich voordoen in de opsporingspraktijk.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2023
AA20230273

De Innovatiewet Strafvordering: het eerste spoor van het nieuwe Wetboek van Strafvordering

R.J. Verbeek

Op 21 juni 2022 heeft de Eerste Kamer de Innovatiewet Strafvordering aangenomen. Daarmee is de eerste wet uit het recent gepresenteerde sporenoverzicht in het kader van het nieuwe Wetboek van Strafvordering tot stand gekomen (Stb. 2022, 276). De wet is 1 oktober 2022 in werking getreden (Stb. 2022, 362). In deze bijdrage wordt allereerst kort ingegaan op de stand van zaken van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de totstandkoming van de Innovatiewet Strafvordering en de vijf onderdelen die deel uitmaken van deze nieuwe wet. Tot slot wordt een blik op de nabije toekomst geworpen.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 2022
AA20220802

De mensenhandelaar, de waan van de dag en de minister van Justitie

J. Giltaij, D.J. van Leeuwen

Naar aanleiding van het vluchten van een verdachte waarvan de voorlopige hechtenis in de aanloop van het geding was geschorst, gaan twee redactieleden in op aan wie de bevoegdheid tot het schorsen van de voorlopige hechtenis toekomt en dient toe te komen. Daarbij wordt met name ingegaan op de taak van de rechter in het strafproces.

Opinie | Redactioneel
november 2009
AA20090705

De minister en zijn procureurs-generaal kunnen de pot op. Over rechtspreken en recht praten

W.A. Wagenaar

Het resultaat van rechtspsychologisch onderzoek leidt zelden tot een wijziging van de wet; wel tot aanbevelingen en richtlijnen van het College van procureurs-generaal, of tot Ministeriële Besluiten. Het gaat veelal over uiterst relevante problemen, maar de praktijk leert dat rechters zich vaak niets aantrekken van zulke oekazes, onder het argument dat zij alleen met de wet te maken hebben. Het Openbaar Ministerie ziet hierin een aanmoediging om zich ook niet aan de regels te houden en de politie spant zich tenslotte ook niet meer in als er kennelijk geen prijs op wordt gesteld. Een aantal inmiddels beruchte strafzaken dankt hieraan het gebrek aan kwaliteit dat door A-G Jörg onlangs aan de kaak is gesteld.

Bijzonder nummer | Krom~recht, over misstanden in het recht
juli 2005
AA20050605

De mobiele telefoon als peilbaken. Mag dat?

B. de Boer

Enige tijd geleden stond in de De Volkskrant van 26 mei 1999 het bericht dat de verdachten van de moord op de prefect van Corsica hadden bekend de moord te hebben gepleegd nadat zij waren geconfronteerd met gegevens waaruit bleek dat de mobiele telefoons van de verdachten zich allemaal op het tijdstip van de moord in de buurt van het theater hadden bevonden, waar de moord zich had voltrokken. Ook in Nederland heeft zich enige tijd geleden een zaak voorgedaan waarbij een verdachte werd verraden door zijn mobiele telefoon. In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of de wijze waarop dit is gebeurd wel gelegitimeerd is.

Verdieping | Studentartikel
september 1999
AA19990608

De mythe van het de auditu-bewijs

N. Rozemond

Er is geen onderwerp in het strafprocesrecht waarover zo veel mythevorming bestaat als het de auditu-bewijs in strafzaken. Ook in de eerste aflevering van Ars Aequi met de Rode draad `Bewijs en Bewijsrecht`verkondigen Nijboer en Wagenaar zonder enige kritische kanttekening de mythe van het de auditu-bewijs. De mythe van het de auditu-bewijs bestaat uit twee bestanddelen. Het eerste bestanddeel is de opvatting dat de Hoge Raad in het De Auditu-arrest van 1926 tegen de wil van de wetgever de auditu-bewijs in het Nederlandse strafprocesrecht zou hebben geïntroduceerd. Het tweede bestanddeel bestaat uit de mening dat de auditu-bewijs in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zou in het Kostovski-arrest `de bijl aan de voet van veel van de de auditu-constructies` hebben gelegd. In deze bijdrage wil ik proberen de mythe van het de auditu-bewijs te ontkrachten. Daarmee wil ik niet betogen dat er geen kritiek kan worden uitgeoefend op de bewijsvoering in Nederlandse strafzaken. Het 'herkennen van Iwan' van Wagenaar en 'Strafrechtelijk bewijsrecht'van Nijboer zijn verplichte literatuur voor iedere jurist die kritisch over het strafrechtelijke bewijsrecht wil nadenken. Ik wil slechts laten zien dat de kritiek op de auditu-bewijs zoals Nijboer en Wagenaar deze onder woorden brengen te ongenuanceerd is: de Nederlandse procespraktijk in strafzaken is veel gevarieerder dan zij het doen voorkomen. Deze nuancering is noodzakelijk om een beter begrip te krijgen van de sterke en zwakke kanten van de Nederlandse bewijsvoering in strafzaken.

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Studentartikel
maart 1999
AA19990144

Resultaat 49–60 van de 389 resultaten wordt getoond