Showing 37–48 of 99 results

Europese wanklanken in de Nederlandse sociale symfonie?

A.T.J.M. Jacobs

Het nationale sociale recht is een bonte mengeling van normen, vervat in de wet, lagere wetgeving, beleidsregels, cao's, reglementen, etcetera. Kan in dat veelkleurige patroon de Europese wetgeving moeiteloos geïntegreerd worden of levert dat problemen op?

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960355

Flexibel uit het arbeidsproces treden

A.J. Tekstra

Het onderwerp flexibele pensionering geniet momenteel veel belangstelling. Tal van maatschappelijke ontwikkelingen maken deze vorm van pensionering aanlokkelijk. Daarbij kunnen vooral worden genoemd de hoge kosten van de vervroegde uittredings(VUT)regeling en de behoefte om te komen tot een systeem van pensionering waarin rekening wordt gehouden met de wensen van de individuele werknemer en de eisen van de bedrijfsorganisatie.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880719

Franse toestanden in Nederland? Het ontslagrecht in zicht

C.J. Loonstra

In Frankrijk heeft het flink gerommeld begin 2006, toen de regering het ontslagrecht wilde versoepelen om de jeugdwerkeloosheid te verminderen kwamen er massale demonstraties. In andere landen wordt wel al een begin gemaakt met het versoepelen van het ontslagrecht, daarom wordt er verder ingegaan op het ontwikkelen van een europees ontslagrecht en hoe het Nederlands ontslagrecht ervoor staat.

Verdieping | Verdiepend artikel
Juni 2006
AA20060410

Gebruikelijk loon

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 17 september 2004, nr. 38 378 Het gebruikelijk loon van een werknemer die tevens een aanmerkelijk belang heeft in de werkgever, dient worden bepaald aan de hand van een vergelijking met het salaris van andere werknemers. Onder omstandigheden kan ook het netto-resultaat van de BV een rol spelen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 2005
AA20050156

Gerechtvaardigd vertrouwen in ontslagzaken: de nuancerende werking van de onderzoeksplicht voor de werkgever

J.P. Verhaar

Een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd op de wijze, zoals aangegeven in het arbeidsrecht (artt. 1639 e.v. BW), maar óók met toepassing van het algemeen verbintenissenrecht. De stringente regeling van het ontslagrecht biedt de werknemer een betere bescherming van zijn belangen, maar brengt voor de werkgever meer nadelen met zich mee. Hantering van de 'wils-vertrouwensleer' in ontslagzaken kan — in verband met de eis van gerechtvaardigd vertrouwen — voor de werkgever een onderzoeksplicht meebrengen naar de wil van de werknemer op het moment van het afleggen van diens verklaring tot beëindiging van het dienstverband. Ingevolge het in de artt. 3.2.2 en 3.2.3 Nieuw BW neergelegde systeem komt bij aanwezigheid van gerechtvaardigd vertrouwen de rechtshandeling tot stand; een onderzoek naar de wil van de werknemer kan tot gevolg hebben dat hij niet kan worden gehouden aan een door hem niet-gewild ontslag.Genoemd systeem, een onderdeel van het algemeen verbintenissenrecht, kan door de werkgever worden gebruikt om aan de ingewikkeldheden van het ontslagrecht te ontkomen. Het is dan de vraag of de onderzoeksplicht de werknemer voldoende bescherming biedt tegen een eventueel ontslag. In dit artikel zal ik aan de hand van de rechtspraak over dit onderwerp een antwoord geven op de volgende vragen:1 wordt deze onderzoeksplicht regelmatig door de rechter opgelegd?2 is de onderzoeksplicht een adequaat instrument om het in de artt. 3.2.2 en 3.2.3 neergelegde systeem te nuanceren?

Verdieping | Studentartikel
Februari 1988
AA19880083

Geschilbeslechting in het arbeidsrecht: kantonrechter of arbeidsrechter?

P. Kruit

In Nederland worden geschillen betreffende (collectieve) arbeidsovereenkomsten beslecht door de kantonrechter. De kantonrechter is generalist; hij behandelt een relatief groot aantal verschillende soorten zaken. Heeft dit aspect invloed op de kwaliteit van de rechtspraak van de kantonrechter in arbeidszaken? Het arbeidsrecht is een bijzonder rechtsgebied, dat de laatste decennia zeer complex is geworden, waarbij de regels niet alleen staan in Boek 7 titel 10 BW, maar ook in vele andere wetten. De toenemende complexiteit van het arbeidsrecht brengt mee dat de geschillenbeslechting moeilijker wordt. In 2002 is weliswaar expliciet gekozen voor een generalistische kantonrechter, maar zou het wellicht effectiever zijn arbeidsgeschillen door een gespecialiseerde arbeidsrechter, die zich uitsluitend met arbeidsgeschillen bezig houdt, te laten beslechten?

Verdieping | Studentartikel
Februari 2007
AA20070119

Goeie Hoer

S.B.

In deze korte column wordt ingegaan op het verbod dat aan het CWI is opgelegd om het beroep van prostituee aan te merken als passende arbeid.

Opinie | Column
Juni 2003
AA20030419

Hernieuwde uitval van gereïntegreerde werknemers

W.H.A.C.M Bouwens

Hoge Raad 30 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8134, LJN: BQ8134 (Kummeling vs Oskam BV); Centrale Raad van Bestuur (CRvB) 28 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2796, LJN: BN2796, LJN: BN2808; en LJN: BN2809

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2011
AA20110890

Het Nederlands ontslagrecht en artikel 6 EVRM.

Geteld, geteld, gewogen en te licht bevonden

L.G. Verburg

‘Op 7 oktober 2010 hield ik mijn oratie over de droevige situatie waarin ons ontslagrecht zich bevindt. U weet, wij kennen bij ontslagen op initiatief van de werkgever twee ontslagroutes. Dit duale ontslagstelsel leidt tot onvoorspelbaarheid, tot een ongelijke behandeling van materieel gelijke gevallen en bevoordeelt hoger (betaald) personeel. Het maakt ons ontslagrecht tot een doolhof. Het systeem bewerkstelligt een tweedeling op de arbeidsmarkt. Deze bijdrage concentreert zich op de vraag of ons ontslagstelsel voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM.’

Opinie | Opiniërend artikel
April 2011
AA20110284

Het nieuwe ontslagrecht: verminderde mogelijkheden voor het ‘alternatieve transfersysteem’

T. van Straveren

Op 12 mei 1998 heeft de Eerste Kamer de zogenaamde flexwet aangenomen. Deze wet die vooral beoogt de rechtspositie van de zogenaamde flexibele werkers (uitzend- en oproepkrachten, freelancers e.d.) te verbeteren, heeft ongewild een zware slag toegebracht aan de mogelijkheid om in de (voetbal)sport contracten af te kopen. Dit afkoopsysteem heeft zich sinds de afschaffing van het transfersysteem ontwikkeld als arbeidsrechtelijk alternatief. In dit artikel wordt aangegeven hoe de flexwet dit afkoopsysteem moeilijk maakt en welke andere mogelijkheden er nu nog bestaan om de daaruit voortvloeiende problemen voor de (voetbal)sport op te lossen.

Verdieping | Verdiepend artikel
Juli 1998
AA19980660

Het SER-advies van 15 mei 1992 over de betrokkenheid van de ondernemingsraad bij de voorbereiding van belangrijke beleidsbeslissingen en projecten

J. Zegers

Volgens een in 1987 uitgevoerd onderzoek is één van de knelpunten in het functioneren van ondernemingsraden dat ze in het algemeen pas op een laat tijdstip bij adviesplichtige besluiten worden betrokken. De onderzoekers wijten dit onder andere aan het huidige systeem van artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 1989 aan de SER de vraag voorgelegd of dit 'knelpunt' aanleiding is om tot wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden over te gaan. De SER heeft deze vraag beantwoord in zijn advies van 15 mei 1992. Het standpunt van de SER is het onderwerp van dit artikel.

Verdieping | Studentartikel
December 1992
AA19920762

Het verbod op leeftijdsdiscriminatie in personeelsadvertenties: zin of onzin?

J.A. van de Hel, H. van der Zwan

Wanneer in een advertentie wordt gevraagd naar iemand met een specifieke leefdtijd is er sprake van discriminatie. Hoe verhoudt deze regeling zich nu ten opzichte van de ondernemingsvrijheid van ondernemers? Volgens de CGB mag een ondernemer wel selecteren op grond van leeftijd maar mag dit niet in een advertentie staan.

Opinie | Redactioneel
Januari 2006
AA20060007

Showing 37–48 of 99 results