Resultaat 49–60 van de 143 resultaten wordt getoond
K. Heidary, E.E. Maathuis
Nu het collegejaar is begonnen, zitten de treinen en bussen weer vol met studenten en medewerkers op weg naar de universiteit. Nog maar een paar maanden geleden kwamen veel reizigers in de knel door stakingen in het streekvervoer. In dit redactioneel staan wij stil bij het stakingsrecht: wat is de grondslag en welke beperkingen gelden er?
Opinie | Redactioneelseptember 2023AA20230611
E.M. Polak
In het onderstaande artikel komen de problemen en de daaruit voortvloeiende juridische consequenties aan de orde die zich kunnen voordoen als een buitenlandse werknemer te laat van vakantie terugkeert. Het probleem begint al bij het begrip ‘vakantie’: vakantie is voor de buitenlandse werknemer niet wat vakantie voor ons is. Komt de buitenlandse werknemer te laat terug, dan zal dat dikwijls verstrekkende arbeidsrechtelijke gevolgen kunnen hebben: de werkgever, vooruitlopend op dergelijke eventualiteiten, heeft soms van tevoren al maatregelen hiervoor getroffen. Aan de hand van verzamelde, merendeels ongepubliceerde, kantonrechtersjurisprudentie zal bezien worden wat de redenen voor te late terugkeer zijn, in welke gevallen te late terugkeer gebillijkt is en of de door de werkgever getroffen maatregelen de rechterlijke toetsing kunnen doorstaan. Duidelijke oplossingen zijn nog niet voorhanden. Naast incidentele oplossingen door rechterlijke uitspraken, worden sinds kort ook van werkgevers- en werknemerszijde initiatieven ontplooid. Het probleem wordt in elk geval door alle betrokkenen onderkend.
oktober 1981AA19810627
R. de Bock
De norm van goed werkgeverschap is veel méér dan een codificatie van de eisen van redelijkheid en billijkheid voor het arbeidsrecht. De norm is onlosmakelijk verbonden met de rechtsbeschermende functie van het arbeidsrecht en fungeert als aanjager voor rechtsontwikkeling op dat punt. Die rol vervult de norm echter niet voor de bescherming van zzp’ers en ook niet voor arbeidsmigranten. De positie van arbeidsmigranten lijkt op die van de ‘homo sacer’, die buiten het bereik van de toepassing van de wet staat en niet beschikt over juridische of politieke rechten.
oktober 2026AA20260820
J.H.J. de Wildt
In dit artikel werd in de jaren 80 een beperkte poging gedaan om de discussie over de rechtspositie van vrouwen nieuw leven in te blazen. Beperkt, omdat het thema van dit nummer: vrouwen en arbeid, het wenselijk maakt de aandacht vooral te richten op de rechtspositie van vrouwen met betrekking tot de (betaalde) arbeid. Daarom worden wel algemene ontwikkelingen beschreven (Grondwetswijziging, invloed internationale verdragen, de zgn. ‘Anders Geregeld’-operatie, de plannen voor een Wet tegen Seksediscriminatie), maar blijven andere onderwerpen - op een zijdelingse opmerking na - buiten beschouwing.
juli 1980AA19800388
A.T.J.M. Jacobs
Het nationale sociale recht is een bonte mengeling van normen, vervat in de wet, lagere wetgeving, beleidsregels, cao's, reglementen, etcetera. Kan in dat veelkleurige patroon de Europese wetgeving moeiteloos geïntegreerd worden of levert dat problemen op?
Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmoniemei 1996AA19960355
Y. Berkeljon, E. Schemerhorn
Deelname van de vrouw aan het arbeidsproces wordt ernstig belemmerd doordat het verzorgen van kinderen nog steeds voornamelijk tot haar taak gerekend wordt. De werkende vrouw komt vooral voor problemen te slaan wanneer haar aanwezigheid thuis plotseling dringend gewenst is, met name bij ziekte van kinderen. In dit artikel wordt besproken hoe bedrijven met deze problematiek omspringen en wat de consequenties zijn van onbetaald verlof voor het voortduren van de sociale verzekeringen. Vervolgens komt de Zweedse ouderschapsverzekering aan de orde en tenslotte in welke vorm een verlof voor onvoorziene omstandigheden gegoten kan worden. Dit artikel beperkt zich tot de particuliere sector en laat eventuele regelingen die de overheid voor haar werknemers heeft getroffen buiten beschouwing.
juli 1980AA19800407
A.J. Tekstra
Het onderwerp flexibele pensionering geniet momenteel veel belangstelling. Tal van maatschappelijke ontwikkelingen maken deze vorm van pensionering aanlokkelijk. Daarbij kunnen vooral worden genoemd de hoge kosten van de vervroegde uittredings(VUT)regeling en de behoefte om te komen tot een systeem van pensionering waarin rekening wordt gehouden met de wensen van de individuele werknemer en de eisen van de bedrijfsorganisatie.
Bijzonder nummer | Ouderenrechtoktober 1988AA19880719
C.J. Loonstra
In Frankrijk heeft het flink gerommeld begin 2006, toen de regering het ontslagrecht wilde versoepelen om de jeugdwerkeloosheid te verminderen kwamen er massale demonstraties. In andere landen wordt wel al een begin gemaakt met het versoepelen van het ontslagrecht, daarom wordt er verder ingegaan op het ontwikkelen van een europees ontslagrecht en hoe het Nederlands ontslagrecht ervoor staat.
Verdieping | Verdiepend artikeljuni 2006AA20060410
S.J. Rombouts
Bij mensenrechtenschendingen door bedrijven binnen hun mondiale waardeketens gaat het vaak over fundamentele arbeidsnormen: de verboden op kinderen dwangarbeid, gelijke behandeling, vakbondsvrijheid en veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Deze harde kern van werknemersbescherming is verankerd in alle corporate-sustainability-regulering, maar de wereldwijde schaal van de problematiek en de specifieke juridische betekenis en grondslag blijven vaak onderbelicht.
Opinie | Amusemaart 2025AA20250174
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 17 september 2004, nr. 38 378, ECLI:NL:HR:2004:AN8666 Het gebruikelijk loon van een werknemer die tevens een aanmerkelijk belang heeft in de werkgever, dient worden bepaald aan de hand van een vergelijking met het salaris van andere werknemers. Onder omstandigheden kan ook het nettoresultaat van de BV een rol spelen.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2005AA20050156
L.M. van den Bosch, R.H.T. Jansen
De Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren kent al bijna een eeuw een harde leeftijdsgrens: zodra een rechter zeventig jaar oud is, moet hij of zij de toga aan de wilgen hangen. De auteurs van dit redactioneel betogen dat de wettelijke pensioenontslagleeftijd voor rechters is verouderd. Zou die leeftijdsgrens niet met de gemiddelde levensverwachting moeten meegroeien?
Opinie | Redactioneelapril 2021AA20210331
J.P. Verhaar
Een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd op de wijze, zoals aangegeven in het arbeidsrecht (artt. 1639 e.v. BW), maar óók met toepassing van het algemeen verbintenissenrecht. De stringente regeling van het ontslagrecht biedt de werknemer een betere bescherming van zijn belangen, maar brengt voor de werkgever meer nadelen met zich mee. Hantering van de 'wils-vertrouwensleer' in ontslagzaken kan — in verband met de eis van gerechtvaardigd vertrouwen — voor de werkgever een onderzoeksplicht meebrengen naar de wil van de werknemer op het moment van het afleggen van diens verklaring tot beëindiging van het dienstverband. Ingevolge het in de artt. 3.2.2 en 3.2.3 Nieuw BW neergelegde systeem komt bij aanwezigheid van gerechtvaardigd vertrouwen de rechtshandeling tot stand; een onderzoek naar de wil van de werknemer kan tot gevolg hebben dat hij niet kan worden gehouden aan een door hem niet-gewild ontslag.Genoemd systeem, een onderdeel van het algemeen verbintenissenrecht, kan door de werkgever worden gebruikt om aan de ingewikkeldheden van het ontslagrecht te ontkomen. Het is dan de vraag of de onderzoeksplicht de werknemer voldoende bescherming biedt tegen een eventueel ontslag. In dit artikel zal ik aan de hand van de rechtspraak over dit onderwerp een antwoord geven op de volgende vragen:1 wordt deze onderzoeksplicht regelmatig door de rechter opgelegd?2 is de onderzoeksplicht een adequaat instrument om het in de artt. 3.2.2 en 3.2.3 neergelegde systeem te nuanceren?
Verdieping | Studentartikelfebruari 1988AA19880083