Bijzonder nummer

De ‘joint venture’: economische aspecten

P.J. Uitermark

De joint venture is een van de vele vormen van (strategische) samenwerking in het bedrijfsleven. Een algemeen aanvaarde definitie ervan kennen we niet, zodat de omvang van het verschijnsel niet nauwkeurig bekend is. Moeilijk te zeggen is evenzeer wat met de joint venture in het algemeen gesproken, wordt beoogd. De joint venture wordt ingezet in de concurrentiestrijd op de (wereld-)markt. Hoe en wanneer dit wapen wordt ingezet hangt af van de marktontwikkeling. Het is vaak een weinig kostbare en mede daardoor ook risicobeperkende manier om een nieuwe ondernemingsstrategie te beproeven.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950347

De Akkoorden van Genève

P.J. Kuyper

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680254

De autonome Awbmens?

L.J.A. Damen

Post thumbnail

Hoe staat het er voor met de autonomie van de modale burger in zijn verhouding tot het openbaar bestuur? Niet zo best. Een modale burger is in tal van situaties afhankelijk van overheidsinstanties. Daarbij wordt vaak ten onrechte uitgegaan van een zelfredzame, juridisch-bureaucratisch vaardige, autonome burger. Een realistischer burgerbeeld, een realistischer mensbeeld moet leiden tot een humane rechtsbetrekking tussen burger en bestuur, met een dienend bestuur en een dienende bestuursrechter. Pas dan kunnen alle burgers feitelijke bestuursrechtelijke autonomie bereiken.

Bijzonder nummer | Autonomie
juli 2017
AA20170628

De balie: een leemte in de rechtshulp?

Het Zwarte Nummer

De beoordeling van joint ventures onder Europees en nationaal mededingingsrecht

R. Ludding

In de marktgeoriënteerde economieën van de Lid-Staten van de Europese Unie is de mededinging tussen ondernemingen een drijvende kracht, het belangrijkste mechaniek voor het (uiteindelijk) efficiënt aanwenden van schaarse productiemiddelen, een stimulator van vernieuwing. Zowel op nationaal als op Europees niveau bestaan rechtsregels die ondernemingen weliswaar niet tot actieve concurrentie verplichten, maar wel beogen ondernemersgedrag dat tot een afnemende intensiteit of kwaliteit van de mededinging leidt of kan leiden, aan banden te leggen. Een gemeenschappelijke onderneming kan onder omstandigheden een merkbare beperking van de mededinging (tussen de partners onderling of tussen hen en derde-ondernemingen) tot gevolg hebben. Deze bijdrage bespreekt de beoordeling van dat gevolg naar Europees en nationaal recht.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950409

De beperkte betekenis van mededingingsrechtelijke beginselen voor het ontstaan van een interne Euregionale bouwmarkt na 1992

H. Nijholt

In deze bijdrage wordt ingegaan op de betekenis van het gemeentelijk (aanbestedings)beleid voor het ontstaan van een interne Europese (bouw)markt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de mededingings- en ordeningspolitieke aspecten van het aanbestedingsrecht. Te veel accent op uitsluitend het mededingingsaspect brengt het ontstaan van die interne markt in gevaar.

Bijzonder nummer | Europa 1992
mei 1989
AA19890436

De besloten vennootschap in Boek 2 BW

F.G.H. Kristen

De BV is naar aanleiding van de Eerste Richtlijn in ons rechtsstelsel geïntroduceerd. Deze vennootschapsvorm is een kopie van de NV; beide worden opgevat als een instituut. Is de besloten vennootschap harmonieus geregeld zowel wat betreft de inpassing in Boek 2 BW (wetsharmonie), als wat betreft de behoeften in de praktijk (rechtsharmonie)? Deze twee vragen staan in dit artikel centraal.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmonie
mei 1996
AA19960315

De bestuurlijke organisatie van de waterstaat

A. van Hall

Deze beschouwing behandelt de bestuurlijke organisatie rond de overheden die belast zijn met de zorg voor de waterstaat, en de regelgeving die daarop betrekking heeft. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de waterstaatszorg zijn toebedeeld aan zowel instellingen van algemeen bestuur (rijk, provincies, gemeenten) als van functioneel bestuur, te weten de waterschappen. Nadat op hoofdlijnen de regelgeving omtrent de takverdeling is geschetst, vindt een verdieping plaats naar een -ook internationaal bezien- vrij uniek overheidslichaam: het waterschap als doelcorporatie, belast met het beheer van watersystemen. De specifieke inspanningen van waterschappen zijn gericht op de waterkeringen en op de oppervlaktewater- en grondwatervoorkomens. Zowel in de uitvoering van die beheerstaak als in de bestuurlijk organisatie van waterbeheer ligt besloten, dat er talrijke verbanden zijn aan te wijzen tussen waterschappen en mede-overheden. Dat geldt binnen het waterbeheer en ten opzichte van aanpalende beleidsterreinen als ruimtelijke ordening, milieu, natuur en landschap en der vervoersinfrastructuur. Kortom: wie doet wat? En vervolgens: wat zijn de te verwachten ontwikkelingen ten aanzien van het nationale en regionale waterbeheer, voorzover het de bestuurlijke aansturing betreft?

Bijzonder nummer | Water
mei 1999
AA19990333

De betekenis van het Anglo-Amerikaanse zekerhedenrecht, in het bijzonder de floating charge en Article 9 Uniform Commercial Code: over bepaaldheid en publiciteit

T.H.D. Struycken

De floating charge van Engelse origine en het Amerikaanse regime van Article 9 Uniform Commercial Code geven te denken over twee aspecten van het Nederlandse zekerhedenrecht: bepaalbaarheid en publiciteit. Over de mate waarin de zekerheidsobjecten dienen te worden bepaald bij de vestiging van zekerheidsrechten in het Nederlandse recht, blijkt weinig met zekerheid te kunnen worden gezegd; het bekende Sio-arrest is een te zwakke basis voor de ‘heersende mening’ omtrent verpanding van roerende zaken. Verder steekt het stil pandrecht schril af bij het publiciteitsregime van het Anglo-Amerikaanse zekerhedenrecht. Er is reden te denken dat het publiciteitsloze pandrecht in strijd is met Europees mededingingsrecht. Bovendien sluit de juridische dogmatiek van het zekerhedenrecht slecht aan bij de realiteit van de kredietwereld.

Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans recht
mei 1998
AA19980417

De betekenis van religie in het familierecht. Is de gelijkstelling van een religieus huwelijk met het burgerlijke huwelijk opportuun?

Is de gelijkstelling van een religieus huwelijk, zoals een Christelijk of Islamitisch huwelijk, met het burgerlijk huwelijk opportuun?

D. Beke

De bijdrage onderzoekt de wenselijkheid om in België en Nederland religieuze huwelijken dezelfde officiële status te verlenen als het burgerlijke huwelijk. De vraagstelling wordt uitgewerkt aan de hand van het voorbeeld van het islamitische huwelijk.

Bijzonder nummer | Recht & Religie
juli 2003
AA20030573

De betekenis van taal in het strafrecht

N. Rozemond

De taalkundige interpretatiemethode schrijft voor dat aan alle begrippen in een wettelijke strafbepaling betekenis wordt toegekend in verband met de gevallen waarin de bepaling wordt toegepast. Dat gebeurt echter niet altijd, zoals uit het Elektriciteit-arrest, het Runescape-arrest en het Belminuten-arrest blijkt. Deze arresten staan daarom op gespannen met het legaliteitsbeginsel.

Bijzonder nummer | Recht & taal
juli 2015
AA20150624

De controversiële godsdienst- en meningsuiting

S.C. van Bijsterveld

Door godsdienst ingegeven uitspraken of uitspraken over godsdienst zijn de laatste jaren weer in staat om in de hele samenleving stof te doen opwaaien. Voor een open en vitale samenleving is debat daarover essentieel. Voor de juridische beoordeling van controversiële uitingen is zowel binnen het strafrecht als ook daarbuiten uiteindelijk een beoordelingsmarge aanwezig. Bij de concrete beoordeling van controversiële uitingen moeten wij ons niet laten leiden door zelfgenoegzaamheid, maar ook niet door de waan van de dag.

Bijzonder nummer | Recht & Religie
juli 2003
AA20030533