Resultaat 289–300 van de 409 resultaten wordt getoond
M.M. Boone
In de praktijk is het vaak zo dat de wetgever de banden van de rechter aantrekt als het vertrouwen in de rechter tanende is. Het concept wetsvoorstel minimumstraffen past dan ook geheel bij het sentiment van deze tijd. Sentiment is echter onvoldoende grond voor de fundamentele wijziging van het sanctiestelsel die door dit concept wetsvoorstel zou worden bewerkstelligd. De verwachting zal toch ten minste reëel moeten worden gemaakt dat de invoering van het concept wetsvoorstel tot verbetering zal leiden van de misstanden waarover de indieners zich zorgen maken. De empirische gronden waarop het concept wetsvoorstel berust, zijn echter bijzonder zwak onderbouwd. In deze opinie neemt Miranda Boone de taak op zich en onderzoeken in hoeverre de vier belangrijkste empirische veronderstellingen waarop het concept wetsvoorstel berust door uitkomsten van sociaal-wetenschappelijk onderzoek worden ondersteund.
Opinie | Opiniërend artikelseptember 2011AA20110620
M. Scheffers, P. de Vries
In de betrekkelijke luwte na de storm van het onderzoek van de commissie Van Traa werkte het Ministerie van Justitie aan een wetsvoorstel Bijzondere Opsporingsmethoden, waarin de opsporing van strafbare feiten in Nederland geregeld wordt. Dit voorstel wordt hier besproken.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingoktober 1997AA19970719
L. van Wifferen
De discussie over de inzet van politie en justitie is er één die steeds terugkeert. In de afgelopen jaren komt in het licht van deze discussie steeds vaker de vraag op naar de rol van burgers bij de handhaving van de strafrechtelijke rechtsorde. Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig te geven. In dit artikel volgt – mede aan de hand van recente rechtspraak – een verkenning van de grens tussen heldhaftig en strafwaardig optreden.
Verdieping | Verdiepend artikelseptember 2003AA20030620
A.C.M. Spapens
Houden criminelen de politie beter in de gaten dan anderom? Als dit zo is, mag dan de privacy worden ingeperkt om dit te ondervangen?
Opinie | Opiniërend artikelmaart 2007AA20070225
G.P.M.F. Mols
In dit artikel wordt ingegaan op het in Nederland marginaal toegepast en bekende onmiddellijkheids- of confrontatiebeginsel. Dit beginsel dat er op toeziet dat alles waarvan een verdachte wordt beschuldigd ook daadwerkelijk ter terechtzitting ter ore van de rechter komt staat centraal in dit artikel. De de auditu jurisprudentie en zaken als de geheime getuige hebben de marginalisering van dit beginsel versterkt. In dit artikel komt de noodzaak van het beginsel aan de orde en wordt er ook ingegaan op Straatburgse jurisprudentie en de invloed daarvan op het Nederlandse strafprocesrecht.
Bijzonder nummer | Rechtsbeginselenoktober 1991AA19910876
W.N. Ferdinandusse
Opinie | Opiniërend artikelmaart 2015AA20150186
J. de Hullu
Een milde terugblik op mijn proefschrift Over rechtsmiddelen in strafzaken van dertig jaar geleden aan de hand van de eerste vijf stellingen. Er blijkt het een en ander veranderd, zowel in de wettelijke regeling van de belangrijkste rechtsmiddelen in strafzaken als in mijn opvattingen. Overeind blijft wel mijn grondgedachte dat de rechtsmiddelen in strafzaken ook als stelsel moeten worden geanalyseerd en beoordeeld.
Literatuur | Voortschrijdend inzichtseptember 2019AA20190725
J.H. Crijns
Het is een bekend gegeven dat het Openbaar Ministerie en de politie geregeld afspraken maken met al dan niet verdachte burgers in de context van het strafproces of de voorfase daarvan. In deze bijdrage richt Jan Crijns zich op de afspraken die het Openbaar Ministerie met al dan niet verdachte burgers maakt met het oog op het vergaren van voor de opsporing relevante informatie en/of bewijs. Hierbij staat hij in het bijzonder stil bij de vraag of en in hoeverre dergelijke afspraken al dan niet als overeenkomst kunnen worden beschouwd alsmede bij de vraag welke rechtsnormen op een dergelijke afspraak van toepassing (kunnen) zijn.
Bijzonder nummer | Privatisering van het strafrecht | Overigjuli 2013AA20130538
M.M. Dolman
Wat heeft de moeder die een brood steelt om haar kind te voeden gemeen met de opticien die na sluitingstijd een slechtziende aan een bril helpt? Wat verenigt de gewetensbezwaarde dienstweigeraar met de arts die het leven van zijn ondraaglijk lijdende patint beindigt? Hoewel zij naar de letter van de wet een strafbaar feit begaan, worden zij niet gestraft: zij waren door overmacht gedrongen. In zijn proefschrift heeft Menno Dolman onderzocht hoe de strafuitsluitingsgrond overmacht functioneert: welke plaats heeft zij in het stelsel van strafuitsluitingsgronden?
Literatuur | Proefschriftbijdragejuni 2006AA20060444
D.J.C. Aben, J.M.J. Chorus, M. van der Horst, C. Kelk
Rijk geschakeerde verzameling opstellen over fundamentele strafrechtelijke kwesties die tot nadenken aanzetten.
9789069166100 - 24-04-2014
Y. Buruma
Hoge Raad 01-06-1999, nr. 110.367, ECLI:NL:HR:1999:ZD1605 Na onrechtmatig handelen door particuliere recherche is er nog geen sprake van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, onder omstandigheden kan er echter wel bewijsuitsluiting zijn.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2000AA20000117
J. Bijlsma
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2016AA20160716