Maandbladartikel

Ongelukkige samenloop van omstandigheden: vriendendienst en aansprakelijkheid

J.M. van Dunné

Hoge Raad 2 mei 2000, nr. C98/283HR, ECLI:NL:HR:2000:AA5784, NJ 2001, 300, nt. JH, (Jansen/Jansen). Ook bekend als de dwarse kast. In de noot bij dit arrest wordt ingegaan op de leer van de ongelukkige samenloop van omstandigheden en de in het verkeer geldende opvattingen van art. 6:162 lid 3 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2001
AA20010795

Ongerechtvaardigde verrijking

E.J.H. Schrage

Vanaf de dagen van het Romeinse recht zijn het contract en de onrechtmatige daad niet de enige bronnen van verbintenissen. Er zijn er nog een paar meer. Daaronder speelt de ongerechtvaardigde verrijking een belangrijke rol. Iedereen is tegen ongerechtvaardigde verrijking: vanaf de Romeinse jurist Pomponius, via de middeleeuwse jurist Martinus Gosia, tot de Hollandse natuurrechtsleraar Hugo de Groot. Desondanks heeft de vormgeving van een goede regeling veel voeten in de aarde. We volgen de ontwikkeling van een belangwekkend leerstuk vanaf de 2e eeuw na Chr. tot in het Nieuw BW.

Overig | Rode draad | Digesten
oktober 2005
AA20050815

Ongewenste ongeadresseerde brievenbusreclame: aan stickers kleven nogal wat bezwaren

D.J.G. Visser

Artikel bij de rode draad 'Recht en reclame' over de zelfregulering in de reclamebranch. Er wordt ingegaan op het fenomeen van de 'ongewenst reclamedrukwerk'-stickers. Waar dit vroeger een bijzonder fenomeen was, is de sticker tegenwoordig alom aanwezig. In dit artikel wordt besproken hoe dit systeem tot stand is gekomen en welke raakvlakken het heeft met het recht.

Overig | Rode draad | Recht en reclame
februari 1993
AA19930086

Onjuiste toepassing van artikel 4:46 BW?

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1531 (mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink; A-G mr. W.L. Valk)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2024
AA20240056

Onkruidverdelging bij de lelieteelt: reflexwerking van risicoaansprakelijkheid

T. Hartlief

Hoge Raad 2 december 2005, nr. C04/263HR, ECLI:NL:HR:2005:AU5661, LJN: AU5661, NJ 2006, 444 (JBMV) (Rijpma/Groot, Lelieteler) In de annotatie bij dit arrest wordt ingegaan op eigen schuld en in hoeverre dit ook aan de orde is als het om hulppersonen gaat.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2006
AA20060899

Online gokken: inzetten op verslavingspreventie

M.W. Kouwenberg, E.E. Maathuis

Sinds de legalisering van online gokken per 1 oktober 2021 is de online gokmarkt sterk gegroeid. De Nationaal Rapporteur Verslavingen vreest dat in de toekomst meer personen met een gokverslaving bij verslavingszorg terechtkomen. Hij adviseert een mogelijkheid te creëren om kansspelaanbieders aansprakelijk te stellen als zij niet voldoen aan hun onderzoeks- en zorgplicht. Wij bespreken – onder meer aan de hand van het Oostenrijkse Glücksspielgesetz – wat hiervoor nodig is en stellen voor een schadefonds op te richten.

Opinie | Redactioneel
februari 2024
AA20240083

Onmiddellijkheid heroverwogen

D. Garé, J.F. Nijboer bewerkt door P.A.M. Mevis

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Studentartikel
december 1999
AA19990877

Onrechtmatig verkregen bewijs in belastingzaken

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 1 juli 1992, nr. 26331, ECLI:NL:HR:1992:ZC5028, BNB 1992/306 Uitspraak van de Hoge Raad in een belastingrecht zaak waarbij strafvorderlijke elementen een rol spelen. De Hoge Raad geeft de volgende rechtsregel: Er bestaat geen rechtsregel die ieder gebruik verbiedt van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijsmiddelen voor het vaststellen van de uit de wet voortvloeiende belastingschuld en het opleggen van een verhoging. De inspecteur wordt in dat gebruik beperkt door algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1993
AA19930137

Onrechtmatig verkregen bewijs in de civiele procedure

W.H. van Soeren

Onrechtmatig verkregen bewijs in het strafproces heeft de laatste jaren regelmatig in de belangstelling gestaan. Dit heeft tot gevolgd gehad, dat vragen over de rechtskracht van dergelijk bewijs voor een groot deel beantwoord zijn. In de civiele procedure is het echter nog onduidelijk, wanneer de rechter bewijsmateriaal onrechtmatig zal achten. Evenmin staat vast wat de gevolgen hiervan zijn voor de verdere loop van het geding, ofwel in hoeverre de rechter 'besmet' materiaal als bewijs in aanmerking zal nemen. In onderstaand artikel geeft de auteur een overzicht van de problemen rond onrechtmatig verkregen bewijs in hete burgerlijk procesrecht. Uit de behandeling van de schaars gepubliceerde jurisprudentie zal blijken dat het misschien nog te vroeg is om conclusies te trekken. Toch zal de auteur proberen enige criteria te formuleren, die de rechter kan hanteren bij de vraag, wanneer het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs toelaatbaar is.

juli 1986
AA19860483

Onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal in het bestuursrecht

Y.E. Schuurmans

Post thumbnail

Bestuursorganen kunnen gebruik maken van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal, tenzij dat op een wijze is verkregen die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit onder alle omstandigheden onrechtmatig is. In dit artikel wordt bezien hoe het leerstuk van bewijsuitsluiting in het bestuursrecht invulling krijgt door mensenrechtenbescherming en verandering ondergaat door gedigitaliseerd en geprivatiseerd toezichtonderzoek.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2017
AA20170388

Onrechtmatige rechtspraak: een nieuw criterium

V.V.R. van Bogaert

Wat nu als de rechter je onderneming failliet verklaard, dit in hoger beroep dit wordt teruggedraaid, maar de curator de spullen al verkocht heeft? In het Nederlandse recht is het niet langer mogelijk om de rechter in persoon aan te spreken, maar ook de staat aansprakelijk stellen is in dit geval zeer moeilijk en kan alleen bij schending van artikel 6 EVRM (Fair Trail)

Opinie | Opiniërend artikel
februari 2006
AA20060109

Onrechtmatige wetgeving

R.J.B. Schutgens

Roel Schutgens promoveerde op 22 juni 2009 cum laude aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Onrechtmatige wetgeving. Promotoren waren prof.mr. C.A.J.M. Kortmann en prof.mr.drs. C.H. Sieburgh. In dit artikel bespreekt hij zijn proefschrift.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
december 2009
AA20090850