Verdieping

Het leerstuk van de horizontale directe werking van Unie­grondrechten op de voet gevolgd

M. de Mol

Post thumbnail De grondrechten van de Europese Unie kunnen rechtstreeks van toepassing zijn in verhoudingen tussen particulieren en zelfs verplichtingen voor particulieren met zich brengen. De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het leerstuk van de horizontale directe werking is volop in ontwikkeling. Dit artikel analyseert de actuele stand van zaken.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2019
AA20190371

Het lek van Nootdorp, beschouwingen over het verschoningsrecht van journalisten

P.J.R. Habraken

Mag een journalist zich ter bescherming van zijn bronnen verschonen van het afleggen van getuigenis in rechte? In dit artikel wordt naar aanleiding van de geruchtmakende 'Nootdorp-affaire' het geldende recht met betrekking tot het journalistieke verschoningsrecht onderzocht. Hierbij komt aan de orde de vraag, of artikel 10 ECRM — eventueel in verband met artikel 19 BuPo-verdrag — de journalist in dat opzicht wellicht nieuwe mogelijkheden biedt.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1989
AA19890825

Het leven is vaak sterker dan de leer!

Interview met prof.dr. G.P. Hoefnagels

E. Baken, A. Snijder-Lobik

Peter Hoefnagels werd in 1927 in Bilthoven geboren. Hij studeerde Indisch recht en psychologie in Utrecht. Gedurende zijn militaire diensttijd was hij werkzaam als griffier en als plaatsvervangend officier-commissaris bij de Krijgsraad, waar hij werd geïnspireerd tot het schrijven van een van zijn bekendste boeken: 'Rituelen ter terechtzitting'. In 1957 promoveerde hij op de dissertatie 'De Rapportage in het kinderrecht'. Vervolgens werkte hij onder meer bij de Raad voor de Kinderbescherming en aan een sociale academie. Daarna was hij fellow aan de Universiteit van Californië in 'The Center for Law and Society'. Sinds 1965 in Hoefnagels werkzaam als hoogleraar Criminologie en Kinderrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Daarnaast houdt hij zich bezig met bemiddeling op het gebied van echtscheiding. Tevens is hij lid van de Eerste Kamer (D'66). In dit interview wordt onder meer aandacht besteed aan de ideeën van prof.dr. G.P. Hoefnagels over echtscheidingsbemiddeling, omgangsrecht en de toekomst van het echtscheidingsrecht. Hij pleit tevens voor een 'doe-het-zelf-scheiding' en een zogenaamde gehuwdenverzekering, die na scheiding verzekert van een uitkering. Ten slotte komt zijn kritiek op de Raad voor de Kinderbescherming ter sprake.

Verdieping | Interview
november 1990
AA19900811

Het mededingingsrechtelijk ondernemingsbegrip in het hoger onderwijs

Ph.M. Wiggers

Zijn de huidige hoer onderwijsinstellingen aan te merken als ondernemingen in de zin van het mededingingsrecht? Blijft de positie van de hoger onderwijsinstellingen in dat opzicht in de toekomst onveranderd? Wat zijn de gevolgen van de voorgenomen nieuwe wijze van financiering van het hoger onderwijs? Op deze en andere vragen geeft dit artikel een antwoord.

Verdieping | Studentartikel
september 2005
AA20050666

Het Mitbestimmungsrecht op de schop?

M.J. van Ginneken, T.A. Keijzer

Post thumbnail

Het Duitse medezeggenschapsrecht bepaalt van oudsher dat bij grote vennootschappen de helft van de zetels in de raad van commissarissen voor werknemersvertegenwoordigers is gereserveerd. Deze vertegenwoordigers worden echter enkel gekozen door de werknemers actief in Duitsland. Bij het Hof van Justitie ligt de vraag voor of deze regeling strijdig is met het Europeesrechtelijke verbod van discriminatie naar nationaliteit en/of het vrije verkeer van werknemers. Zijn aanpassingen noodzakelijk – en in welke richting?

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2017
AA20170026

Het Nederlandse ‘polygamiebeleid’ en artikel 8 EVRM

R.A. van der Pol

In dit artikel wordt ingegaan op de in 1992 geldende beleidsregel dat voor een in Nederland verblijvende in polygamie gehuwde vreemdeling slechts één echtgenote en daaruit geboren kinderen voor gezinshereniging in aanmerking komen. De vraag die bij deze beleidsregel gesteld wordt, is of deze regeling wellicht in strijd is met art. 8 EVRM dat recht geeft op 'family life' zonder al te grote inmenging van de staat. Er wordt ingegaan op het begrip polygame in het Nederlandse vreemdelingenrecht en uitspraken van het EHRM en de Hoge Raad inzake polygamie en het recht op gezinsleven.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 1992
AA19920476

Het Nederlandse strafrecht in de ban van het Unierecht

M.J.J.P. Luchtman, R.J.G.M. Widdershoven

Post thumbnail Het Nederlandse strafrecht europeaniseert in hoog tempo. De EU-invloed op de strafrechtspleging is al veel groter dan velen denken. Zo is de betekenis van het Handvest van de Grondrechten en de rechtspraak van het Hof van Justitie sterk toegenomen, terwijl de directe betekenis van het EVRM vermoedelijk zal gaan afnemen. Dit artikel brengt de belangrijkste ontwikkelingen ter zake in kaart.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2018
AA20180873

Het Nederlandse toelatingsbeleid voor asielzoekers

A.P. Taselaar

Bijzonder nummer | Vreemdelingenrecht | Verdieping | Studentartikel
mei 2000
AA20000376

Het Nederlandse verbod op no cure no pay en quota pars litis: een mededingingsrechtelijk perspectief

F. ten Have, J. Mulder

Vrije mededinging in markten waar vrije beroepen actief zijn, is geen vanzelfsprekendheid. Vrije beroepen worden vaak gedeeltelijk gereguleerd door het publiekrecht. Deze inmenging door de overheid kan de concurrentie belemmeren maar wordt, in het geval van de advocatuur, echter als noodzakelijk beschouwd om het kwaliteitsniveau en de onafhankelijkheid van de beroepsgroep te kunnen waarborgen. Dit wordt nodig geacht omdat in de markten voor vrije beroepen vaak sprake is van marktimperfecties. Het recente voornemen van minister van Justitie Hirsch Ballin om het verbod op no cure no pay en quota pars litis voor de advocatuur wettelijk vast te leggen, is een voorbeeld van een overheidsmaatregel die mededingingsbeperkende effecten heeft. Tegelijkertijd beoogt de regelgeving inzake no cure no pay en quota pars litis echter de belangen van de justitiabele waar het betreft de partijdigheid, de integriteit en de onafhankelijkheid van de advocaat te beschermen, alsmede het excessief declareren te voorkomen. Bij toetsing van regulerende maatregelen aan het mededingingsrecht is van belang dat een bepaalde beperking van de concurrentie in de beroepsgroep noodzakelijk is voor de bescherming van de integriteit van het vrije beroep of van het algemeen belang.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2007
AA20070438

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek en profil

E. Florijn

Op 25 april 1947 ontving de Leidse hoogleraar E.M. Meijers (1880-1954) bij Koninklijk Besluit de opdracht een 'nieuw burgerlijk wetboek te ontwerpen'. Daarmee werd het sein gegeven voor het waarschijnlijk grootste en meest ambitieuze wetgevingsproject van de twintigste eeuw. Nu, bijna vijfenveertig jaar later, is de herziening van het uit 1838 stammende Burgerlijk Wetboek nagenoeg voltooid. Op 1 januari 1992 zullen namelijk de Boeken 3, 5 en 6 in werking treden, alsmede een aantal belangrijke titels van Boek 7. Zij werden voorafgegaan door Boek 1 (Personen- en familierecht) en Boek 2 (Rechtspersonen), die respectievelijk op 1 januari 1970 en 26 juli 1976 geldend recht werden. De totstandkoming van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, waarin ook de stof van het Wetboek van Koophandel is opgenomen, is een werk van zeer lange adem geweest en heeft generaties van ontwerpers, rechtsgeleerden en soms ook Kamerleden in de ban gehouden. In dit artikel wil ik ingaan op een aantal aardige en minder aardige aspecten van het ontstaan en de ontwikkeling van dit grote werk. Daarbij zal ik tevens aandacht schenken aan de betekenis van dit hercodificatieproject voor de rechtsontwikkeling in het privaatrecht.

Verdieping | Studentartikel
december 1991
AA19911078

Het nieuwe erfrecht in een notendop

W.D. Kolkman

Op 1 januari 2003 ziet het nieuwe erfrecht het licht. Het oude, in Boek 4 neergelegde erfrecht maakt plaats voor vers recht. Het fonkelnieuwe erfrecht laat van het oude, vergrijsde Boek 4 geen spaander heel. Alle leerstukken gaan op de schop. In dit artikel licht ik kort de meest in het oog springende noviteiten toe, zonder de illusie hoog te houden volledig te zijn. Onder de loep worden genomen de aanmerkelijk verbeterde positie van de langstlevende echtgenoot, de degradatie van de rol van de legitimaris en het fenomeen ‘andere wettelijke rechten’.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2002
AA20020716

Het nieuwe LGO-besluit

F.A.N.J. Goudappel

Post thumbnail Het nieuwe LGO-besluit inzake de Landen en Gebieden Overzee herdefinieert de relatie die de Europese Unie heeft met de overzeese gebieden van de lidstaten. De overzeese gebieden krijgen meer inspraak, er zijn nieuwe subsidiemogelijkheden maar ook worden er strengere eisen gesteld aan in- en export.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2014
AA20140452