Verdieping

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens: luctor et emergo

M. Kuijer

Post thumbnail Het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) is zonder twijfel één van de meest succesvolle mensenrechtendocumenten. Het is van toepassing in 18 tijdzones op meer dan 800 miljoen justitiabelen. Het Europees Hof voorde Rechten van de Mens (EHRM) heeft een werkvoorraad van om en nabij de 100.000 dossiers. Maar het Straatsburgse Hof moet het doen met een budget van omstreeks 53 miljoen euro. In 2001 publiceerde ik in Ars Aequi een tweeluik waarin ik stilstond bij het succes van de afgelopen 50 jaar EVRM en vooruitblikte op de grote uitdagingen voor het EHRM in de komende 50 jaar. Dit artikel is een vervolg daarop. Hoe moet het verder met het EHRM en de immer groeiende werklast? Gaat Rusland het 14e Protocol nog ratificeren? Wat zal de impact zijn van toetreding van de EU tot het EVRM? Is vasthouden aan een reële nulgroei van het budget van de Raad van Europa nog realistisch?

Verdieping | Studentartikel
juni 2008
AA20080424

Het evenredigheidsbeginsel als gedragsnorm voor het overheidsbestuur

H.E. Bröring

Post thumbnail In haar Harderwijk-uitspraak van 2 februari 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een nieuwe lijn voor het evenredigheidsbeginsel uitgezet. Hiermee is de terughoudende toetsing in het kader van artikel 3:4 lid 2 Awb verlaten. Deze bijdrage gaat over de betekenis van de koerswijziging voor het bestuursrechtelijke besluitvormingsrecht, waar het evenredigheidsbeginsel geen toetsingsnorm maar een gedragsnorm vormt.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2022
AA20220755

Het falen en slagen van oorlogstribunalen: lessen van Saddam Hoessein en Milosovic, Den Haag, Neurenberg en Leipzig

E. Blankenburg

Bij de morele oorlogsvoering van onze dagen hoort het recht. Waar in de 19de eeuw historische claims of nationale belangen voldeden, wordt heden ten dage de bevrijding van een crimineel regime als legitimatiegrond aangevoerd. Bij deze rechtvaardiging hoort dan ook de berechting van 'schuldigen', liefst voor een internationaal erkend tribunaal. Het idee terug naar de berechting van oorlogsschuld na de twee wereldoorlogen van de 20e eeuw. Diens geschiedenis toont aan hoe de gerechtelijke afrekening kan slagen en hoe zij kan mislukken. In het volgende betoog worden er enkele lessen getrokken uit deze geschiedenis, en dan in het bijzonder met betrekking tot degenen die bij het tribunaal van Saddam Hoessein veronachtzaamd zijn.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2007
AA20070138

Het fiduciaverbod en de beschermingsgedachte: miskend, ontkend of vergeten?

W.H.B.K. Nieuwesteeg

Post thumbnail Het fiduciaverbod is een van de meest besproken goederenrechtelijke onderwerpen van de laatste eeuw. Deze bijdrage beschrijft de figuur waartegen het verbod zich richt: de zekerheidseigendom. Verder wordt ingegaan op de ratio van het verbod, de nadere vormgeving ervan en enkele recente ontwikkelingen die de figuur in zijn huidige vorm naar mening van de auteur onhoudbaar maken.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2020
AA20200169

Het gelijkheidsbeginsel in het vreemdelingenrecht

F.T. Groenewegen

In dit artikel wordt ingegaan op de werking van het gelijkheidsbeginsel in het vreemdelingenrecht. Eerst wordt bekeken hoe het gelijkheidsbeginsel in de literatuur en jurisprudentie wordt beoordeeld in het licht van het vreemdelingenrecht. Vervolgens wordt er ingegaan op de beleidsvrijheid. Daarna komt de erkenning van A-status van een vreemdeling en vluchtelingenerkenning aan de orde, in het licht gezien van het gelijkheidsbeginsel. Dit wordt eveneens gedaan bij verblijfsvergunningen. Tenslotte worden problemen besproken rondom de motivering in zaken waarbij het gelijkheidsbeginsel in het geding is.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 1994
AA19940803

Het gezag van de ongehuwde vader bezien vanuit een nationaal en Europees perspectief

C.G. Jeppesen de Boer

Post thumbnail

Welke positie heeft de ongehuwde vader? Zijn positie is aan de orde gesteld door Tweede Kamerlid Vera Bergkamp van D66. Zij vindt dat het voor ongehuwde vaders makkelijker moet worden om na erkenning gezag over hun kinderen te krijgen. Een initiatiefwetsvoorstel met toelichting is gepubliceerd op de website van D66. Volgens dit voorstel krijgt de ongehuwde vader die het kind erkent automatisch gezag, behoudens enkele uitzonderingen; onder andere in de situatie waar de ouders het eens zijn en verklaren dat het gezag alleen door de moeder wordt uitgeoefend. Ook de Staatscommissie Herijking Ouderschap heeft zich gebogen over het onderwerp en stelt voor dat met de aanvaarding van ouderschap door de ongehuwde vader het gezamenlijk ouderlijk gezag ook meteen geregeld wordt. Naar huidig Nederlands recht krijgt de ongehuwde vader geen automatisch gezag na erkenning, in tegenstelling tot de vader die een huwelijk of geregistreerd partnerschap met de moeder heeft. In deze bijdrage wordt de positie van de ongehuwde vader met betrekking tot het gezamenlijk ouderlijk gezag behandeld in een Nederlands en Europees perspectief.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2017
AA20170089

Het ijzeren geheugen van internet

A.W. Hins

Wil je weten wat er terecht gekomen is van een ex-klasgenoot? Een voor de hand liggende methode om daar achter te komen is het inschakelen van een zoekmachine op het internet. Binnen enkele seconden ontdek je dat hij vorig jaar als tweede is geëindigd bij een zeilwedstrijd op de Loosdrechtse Plassen. Of je vindt tal van brieven die hij heeft ondertekend als secretaris van een actiegroep tegen de bioindustrie. Voor het recht om ongehinderd inlichtingen en denkbeelden te ontvangen (art. 10 EVRM) is deze gemakkelijke toegang tot informatie natuurlijk gunstig. Er is echter ook een keerzijde.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080558

Het instituut van de borgsom in het Nederlandse strafprocesrecht

De voor- en nadelen in nationaal perspectief

B.J. Polman

Post thumbnail De borgsom in het Nederlandse strafprocesrecht leidt tot op heden slechts een slapend bestaan. In de praktijk klinken echter steeds meer geluiden vóór toepassing van alternatieven voor de voorlopige hechtenis. In deze bijdrage wordt daarom vanuit verschillende perspectieven stilgestaan bij de voor- en nadelen van de toepassing van de borgsom.

Verdieping | Studentartikel
juni 2015
AA20150437

Het internationale recht en de nationale (t)rechter: de een ieder beschermende toepassing van artikel 94 Grondwet

B.A. Kuiper-Slendebroek

Post thumbnail

Het internationale recht dat de Nederlandse staat bindt, wordt door de nationale rechter toegepast. Dit is onder andere neergelegd in artikel 94 Grondwet. In deze bijdrage wordt de toepassing van dit artikel uiteengezet aan de hand van wetsgeschiedenis en jurisprudentie.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2016
AA20160079

Het internetvergeetrecht

G.-J. Zwenne

Post thumbnail Vijf jaar vocht Mario Costeja González tegen Google. De inwoner van Coruña verlangde van de zoekmachine dat, in het geval er op zijn naam wordt gezocht, twee korte berichten uit de zoekresultaten zouden worden verwijderd. De berichten waren in 1998 gepubliceerd in het Spaans dagblad La Vanguardia en betroffen de openbare verkoop van onroerend goed van Costeja in verband met een beslag ter betaling van sociale zekerheidsschulden.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2015
AA20150009

Het inzagerecht van de ex-mentor na het overlijden van de betrokkene

D. Pos

Op 29 januari 1998 wees de civiele kortgedingkamer van het gerechtshof te Amsterdam een belangwekkend arrest. Inzet van het onderhavige kort geding was inzage in het medisch dossier van eenoverleden psychiatrische patiënte door haar vader, tevens haar ex-mentor. Het Hof wees de vorderingvan de vader toe en vernietigde het vonnis van de president in eerste aanleg.

Verdieping | Studentartikel
juni 1998
AA19980547

Het inzagerecht van de terbeschikkingsgestelde in medische dossiers

J. Welie

Het inzagerecht van de terbeschikkinggestelde kan om therapeutische redenen worden beperkt, in tegenstelling tot de verdachte en vrijwillig verpleegde patiënt. In dit artikel wordt betoogd dat deze beperking van de rechtspositie van de terbeschikkinggestelde achterhaald en inconsequent is. De gesignaleerde beperkingen op het inzagerecht van de terbeschikkinggestelde zijn volgens de auteur zo opmerkelijk omdat zij ten eerste niet in overeenstemming zijn met hetgeen elders in het Wetboek van Strafvordering wordt gesteld en daarnaast strijdig zijn met het hedendaagse gezondheidsrecht. Op beide punten wordt nader ingegaan. De conclusie luidt dat de verdachte als terbeschikkinggestelde over een onbeperkt inzagerecht dient te beschikken.

Verdieping | Studentartikel
november 1990
AA19900807