Staats- en bestuursrecht

De legitimiteit van rechterlijke rechtsvorming

R.A.J. van Gestel, M.A. Loth

Rob van Gestel & Marc Loth kruisen in deze Tweeluik de degens met Geerten Boogaard & Roel Schutgens over de stelling ‘Waar het gaat om maatschappelijke kwesties die zowel met het politieke domein als met het domein van de rechtspraak verband houden, zou de hedendaagse trias politica ten aanzien van de rechter moeten voorschrijven dat deze een actieve rol op zich neemt.’

Opinie | Tweeluik
oktober 2020
AA20200885

De levensbeëindiging van een gehandicapte mongoloïde pasgeborene

C. Kelk

Hoge Raad 28 april 1989, nr. 2238, ECLI:NL:HR:1989:AD0762 (mrs. Bronkhorst, Van den Blink, Beekhuis, Mout en Govaerts) (gegeven na conclusie van A-G Fokkens tot verwerping van het beroep). De beslissing van een medicus om niet over te gaan tot de operatie van het mongoloïde kind (geboren met het syndroom van Down), dat leed aan een duodenum atresie (afsluiting van de maag en de twaalfvingerige darm) alsmede tot het beëindigen van de medische behandeling, welke het kind genoot, waarna het kind is overleden, kan naar het oordeel van het Hof en van de Hoge Raad de toets van de redelijkheid doorstaan. Hierbij waren een aantal omstandigheden van belang. Deze worden in onderstaande bijdrage nader toegelicht. Ook wordt ingegaan op de gecompliceerde materie van de omissiedelicten, de bijzondere zorgplichten, de wijze van marginale toetsing in de bezwaarschriftprocedure alsmede de rol van de arts. In de noot wordt tevens kritiek geuit op de bezwaarschriftprocedure, waarin een omstreden en zeer gecompliceerde kwestie werd beslecht. Hiermee wordt volgens de auteur zowel de aard van de bezwaarschriftprocedure als het belang van de zaak zelf geweld aangedaan: voor een vóórprocedure was het onderzoek te verstrekkend, voor een onderzoek ten gronde was het té oppervlakkig.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1989
AA19890862

De machtigingswet: crisismanagement in de rechtsstaat

J.F.L. Roording

Meer dan incidenteel heeft de staatsrechtelijke literatuur zich met het fenomeen machtigingswetgeving niet beziggehouden. Toch is daar alle aanleiding toe, omdat het riekt naar een anti-democratische, autoritaire regeerstijl. Aan de hand van een bespreking van drie als zodanig bekend staande machtigingswetten wordt getracht enige duidelijkheid te scheppen over de aard van dit type wetgeving. Tot slot worden kort enige voorwaarden geschetst waaronder, naar mijn mening, machtigingswetgeving uit rechtsstatelijk oogpunt verantwoord, of zelfs aangewezen is.

Verdieping | Studentartikel
januari 1990
AA19900003

De malus in de eindfase?-de CRvB over de WAO-boetes

J. Riphagen

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 15 februari 1995, ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1348, nr. 1994/2TAV-AAW In deze uitspraak en de daarbij behorende noot wordt de malus-regeling besproken die is ingevoerd bij de WAO. De noot biedt uitgebreide informatie over de regeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1995
AA19950497

De mantelzorgwaardering: een waardevol cadeau of een doekje voor het bloeden?

F. de Kievit

Mantelzorgers hebben in Nederland recht op een jaarlijkse blijk van waardering van de gemeente (de mantelzorgwaardering). Te denken valt aan een cadeaubon, een bosje bloemen of een klein geldbedrag. Hoewel de waardering van mantelzorgers gelet op hun onmisbare rol in het zorgstelsel terecht is, kan er tegelijk gesproken van ‘verdraaid recht’. De relatief kleine waardering die wordt uitgereikt sluit onvoldoende aan op wat nodig is om de problemen die spelen voor mantelzorgers daadwerkelijk op te lossen.

Blauwe pagina's | Verdraaid recht
februari 2024
AA20240084

De mensbeelden van bestuursorganen en bestuursrechters

L.J.A. Damen

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1196, nr. 201107751/1/H2, LJN: BV1196, AB 2012/73

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2012
AA20120641

De militaire dimensie van de Europese Unie

P.J. Teunissen

Deze bijdrage behandelt de geschiedenis van het debat over een Europese defensie, als achtergrond voor de onderhandelingen sinds 1998 over een autonome Europese strijdmacht voor interventie bij crises. Uiteengezet wordt voorts waarom het voor de Europese Unielanden niet zo gemakkelijk is zelfstandiger militair op te treden. Zij hebben een tekort aan middelen en kunnen zich ook om strategische redenen niet losmaken van de Verenigde Staten, de andere NAVO-landen en de andere Europese landen. In de kern is het een zeer politieke aangelegenheid.

Bijzonder nummer | De toekomst van de Europese integratie
mei 2001
AA20010395

De mythe van de trias

H. Gommer

De leer van de trias politica wordt eerstejaars studenten met de paplepel ingegoten. De daaraan gekoppelde machtenscheiding is een van de voornaamste obstakels voor externe controle van de rechter. In dit artikel wordt gesteld dat de leer van de machtenscheiding geen adequate beschrijving van de werkelijkheid geeft en daarom nauwelijks als argument kan worden gebruikt. Het gaat in de rechtsstaat veel meer om machtsevenwicht. De auteur introduceert een alternatief, waarbij niet langer de trias van staatsmachten, maar de burger centraal staat: de machtencirkel.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2007
AA20070021

De nieuwe structuur van de Raad van State

A.Q.C. Tak

De Eerste Kamer is onlangs met grote tegenzin akkoord gegaan met een wetsvoorstel dat voorziet in een nieuwe structuur van de Raad van State. Hoe is deze nieuwe structuur van de Raad van State en waarom was zij nodig? Twan Tak noemt de hoofdpunten, maar gaat vooral in op wat er niet geregeld wordt: de reeds in 1994 beloofde definitieve vormgeving van het hoger beroep en de rechtseenheidsvoorziening in de bestuursrechtspraak. Volgens hem lijkt de eigenlijke functie van de wet juist het (definitief) ontlopen van die belofte en het verder verankeren en verstevigen van de reeds vóór 1994 bestaande versnippering van de Nederlandse bestuursrechtspraak onder de informele leiding van de Raad van State.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2010
AA20100782

De Officier van Justitie als rechterlijke autoriteit?

R. de Bruijn

Het Europese Hof- en de Europese Commissie voor de Rechten van de mens hebben een aantal voorwaarden geformuleerd waaraan een rechterlijke autoriteit moet voldoen. In dit artikel wordt bekeken in hoeverre de Nederlandse Officier van Justitie (OvJ) als rechterlijke autoriteit is aan te merken. Hiertoe worden de posities en het optreden van de OvJ aan de in de Europese jurisprudentie ontwikkelde voorwaarden getoetst. Ook worden enkele suggesties voor de toekomst gedaan.

Verdieping | Studentartikel
december 1989
AA19890973

De omvang van het geding (Digitaal boek)

R. de Bock

Post thumbnail De bestuursrechter toetst of een besluit rechtmatig is. Art. 8:69 Awb geeft nadere uitwerking aan de inhoud en de omvang van de toetsing. De jurisprudentie over art. 8:69 Awb in kaart gebracht en gestructureerd.

9789069165172 - 04-06-2004

De ongekende opleving van het noodrecht in de coronacrisis

Over de inzet van noodverordeningen en staatsnoodrecht ter infectieziektebestrijding

A.J. Wierenga

Post thumbnail Ons infectieziektebestrijdingsrecht bleek na de uitbraak van het coronavirus al snel volstrekt ontoereikend voor de noodzakelijk geachte maatregelen. De juridische queeste naar aanvullende bevoegdheden resulteerde uiteindelijk in een speciale coronawet. In langdurige afwachting van die wet werd intensief gebruik­gemaakt van het gemeentelijke noodrecht om het gat te dichten. Zelfs het staatsnoodrecht werd ingezet ter infectieziekte­bestrijding. Dit uitzonderlijke gebruik van het noodrecht staat centraal in dit artikel.

Bijzonder nummer | Crisis!
juli 2021
AA20210660