Staats- en bestuursrecht

Resultaat 1921–1932 van de 2093 resultaten wordt getoond

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

H.G. Schermers

Eerste artikel in een reeks van artikelen waarin de toekomstige uitspraken van het EHRM worden genoemd en geanalyseerd.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 1994
AA19940733

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

E.A. Alkema

Dit zesde overzicht van zaken die aanhangig zijn bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft een andere opzet dan de vijf voorgaande. Uitgegaan is van de rol van het Hof op 6 maart 1997. Daarop staan niet slechts de zaken die door de Commissie of verdragstaten zijn voorgelegd, maar ook zaken rechtstreeks afkomstig van individuele klagers. Sinds het negende protocol van kracht is (1 oktober 1994), zijn individuele klagers daartoe bevoegd tegenover staten die zoals Nederland dat protocol hebben aanvaard. Daarentegen blijven zaken waarin de rapporten van de Commissie (nog) vertrouwelijk zijn buiten beschouwing. Verder zijn de zaken gegroepeerd naar de (belangrijkste) in het geding zijnde verdragsbepaling. Overigens is — evenmin als in eerdere overzichten — gestreefd naar volledigheid. Zo worden niet alle Italiaanse zaken vermeld. Want, ofschoon veel van de tegen Italië gevoerde procedures over overschrijding van de redelijke termijn niet aan het Hof maar aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa worden voorgelegd, paraisseert toch nog een aanzienlijk aantal op de rol van het Hof. Voor de Nederlandse rechtspraktijk zijn die echter doorgaans van beperkt belang.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 1997
AA19970583

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

H.G. Schermers

Dit is het vierde overzicht van zaken die door de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn verwezen en waarover binnen het komende jaar een uitspraak van het Hof kan worden verwacht. Evenals vorige keren zijn een tiental zaken gelicht uit de stroom van zaken die aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn voorgelegd. Wij hopen hiermede de belangrijkste zaken onder de aandacht van de lezers van Ars Aequi te brengen. In de verslagperiode (1 oktober 1995-1 februari 1996) werden 209 zaken door de Commissie naar het Comité van Ministers verwezen. 131 daarvan betroffen de duur van procedures in Italië. Van deze 209 zaken verwees de Commissie er 19 naar het Hof. Nog twee andere werden door de Turkse regering aan het Hof voorgelegd. De resterende 188 zaken worden door het Comité van Ministers van de Raad van Europa afgedaan.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 1996
AA19960253

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

H.G. Schermers

Dit is het derde overzicht van zaken die door de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn verwezen en waarover binnen het komende jaar een uitspraak van het Hof kan worden verwacht. Evenals vorige keer zijn een tiental zaken gelicht uit de stroom van zaken die aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn voorgelegd. Wij hopen hiermee de voor de Nederlandse studenten belangrijkste zaken onder de aandacht van de lezer van Ars Aequi te brengen. In de verslagperiode (1 februari tot 1 oktober 1995) werden 294 zaken door de Commissie naar het Comité van Ministers verwezen. 169 daarvan betroffen de duur van procedures in Italië. Van deze 294 zaken werden er 41 naar het Hof verwezen. De overige 253 worden door het Comité van Ministers van de Raad van Europa afgedaan.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 1995
AA19950863

Toelating van vluchtelingen. Dure plicht of welwillend beleid?

M.J. van Enk

De laatste jaren heeft hel vreemdelingenbeleid niet alleen veel belangstelling gekregen, maar ook zeer veel kritiek te verduren gehad. En dit betreft niet in het minst de vluchtelingenproblematiek. Over het beleid valt in ons land gelukkig nog te twisten. Maar het is de vraag in hoeverre er ten aanzien van vluchtelingen sprake is van een beleidsvoering. Hoe en door wie wordt dat beleid dan gevoerd? Is het niet zo, dal als iemand vluchteling is, hij gewoon wordt toegelaten, omdat we dat volgens Verdrag of wet verplicht zijn? En dat wanneer iemand niet aan de maatstaven daarvoor voldoet, hij wordt geweigerd, omdat we hem er in Nederland niet bij kunnen hebben?

januari 1982
AA19820008

Toetsing van de (mogelijke) beperking in het Nederlandse stelsel van gefinancierde rechtsbijstand aan artikel 6 lid 1 EVRM

R. Kolvoort

De afgelopen acht jaar is het terrein van de gefinancierde rechtsbijstand door forse bezuinigingsmaatregelen getroffen. Inmiddels zijn nieuwe voorstellen gedaan die moeten leiden tot een verdere vermindering van de kosten voor de gefinancierde rechtsbijstand. In verband met deze maatregelen heeft Renske Kolvoort op initiatief van de Landelijke Organisatie van Bureau's voor Rechtshulp (LOB) onderzocht welke grenzen artikel 6 lid 1 EVRM stelt aan de mogelijkheden om de gefinancierde rechtsbijstand van overheidswege te beperken. Haar onderzoek staat in dit artikel centraal. Onder meer het belang van het recht op rechtsbijstand en het recht op rechtsbijstand op nationaal en supranationaal niveau komen aan bod. Vervolgens behandelt Kool conclusies die afgeleid zijn uit uitspraken van de Europese Commissie en het Europese Hof ten aanzien van de plicht voor Lid-Staten om het recht op rechtsbijstand te waarborgen. Tenslotte worden de beperkingsmogelijkheiden van de gefinancierde rechtsbijstand uitgebreid getoetst aan artikel 6 lid 1 EVRM.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 1989
AA19890761

Toetsing van wetgeving aan de sociale grondrechten van hoofdstuk 1 van de Grondwet

J.W.A. Fleuren

Post thumbnail In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre het toetsingsverbod in de weg staat om wetten in formele zin te toetsen aan de sociale grondrechten neergelegd in hoofdstuk 1 van de Grondwet. Waar een toetsingsverbod voor klassieke grondrechten buiten twijfel verheven is, blijft dit voor de instructienormen en taakstellingen voor de overheid die de sociale grondrechten zijn, een open vraag die niet alleen academisch is.

Verdieping | Studentartikel
september 2008
AA20080620

Toetsing, steen der wijzen of des aanstoots?

J.J.E. Schutte

‘We obey the law not neccssarily because we think that the law is right, but because we think it is right to obey the law’. Deze constatering, hoe fundamenteel ook voor de existentie van een democratisch gestructureerde gemeenschap, mag geen afbreuk doen aan de voor de progressie van deze gemeenschap noodzakelijke ontwikkeling van een kritisch rechtsgevoel. Voorstellen, om onder het hoofd rechtsbescherming van de individuele burger de formele wet aan toetsing aan algemene rechtsbeginselen door een op papier onafhankelijke instantie te onderwerpen, zouden een bijdrage kunnen vormen tot een dergelijke ontwikkeling. Men moet echter wel beseffen dat de institutionalisering van een dergelijke toetsingsvorm niet alleen een juridisch-technische ingreep is, maar ook verdergaande implicaties kan hebben. Wanneer men stelt dat de formele wet als uitdrukkingsvorm van de centrale overheid (c) aan rechterlijke toetsing aan bovenwettelijke beginselen (a) moet worden blootgesteld, om hiermee de rechtsbescherming (b) van de individuele burger (d) in ruimere mate te garanderen, dan stelt men een problematiek aan de orde die door 4 variabelen en het evenwicht van hun onderlinge verhoudingen en interacties wordt beheerst: (a), (b), (c) en (d) corresponderen respectievelijk met standpuntbepalingen ten aanzien van de inhoud van de begrippen ethiek, recht, staat en individu. De politieke werkelijkheid wordt geanalyseerd door verschillende disciplines, die hun eigen methode leveren voor de bestudering van onze vier begrippen en hun onderlinge relaties. Zo geeft de synthese van moraal-filosofische (ethiekrecht), juridische (recht-staat), sociologische (gemeenschap-individu) en sociaal-psychologische (individu-ethiek) inzichten en factoren een wetenschappelijk beeld van het dialectisch politiek klimaat, ‘de mentaliteit’ van een bepaalde historische gemeenschap. Wij willen aantonen, dat het politiek evenwicht, door de eventuele invoering van de voorgestelde toetsingsmogelijkheid, waarschijnlijk op meerdere fronten de gevolgen van een gewijzigd inzicht zal moeten dragen. Het is onze bedoeling om schematisch een inventarisatie te geven van verschillende opvattingen over de hierboven aangeduide basiscomponenten van een politiek systeem en hun onderlinge dialectische relaties. Een groot aantal bronvermeldingen kan de geïnteresseerde lezer de weg openen zich verder in de materie te verdiepen. Aan de hand van voorbeelden uit Frankrijk hopen we aan te tonen hoe voorzichtig men moet zijn bepaalde, in een ander politiek systeem geïntegreerde juridische vormen in abstracto (rechts-)vergelijkend getransponeerd te denken in het eigen politiek systeem, of, geënt op het eigen politiek klimaat, te bekritiseren.

januari 1970
AA19700471

Toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg, met bijzondere aandacht voor de IGZ

A.C. Hendriks

De kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg staan sinds enkele jaren in het middelpunt van de belangstelling. Hoewel het thans primair aan ‘het veld’ is om het begrip ‘goede zorg’ in te kleuren, blijft er een belangrijke rol weggelegd voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om toe te zien op de kwaliteit en veiligheid van de zorg. De wijze waarop de IGZ inkleuring geeft aan haar toezichthoudende taak roept diverse juridische vragen op. Hierin weerspiegelt zich het dilemma van subsidiaire toezichthouder en moderne, pro-actieve handhavingsorganisatie.

Bijzonder nummer | Gezondheidsrecht
juli 2011
AA20110528

Toezicht op gemeenten

P.W.C. Akkermans

Koninklijk besluit (KB) 3 juli 1989, nr. 98.016665, AB 1989, nr. 431 (met nt. PJS) Noot bij een Koninklijk Besluit dat ziet op het toezicht van gemeenten door de Kroon. In de noot wordt dieper in gegaan op mogelijkheid van de regering om corrigerend op te treden ten aanzien van de decentrale overheden. Er wordt onder meer ingegaan op de regeling van het toezicht in de Grondwet en Gemeentewet en het onderscheid tussen preventief en repressief toezicht wordt belicht. Daarnaast wordt er nog in gegaan op de bevoegdheden met betrekking tot buitenlands beleid door gemeenten en de invloed daarop door de regering.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1990
AA19900183

Toezicht op gereguleerde markten (Digitaal boek)

A.P.W. Duijkersloot

Post thumbnail Het toezicht op gereguleerde markten vanuit staats- en bestuursrechtelijk perspectief behandeld. Bank-, verzekerings-, energie-, telecommunicatiemarkt, financiële markten.

9789069169910 - 20-08-2007

Toga’s aan de kapstok!

A.Q.C. Tak

Post thumbnail

Het bestuursrecht wordt te formalistisch toegepast en er bestaat te weinig aandacht voor de vraag of besluiten en rechterlijke uitspraken wel rechtvaardig zijn. Rechters zonder zelfrespect of die weigeren kennis te nemen van de overdaad aan bewijs van hun collectieve falen horen hun toga aan de kapstok te hangen.

Opinie | Opiniërend artikel
september 2015
AA20150659

Resultaat 1921–1932 van de 2093 resultaten wordt getoond