Staats- en bestuursrecht

Resultaat 337–348 van de 2103 resultaten wordt getoond

De mensbeelden van bestuursorganen en bestuursrechters

L.J.A. Damen

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1196, nr. 201107751/1/H2, LJN: BV1196, AB 2012/73

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2012
AA20120641

De militaire dimensie van de Europese Unie

P.J. Teunissen

Deze bijdrage behandelt de geschiedenis van het debat over een Europese defensie, als achtergrond voor de onderhandelingen sinds 1998 over een autonome Europese strijdmacht voor interventie bij crises. Uiteengezet wordt voorts waarom het voor de Europese Unielanden niet zo gemakkelijk is zelfstandiger militair op te treden. Zij hebben een tekort aan middelen en kunnen zich ook om strategische redenen niet losmaken van de Verenigde Staten, de andere NAVO-landen en de andere Europese landen. In de kern is het een zeer politieke aangelegenheid.

Bijzonder nummer | De toekomst van de Europese integratie
mei 2001
AA20010395

De mythe van de trias

H. Gommer

De leer van de trias politica wordt eerstejaars studenten met de paplepel ingegoten. De daaraan gekoppelde machtenscheiding is een van de voornaamste obstakels voor externe controle van de rechter. In dit artikel wordt gesteld dat de leer van de machtenscheiding geen adequate beschrijving van de werkelijkheid geeft en daarom nauwelijks als argument kan worden gebruikt. Het gaat in de rechtsstaat veel meer om machtsevenwicht. De auteur introduceert een alternatief, waarbij niet langer de trias van staatsmachten, maar de burger centraal staat: de machtencirkel.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2007
AA20070021

De nieuwe structuur van de Raad van State

A.Q.C. Tak

De Eerste Kamer is onlangs met grote tegenzin akkoord gegaan met een wetsvoorstel dat voorziet in een nieuwe structuur van de Raad van State. Hoe is deze nieuwe structuur van de Raad van State en waarom was zij nodig? Twan Tak noemt de hoofdpunten, maar gaat vooral in op wat er niet geregeld wordt: de reeds in 1994 beloofde definitieve vormgeving van het hoger beroep en de rechtseenheidsvoorziening in de bestuursrechtspraak. Volgens hem lijkt de eigenlijke functie van de wet juist het (definitief) ontlopen van die belofte en het verder verankeren en verstevigen van de reeds vóór 1994 bestaande versnippering van de Nederlandse bestuursrechtspraak onder de informele leiding van de Raad van State.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2010
AA20100782

De Officier van Justitie als rechterlijke autoriteit?

R. de Bruijn

Het Europese Hof- en de Europese Commissie voor de Rechten van de mens hebben een aantal voorwaarden geformuleerd waaraan een rechterlijke autoriteit moet voldoen. In dit artikel wordt bekeken in hoeverre de Nederlandse Officier van Justitie (OvJ) als rechterlijke autoriteit is aan te merken. Hiertoe worden de posities en het optreden van de OvJ aan de in de Europese jurisprudentie ontwikkelde voorwaarden getoetst. Ook worden enkele suggesties voor de toekomst gedaan.

Verdieping | Studentartikel
december 1989
AA19890973

De omvang van het geding (Digitaal boek)

R. de Bock

Post thumbnail De bestuursrechter toetst of een besluit rechtmatig is. Art. 8:69 Awb geeft nadere uitwerking aan de inhoud en de omvang van de toetsing. De jurisprudentie over art. 8:69 Awb in kaart gebracht en gestructureerd.

9789069165172 - 04-06-2004

De ongekende opleving van het noodrecht in de coronacrisis

Over de inzet van noodverordeningen en staatsnoodrecht ter infectieziektebestrijding

A.J. Wierenga

Post thumbnail Ons infectieziektebestrijdingsrecht bleek na de uitbraak van het coronavirus al snel volstrekt ontoereikend voor de noodzakelijk geachte maatregelen. De juridische queeste naar aanvullende bevoegdheden resulteerde uiteindelijk in een speciale coronawet. In langdurige afwachting van die wet werd intensief gebruik­gemaakt van het gemeentelijke noodrecht om het gat te dichten. Zelfs het staatsnoodrecht werd ingezet ter infectieziekte­bestrijding. Dit uitzonderlijke gebruik van het noodrecht staat centraal in dit artikel.

Bijzonder nummer | Crisis!
juli 2021
AA20210660

De onmiddellijk geëffectueerde lozingsvergunning

J.G. Steenbeek

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1982
AA19820304

De onrechtmatige overheidsdaad een bijzonder leerstuk

L. di Bella

Post thumbnail

Ook de overheid kan aansprakelijk zijn wegens onrechtmatige daad. Gelden bij overheidsaansprakelijkheid dezelfde voorwaarden als bij aansprakelijkheid van private partijen? Een onderzoek naar de bijzondere positie van de overheid in het aansprakelijkheidsrecht.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
oktober 2014
AA20140782

De onschendbaarheid van de wet: een goede zaak

Past de onschendbaarheid van de wet nog in onze tijd?

D. Roemers

Het voorstel, dat is gedaan in de Proeve van een nieuwe Grondwet, om de rechter te verplichten een wettelijke bepaling buiten toepassing te laten indien deze toepassing niet verenigbaar is met de in het nieuwe hoofdstuk I te verzamelen grondrechten, heeft het probleem van het toetsingsrecht in 1966 opnieuw betekenis gegeven in 1970. Deze betekenis bestaat nog steeds (in 1970), want hoewel de regering heeft laten weten dat van zijn kant op het punt van toetsing van de wet aan de Grondwet geen initiatieven zijn te verwachten, lijkt het onwaarschijnlijk dat het punt bij de Grondwetswijziging, welke voor de Kamerverkiezingen van 1971 is voorbereid, onbesproken is gebleven. Immers de KVP heeft in zijn kernprogramma en D66 heeft in zijn partijprogramma duidelijk gemaakt tot de voorstanders van het rechterlijk toetsingsrecht te mogen worden gerekend. Een initiatiefvoorstel vanuit de Kamer is dan ook zeker te verwachten.

januari 1970
AA19700498

De onschuldpresumptie en de invloed van het strafrechtelijke op het bestuursrechtelijke oordeel

K.J. de Graaf, A.T. Marseille

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 7 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2399, AB 2019/66, m.nt. R. Stijnen, RSV 2018/234, m.nt. J.H. Ermers, USZ 2018/284, m.nt. H.W.M. Nacinovic

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2019
AA20190672

De ontbinding ontleed

Over de betekenis van de verplichte Kamerontbinding van art. 137 Gw in de huidige grondwetspraktijk

R.J.B. Schutgens

Afdeling advisering van de Raad van State 29 september 2017, Kamerstukken II 2017/18, 32334, 11.
Uw annotator staatsrecht neemt ditmaal de vrijheid om geen jurisprudentie te annoteren, maar een zeer interessant advies dat de Afdeling Advisering van de Raad van State uitbracht over de correcte toepassing van de herzieningsprocedure voor de Grondwet. De Tweede Kamer vroeg de Afdeling om dit advies in het kader van de behandeling van het ‘voorstel-Halsema’ dat strekte tot wijziging van artikel 120 Gw.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2018
AA20180059

Resultaat 337–348 van de 2103 resultaten wordt getoond