Showing 1–12 of 47 results

‘Knap lastig, lastig knap’ – prof.mr. Jannes Eggens (1891-1964)

T.E. Booms

‘Meijers en Scholten worden door velen als de grootste civilisten van de twintigste eeuw beschouwd. Vraagt men naar de drie grootsten, dan wordt de naam van Eggens vaak aan dit tweetal toegevoegd’, schreef Ewoud Hondius in 1987. Maar wie was die Eggens dan? Tom Booms geeft een overzicht van de persoon en zijn werk.

Perspectief | Perspectiefartikel
Mei 2014
AA20140393

Baris-Riezenkamp

W.C.L. van der Grinten

HR 15 november 1957, ECLI:NL:HR:1957:AG2023

Februari 1958
AA19580103

Besluit van aandeelhouders tot statutenwijziging in strijd met redelijkheid en billijkheid?

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 17 mei 1991, RvdW 1991, 123 (L.B. Lampe/Tonnema BV) Uitspraak van de Hoge Raad en daarbij behorende noot op het gebied van het vennootschapsrecht waarbij de belangen van de vennootschap botsen met die van een individuele aandeelhouder en waarbij de redelijkheid en billijkheid van de aandeelhouders bij het stemmen in acht moet worden genomen. In de noot wordt ingegaan op de verhouding tussen rechtspersoon en aandeelhouders en door welke regels deze verhouding wordt beheerst.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
November 1991
AA19911009

De bewijslastverdeling bij beroepsaansprakelijkheid

J.M. van Dunné

In dit artikel bij de Rode draad 'beroepsaansprakelijkheid' komt de bewijslastverdeling aan de orde. Daar waar een beroepsbeoefenaar een beroepsfout maakt is het voor de gedupeerde altijd moeilijk om deze beroepsfout te bewijzen daar de gedupeerde een kennisachterstand heeft. In dit artikel wordt ingegaan op de bewijslast bij beroepsaansprakelijkheid en wordt er gekeken naar de jurisprudentie hieromtrent.

Rode draad | Beroepsaansprakelijkheid
September 1995
AA19950664

De negende van oma

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 20 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1366, NJ 1995, 691, mrs. Royer, Roelvink, Korthals Altes, Neleman en Nieuwenhuis; A-G Hartkamp. In deze noot bij een arrest van de Hoge Raad wordt ingegaan in hoeverre een kunstenaar recht heeft op plaatsing van zijn kunstwerk nadat er bezwaren zijn gekomen van omwonenden en in een belangenafweging deze belangen zwaarder wegen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 1998
AA19980046

De rechtspositie van ongehuwd en ongeregistreerd samenwonenden zonder samenlevingscontract

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:​NL:​HR:​2019:​707 (mrs. C.A. Streefkerk, M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh; plv. P-G mr. F.F. Langemeijer). Relatievermogensrecht. Samenwoning zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. Vrouw investeert geld in verbouwing woning van de man. Recht op vergoeding van de investering? Analoge toepassing van artikel 1:87 BW? Gemeenschap in de zin van titel 3.7 BW? Ongerechtvaardigde verrijking door besparing van kosten? Redelijkheid en billijkheid in de zin van artikel 6:2 lid 1 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2019
AA20190477

UCERF 12 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De toepassing van de redelijkheid en billijkheid in het huwelijks- en echtscheidingsvermogensrecht

E.M.J.M.C. van Wijk-Verhagen

Wat is de rol van de redelijkheid en billijkheid in het huwelijks- en echtscheidingsvermogensrecht?

De vermoorde bruid

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 7 december 1990, RvdW 1991, 5 In deze uitspraak van de Hoge Raad en met name de procedure daaraan voorafgaand staat centraal in hoeverre het voor de gewezen echtgenoot centraal mogelijk is om aanspraak te maken op de erfenis van door hemzelf vermoorde erflater. In de weergegeven tekst komt met name naar voren dat de moordenaar onwaardig is om te erven. De enige rechtsoverweging van de Hoge Raad die is afgedrukt ziet met name op de redelijkheid en billijkheid die van invloed is op de ontbonden huwelijksgemeenschap. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een juiste maatstaf heeft aangelegd en juist heeft geoordeeld door te zeggen dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is de achtergebleven echtgenoot de helft van de ontbonden gemeenschap toe te kennen. In de noot wordt hier dieper op in gegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
September 1991
AA19910679

Een Europees icoon: de rechtsgeleerde Aemilius Papinianus

J.E. Spruit

Papinianus heeft zich in de late Oudheid als gezaghebbend jurist een grote reputatie verworven. Met de receptie van het Romeinse recht in Europa hebben sedert de Renaissance zijn faam en positie als rolmodel voor juristen nog aan kracht gewonnen. Wat kan in dit proces een doorslaggevende factor zijn geweest?

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2015
AA20150372

Een Neder-Duitse hybride

De verdeling van de bewijslast in de zin van bewijsrisico volgens artikel 150 Rv

W.D.H. Asser

Bewijsrisicoverdeling verlangt objectieve criteria. De hoofdregel van artikel 150 die verwijst naar de toepasselijke materiële rechtsregels, is Duits. De op de eisen van redelijkheid en billijkheid gebaseerde uitzondering is wel typisch Nederlands maar sluit met zijn basis in het ongeschreven objectieve recht aan bij de theoretische grondslag van de hoofdregel.

Bijzonder nummer | Duits recht
Juli 2014
AA20140536

Huwelijkse voorwaarden en daarvan afwijkend, onderling overeenstemmend gedrag van echtgenoten

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 18 juni 2004, NJ 2004, 399 In dit arrest en de daarbij behorende noot van Nuytinck komt aan de orde dat partijbedoelingen de werking van huwelijkse voorwaarden nooit buiten werking kunnen stellen. De Hoge Raad maakt daar echter een nuance bij die volgens Nuytinck onaanvaardbaar is; bij ontbinding van het huwelijk kan er namelijk volgens de Hoge Raad op grond van de redelijkheid en billijkheid na onderling overeenstemmend gedrag toch een uitzondering gemaakt worden op de huwelijkse voorwaarden.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2005
AA20050472

In Nederland levende rechtsovertuigingen

S.W.E. Rutten

Zijn open normen in het vermogensrecht neutraal of weerspiegelen zij de christelijke moraal? Is er bij de toepassing van deze open begrippen ruimte voor een invulling overeenkomstig de islamitische moraal? Dergelijke vragen staan centraal in de onderhavige bijdrage. Vooral aan de hand van casuïstiek die zich in de Nederlandse rechtspraktijk heeft getoond, wordt een beeld gegeven van mogelijke wrijvingen maar ook van probleemloze uitbreidingen waarop wordt gestuit, als open normen worden opengesteld voor een bestaande culturele diversiteit.

Bijzonder nummer | Recht & Religie
Juli 2003
AA20030525

Showing 1–12 of 47 results