Sociaal recht

Concurrentiebedingen bij zzp’ers

P.J.A. van Achthoven, M.J.P. de Zwart

De regering heeft recent nieuwe regels ter internetconsultatie voorgelegd die het gebruik van concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten verder inperken. Bij implementatie zal het wettelijke kader van concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten en overeenkomsten van opdracht nog verder uit elkaar lopen. Volgens de auteurs zou onderzoek naar betere bescherming van zzp’ers tegen concurrentiebedingen wenselijk zijn om te voorkomen dat beide vormen van werk te ver uit elkaar gaan lopen.

Opinie | Redactioneel
maart 2025
AA20250171

De 75e redacteur: Piet Baudoin

A.J.C.W. Scholte-van de Ven

Post thumbnail In deze bijdrage binnen de Rode Draad ‘75’ wordt stilgestaan bij de 75ste redacteur van Ars Aequi: mr. P.J.A.M. (Piet) Baudoin. Aanleiding hiervoor is het 75-jarig bestaan van Ars Aequi dit jaar. Na een beschouwing van mr. Baudoin als persoon en zijn werk wordt de focus gelegd op het belang van (het behoud van) de sociale advocatuur.

Rode draad | 75
januari 2026
AA20260063

De adviesprocedure bij de commissie voor beroepszaken van de Ziekenfondsraad

S.M.M. Schouten

De commissie voor beroepszaken van de Ziekenfondsraad brengt adviezen uit omtrent voor beroep vatbare beslissingen van de ziekenfondsen inzake verstrekkingen/ vergoedingen aan verzekerden. De verzekerde is verplicht een dergelijk advies te vragen, alvorens beroep kan worden ingesteld bij een Raad van Beroep. De adviesprocedure functioneert derhalve als een zogenaamde voorprocedure. Voor de toekomst van deze adviesprocedure zijn van belang de plannen van de Commissie-Dekker enerzijds en die van de Commissie-Scheltema anderzijds. In dit artikel bespreek ik de voor- en nadelen van de plannen van beide commissies, alsook die van de huidige adviesprocedure. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van de resultaten van een kwantitatief onderzoek dat ik bij de Ziekenfondsraad heb verricht.

Verdieping | Studentartikel
juni 1989
AA19890543

De balie: een leemte in de rechtshulp?

Ars Aequi Maandblad

Juridische bijstand te verlenen aan hen, die deelnemen aan het rechtsverkeer, in hun rechtsverhoudingen tegenover de overheid en elkaar, hun positie in die rechtsverhouding te helpen bepalen, te verduidelijken, te verbeteren en eventueel voor de rechter te verdedigen: in deze algemene formule is de behoefte aan en de taak van de advocaat misschien het best omschreven. Daarmee is tegelijk het in beginsel welhaast onbeperkte werkterrein van de advocaat aangeduid: iedere persoon, iedere rechtspersoon en iedere instelling, van de werknemer tot de grote internationale NV, van de kleine middenstander tot de staat, van de kruimeldief tot de NVSH, behoort tot de feitelijke of mogelijke cliëntèle van de advocatuur. Bijgevolg behoort ook ieder onderdeel van het, in onze dagen steeds meer omvattende, recht tot het werk terrein van de advocaat. In familieverhoudingen en in de onderneming, in het wegverkeer, door ziekte, overlijden en misdrijf: steeds kan men in een zodanige situatie terecht komen dat men aan rechtshulp behoefte heeft , aan ad vies, aan verheldering van eigen positie, aan bemiddeling ten einde tot schikking van een conflict te komen, aan verdediging in een proces. Weliswaar heeft deze formule in feite voor de verschillende terreinen waarop de advocatuur werkzaam is een beperkte concretisering gronden; geformuleerd vanuit de behoefte aan rechtshulp is de taak van de advocaat momenteel niet principieel te beperken.

juni 1970
AA19700226

De gespleten opdracht van het recht

Autonomie en verbondenheid in het privaat-, straf- en staats- en bestuursrecht

L. van den Berge

Post thumbnail

De nabijheid van anderen is voor volwaardig menszijn onontbeerlijk, maar kan ons ook tot stikkens toe benauwen. Het moderne recht tracht ons lucht te geven door scheidingen aan te brengen tussen individuen onderling. Maar tegelijk zal het  moeten erkennen dat de mens een gemeenschapswezen is dat in afzondering van anderen niet volwaardig kan existeren. Hoe kan het recht aan die gespleten opdracht het best voldoen? Dit artikel bespreekt aan de hand van de bijdragen aan dit Bijzonder Nummer hoe de spanning tussen idealen van autonome vrijheid en gebondenheid het gehele recht in haar greep houdt.

Bijzonder nummer | Autonomie
juli 2017
AA20170654

De Koppelingswet

M.E. Portegies-Damave

In dit artikel wordt beschreven wat de wet ingevoerd onder de naam 'koppelingswet' doet. Deze wet beoogt een koppeling te maken tussen voorzieningen van sociale zekerheid en het al dan niet rechtmatig verblijven in Nederland. De voorgeschiedenis, systematiek en enkele belangrijke begrippen komen aan de orde.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 1998
AA19980768

De lange arm van de fiscus strekt tot in de Gouden Kooi

J. Streek

Ken je ze nog: Natasia en Terror-Jaap? De twee opmerkelijke deelnemers aan het aan het tv-programma ‘De Gouden Kooi’ van het heengegane Talpa. De Surinaamse Natasia liet haar kinderen in de steek om in de kapitale villa te gaan wonen. En Terror-Jaap ging er van door met de hoofdprijs van € 1.351.000. Beide deelnemers gingen na afloop van het programma in 2008 gewoon door met ruziemaken. Natasia met het UWV en Terror-Jaap met de fiscus. De zaak van Jaap werpt een nieuw (fiscaal) licht op Natasia’s deelname aan het omstreden tv-programma.

Opinie | Amuse
februari 2011
AA20110088

De malus in de eindfase?-de CRvB over de WAO-boetes

J. Riphagen

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 15 februari 1995, ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1348, nr. 1994/2TAV-AAW In deze uitspraak en de daarbij behorende noot wordt de malus-regeling besproken die is ingevoerd bij de WAO. De noot biedt uitgebreide informatie over de regeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1995
AA19950497

De Ongevallenwet

R.J.S. Schwitters

In 1901 werd na veel tumult de Ongevallenwet aangenomen. Met deze wet verzekerde de staat een uitkering aan in een groot aantal bedrijfstakkenwerkzame werknemers die op hun werk door een ongeval getroffen waren. In deze bijdrage bij de 'Canon van het recht' worden de achtergronden bij deze wet besproken.

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2009
AA20090683

De rechtspositie van chronisch zieken bij aanstellingskeuringen

R. Schuttelaar

De medische aanstellingskeuring is al jaren middelpunt van discussie. Er zijn verschillende vormen van regelgeving tot stand gekomen ter verbetering van de rechtspositie van de keurling. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de Wet op de Medische Keuringen, die op 1 januari 1998 in werking is getreden. Hierbij wordt echter een belangrijke groep vergeten, namelijk de chronisch zieken. In de Wet op de Medische Keuringen wordt geen rekening gehouden met de bijzondere positie waarin zij zich bevinden. In dit artikel wordt bekeken wat de gevolgen van recente wetgeving voor de chronisch zieke keurling zijn. Hierbij zal ook aandacht worden besteed aan de privatisering van de Ziektewet. Tevens zal naar een mogelijke oplossing worden gezocht ter verbetering van de rechtspositie van chronisch zieken bij aanstellingskeuringen.

Verdieping | Studentartikel
juni 1998
AA19980540

De toepassing van de Werkloosheidswet bij afroepkontrakten

E. Bauw, N. Frenk

Eén van de opvallende verschijnselen waarmee de rechtspraktijk de laatste jaren (1988) wordt geconfronteerd, is het toenemende gebruik van op- of afroepcontracten. In de detailhandel, de horeca, de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening is het werken op afroep sterk in populariteit toegenomen, althans aan de kant van de werkgever. Uit een recent onderzoek is namelijk gebleken dat er aan de kant van de afroepkracht bij de acceptatie van deze flexibele baan veelal sprake is van een negatieve keuze. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 1986 ongeveer 126.000 mensen als afroepkracht werkzaam, hetgeen neerkomt op drie procent van de werkende bevolking. Voorts is gebleken dat maar liefst 70% van de afroep krachten uit gehuwde vrouwen bestaat.

Verdieping | Studentartikel
juli 1988
AA19880427

De wetgever als gangmaker van de flexibilisering van de arbeid

H. van Drongelen

Post thumbnail

In deze bijdrage wordt een antwoord gezocht op de vraag of de wetgever als gangmaker van de flexibilisering van de arbeid kan worden gezien. Wat blijkt? Het antwoord ligt zoals zo vaak verborgen in de geschiedenis.

Opinie | Amuse
april 2018
AA20180278