Personen-, familie- en jeugdrecht

De ‘grote leugen’ in een nieuw jasje

F.J.R. van den Linden

In dit opiniërende artikel wordt ingegaan op de invoering van de flitsscheiding. Daarbij kunnen huwelijkspartners het huwelijk omzetten in een geregistreerd partnerschap (art. 1:77a BW) en dit geregistreerd partnerschap vervolgens met wederzijds goedvinden ontbinden (art. 1:80c lid 1 sub c jo. art. 1:80d BW). De auteur betoogt op verschillende gronden dat de invoering van deze vorm van scheiding zonder dat de rechter erin betrokken wordt een kwalijke zaak is.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2001
AA20010153

De ‘vermoedelijke wil’ voor je uitvaart: cremeren met toost op het leven

L.A.G.M. van der Geld

Lucienne van der Geld bespreekt in deze column hoe een verschil van inzicht over de uitvaartwensen van de overledene tot problemen kan leiden en geeft en passant tips voor nabestaanden van klimaatbewuste overledenen en acrylnageldragers met injectables en siliconen.

Opinie | Column
april 2023
AA20230271

UCERF 7 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De (on-)mogelijkheden van een ‘ouder-kind’-financiering

G. Doull

In deze bijdrage wordt uitgebreid stil gestaan bij de rol van de ouders in geval het kind te weinig inkomen heeft om zijn droomhuis te kunnen kopen.

UCERF 9 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De (on)mogelijkheid van sharia in Nederland

M.S. Berger

Deze bijdrage stelt de (On)mogelijkheid van sharia in Nederland ter discussie. Over de vraag wat onder de sharia moet worden verstaan bestaan veel misverstanden.

De Arubaanse en de Curaçaose verwekker en de nationaliteit van het door hen postnataal erkende kind

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 26 januari 2007, nr. R05/153HR, ECLI:NL:HR:2007:AZ1634, LJN: AZ1624, NJ 2007, 73 (Arubaanse zaak) en Hoge Raad 26 januari 2007, nr. R05/125HR, ECLI:NL:HR:2007:AZ1624, LJN: AZ1634 (Curaçaose zaak) Vaststelling Nederlanderschap; kind van niet-Nederlandse moeder dat na zijn geboorte door Nederlander wordt erkend; postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van het verwekkerschap met het oog op de toepassing van artikel 4 Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) is gelijk te stellen met gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in de zin van artikel 1:207 BW; artikel 26 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: IVBPR).

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2007
AA20070354

De beperkte, eenvoudige gemeenschap van een huurrecht van buiten iedere huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap gehuwde echtgenoten

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 14 december 2007, nr. C06/109HR, ECLI:NL:HR:2007:BA4202, LJN: BA4202 Annotatie bij een arrest van de Hoge Raad over voortzetting van het huurgenot na echtscheiding van echtgenoten die buiten enige gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Aan de orde komen verrekening na overbedeling bij gebruik van de huurwoning, verhouding tussen huwelijks- en eenvoudige gemeenschap.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2008
AA20080218

De betekenis van religie in het familierecht. Is de gelijkstelling van een religieus huwelijk met het burgerlijke huwelijk opportuun?

Is de gelijkstelling van een religieus huwelijk, zoals een Christelijk of Islamitisch huwelijk, met het burgerlijk huwelijk opportuun?

D. Beke

De bijdrage onderzoekt de wenselijkheid om in België en Nederland religieuze huwelijken dezelfde officiële status te verlenen als het burgerlijke huwelijk. De vraagstelling wordt uitgewerkt aan de hand van het voorbeeld van het islamitische huwelijk.

Bijzonder nummer | Recht & Religie
juli 2003
AA20030573

UCERF 5 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De bijzondere curator: het bijzonder curatorschap in de praktijk

L. Hendriks

In deze bijdrage zal ‘de bijzondere curator’ nader worden toegelicht waarbij met name het accent zal komen te liggen op de praktijk.

De discriminatie van de vrouwelijke vader

C.C. de Kluiver, M. Samadi

Op 1 april 2014 is de Wet lesbisch ouderschap in werking getreden. Deze nieuwe wet heeft tot gevolg dat zonder een gerechtelijke adoptieprocedure, de vrouwelijke levensgezel van de biologische moeder als juridische ouder wordt beschouwd. Zowel de bedoelingen van de wetgever, als de politieke vooruitstrevendheid van deze wet zijn prijzenswaardig, maar wat ons betreft had de wetgever zorgvuldiger moeten nadenken over de positie van de biologische vader.

Opinie | Redactioneel
september 2014
AA20140595

De duur van de alimentatie na echtscheiding

J. Idsardi

Stand van zaken in de rechtspraak en voorstellen tot wettelijke limitering

maart 1982
AA19820120

UCERF 17 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De financiële gevolgen van scheiding: verdelingseffecten

B. Hogendoorn

Scheidingen vanuit een sociaalwetenschappelijk perspectief. Welke gevolgen heeft scheiding op het besteedbaar inkomen van de partners? De verschillen tussen gezinnen en tussen mannen en vrouwen. Van belang bij dit onderwerp is dat de kans dat twee laag- of middelbaar opgeleide partners thans uit elkaar gaan ongeveer twee keer zo groot is als de kans dat […]

De geboorteakte van een interseksuele of ‘niet-geseksueerde’ persoon

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 30 maart 2007, nr. R06/013HR, ECLI:NL:HR:2007:AZ5686, LJN: AZ5686, RvdW 2007, 357 Op artikel 1:24 BW gegrond verzoek tot doorhaling geslachtsaanduiding in geboorteakte zonder opneming nieuwe geslachtsaanduiding in die akte. Bestaat er ruimte voor aanpassing van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte overeenkomstig de overtuiging van de betrokkene omtrent diens geslachtelijke identiteit? Afwijzing verzoek in het onderhavige geval niet in strijd met artikel 8 EVRM.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2007
AA20070685