Showing 1–12 of 2576 results

‘(On)eerlijk duurt het langst’ of hoe het Burgerlijk Wetboek een gelegenheid tot (kunst)diefstal schept

R. Huyten, A. Piëtte

De regeling van de verkrijgende verjaring in het Burgerlijk Wetboek brengt mee dat na verloop van twintig jaar een dief van kunstvoorwerpen civielrechtelijk niets meer te duchten heeft. Hij is zelfs eigenaar geworden. Er bestaat echter de mogelijkheid dat hij door het Openbaar Ministerie (strafrechtelijk) vervolgd zou kunnen worden wegens heling indien hij het gestolen goed alsnog probeert te verkopen. Daarnaast bestaan in het strafrecht verschillende mogelijkheden om het gestolen voorwerp aan het bezit van de dief-heler en/of koper-heler te onttrekken. Het strafrecht disharmonieert op dit punt met het privaatrecht. Deze discrepantie tussen strafrecht en privaatrecht zal in het onderstaande stuk nader onderzocht worden.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1995
AA19950454

‘Assurance oblige’. De betekenis van verzekering voor contractuele aansprakelijkheid die door een exoneratieclausule gedekt wordt

J.M. van Dunné

Dit arrest behandelt de vraag wie er aansprakelijk is wanneer er een exoneratiebeding is getekend, daarmee samenhangend komt ook de vraag aan de orde of een verzekering dan nog moet uitkeren.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2004
AA20040874

‘Belanghebbende’ bij vernietiging van door de rechtbank goedgekeurde fusie van stichtingen

M.J.G.C. Raaijmakers

In deze uitspraak van de Hoge Raad is aan de orde in hoeverre iemand kan worden aangemerkt als belanghebbende bij een juridische fusie tussen twee stichtingen waarbij de goedkeuring door de rechtbank was verleend. De Hoge Raad oordeelt dat een ander dan een bestuurder of oprichter van een fuserende stichting alleen dan als belanghebbende kan worden aangemerkt indien diegene nadeel ondervindt aan de fusie en dit ook stelt. In de noot wordt dieper op het belanghebbendebegrip en de fusie bij stichtingen ingegaan waarbij ook de algemene karakteristieken van de stichting aan de orde komen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juli 1992
AA19920421

‘Besloten’ vennootschappen: quasi-nv of quasi-vof? Enkele rechtsvergelijkende notities

M.J.G.C. Raaijmakers

De Nederlandse bv is niet meer dan een 'quasi-nv'. Haar wettelijke statuut is te weinig toegesneden op 'besloten' verhoudingen, waarin de aandeelhouders-partners samenwerken krachtens daartoe strekkende regeling. Anders dan bij een beurs-nv, zijn de hoedanigheid van bestuurder en aandeelhouder hier veelal in dezelfde personen verenigd. Bij rechtsvergelijking blijkt dat het wel degelijk mogelijk is om rechtspersoon en contract in een 'besloten' rechtspersoon met elkaar te verenigen. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de Amerikaanse close corporation en de Duitse GmbH. Deze tussenvorm, die men als 'quasi-vof' kan aanmerken, blijkt in de praktijk tegemoet te komen aan een duidelijke behoefte.

Bijzonder nummer | Rechtsvergelijking
Mei 1994
AA19940340

‘Biertje?’

Rechtsvraag (319) Goederen- en insolventierecht

R.J. van Doornmalen, J.A.A.M. Verschure

In de casus bij deze rechtsvraag worden verschillende vragen gesteld op het gebied van het goederen- en insolventierecht.

Perspectief | Rechtsvraag
Maart 2005
AA20050186

‘Biertje?’

Beantwoording rechtsvraag (319) Goederen- en insolventierecht

R.J. van Doornmalen, J.A.A.M. Verschure

Aan de hand van een goederechtelijke casus worden een aantal vragen gesteld en vervolgens uitgewerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
September 2005
AA20050769

‘Dansen op rollerskates’: werkgeversaansprakelijkheid voor letsel bij bedrijfsuitjes en personeelsactiviteiten

T. Hartlief

In deze annotatie bij dit arrest van de Hoge Raad komt aan de orde in hoeverre de werkgever aansprakelijk is voor letsel ontstaan aan de zijde van de werknemer bij bedrijfsongevallen. De vordering wordt i.c. gestoeld op art. 7:658 BW en subsidiair op het algemene art. 7:611 BW. Een van de vragen die hier aan de orde komt, is of de schade is opgelopen in de uitoefening van de werkzaamheden. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend waarmee aansprakelijkheid o.g.v. art. 7:658 BW. Het hof houdt de werkgever echter aansprakelijk o.g.v. art. 7:611 BW. De Hoge Raad laat dit oordeel in stand en motiveert duidelijk wat het verschil is tussen aansprakelijkheid o.b.v. art. 7:658 BW in vergelijking met art. 7:611 BW. In de noot wordt e.e.a. in perspectief geplaatst en wordt met name de verschillen tussen aansprakelijkheid die al dan niet uit het werk voortvloeien behandeld aan de hand van lagere jurisprudentie en de toepassing van art. 7:658 en 7:611 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2009
AA20090646

‘De dag dat je mij hoort zeggen dat ik het niet meer leuk vind, is mijn laatste’. Interview met rechter Willems

T. Kodrzycki, A. Ringnalda

We spreken met rechter Huub Willems, voorzitter van de Ondernemingskamer. Deze sectie van het Hof van Amsterdam houdt zich bezig met (beleids)conflicten binnen ondernemingen. In zijn werkkamer aan de Prinsengracht, pal tegenover het Hof, spreken we over de rol en werkwijze van deze machtige Ondernemingskamer. Maar ook het leven, de carrire en ideen van deze drukbezette naast sectievoorzitter is hij ook onder andere betrokken bij vele juridische verenigingen, tijdschriften en opleidingen en flamboyante rechter komen ter sprake. Over rechtsontwikkelingshulp, Amerikanen, de verschoolsing van het recht en het belang van strafrecht.

Verdieping | Interview
Juli 2006
AA20060503

‘De positie van onbekwamen in het recht’: Beantwoording rechtsvraag (208) met betrekking tot wilsonbekwamen

M. Rood-De Boer

Beantwoording van een rechtsvraag behorende bij de rode draad van 1991 'De positie van onbekwamen in het recht'.

Perspectief | Rechtsvraag
Januari 1992
AA19920053

‘Een stroom van schade-acties’, een reactie

M.B.M. Loos

Reactie op een eerder redactioneel artikel waarbij er werd ingegaan op de collectieve actie om voorwaarden uit algemene voorwaarden onredelijk bezwarend te laten verklaren.

Opinie | Reactie/nawoord
December 1996
AA19960755

‘Een welgemikt citaat kan nooit kwaad’

Interview met prof.mr. J.H. Nieuwenhuis

J.S. Kortmann, R. de Winter

Hans Nieuwenhuis werd in 1944 geboren te Deventer. Na van 1966 tot 1971 in Leiden te hebben gestudeerd, schreef hij de boeken 'Hoofdstukken Zakenrecht' en 'Hoofdstukken Verbintenissenrecht'. De opvolger van deze boeken, 'Hoofdstukken Vermogensrecht', geniet nog steeds een grote populariteit. In 1977 promoveerde Nieuwenhuis op het onderwerp 'drie beginselen van contractenrecht'. Niet lang daarna werd hij achtereenvolgens lector en hoogleraar aan de Hogeschool Tilburg. In 1982 vertrok hij naar Leiden om zijn promotor Bloembergen op te volgen. In 1992 werd hij beëdigd als raadsheer in de Hoge Raad. Vier jaar later vertrok hij — betrekkelijk onverwacht — uit de Hoge Raad om in Groningen hoogleraar burgerlijk recht te worden. Wij spraken professor Nieuwenhuis in zijn woonplaats Oegstgeest.

Verdieping | Interview
Oktober 1997
AA19970698

‘Er moet veel meer aandacht worden besteed aan het feitelijk onderzoek in civiele zaken’

Interview met prof.mr. W.D.H. Asser

P. van den Broek, R. Schrömbges

In het kader van het Rode draad-thema voor 1999 'Bewijs en Bewijsrecht' geeft prof. mr. W.D.H. Asser zijn visie op het burgerlijk procesrecht en het bewijsrecht in Nederland.

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Interview
Oktober 1999
AA19990728

Showing 1–12 of 2576 results