Resultaat 1033–1044 van de 3153 resultaten wordt getoond
R.D. Vriesendorp
Hoge Raad 25 maart 1994, nr 15268, ECLI:NL:HR:1994:ZC1307, RvdW 1994, 82 (HBU/De Leeuw) Handelsrechtelijke casus waarin de betaling via documentaire incasso aan de orde komt. Van belang in deze zaak is de rechtsbescherming bij een betalende partij te goeder trouw aan een inningsonbevoegde. In de noot wordt dieper op de documentaire incasso, derdenbeslag en bescherming tegen betaling aan onbevoegde ingegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1994AA19940752
L.H. de Boer
De auteur van dit artikel schrijft over valutering bij overschrijving van gelden van de ene naar de andere bankrekening. De auteur betoogt dat latere valutering zowel strafbaar is van de bank als dat zij zichzelf ongerechtvaardigd verrijkt. Ook wordt mening van de banken en de politiek.
Opinie | Opiniërend artikelseptember 1998AA19980764
M. Bovens
De machtigste personen in de moderne westerse wereld zijn rechtspersonen. Zo zijn inmiddels meer dan de helft van de grootste honderd economieën ter wereld geen landen, maar ondernemingen. In deze bijdrage zal vanuit het perspectief van recht en ethiek naar deze ontwikkeling worden gekeken. Er zal worden onderzocht of op rechtspersonen morele plichten rusten. Ook komt aan de orde of rechtspersonen rechten hebben of zouden moeten hebben.
Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikeljuli 1998AA19980651
D. Penna
Verdieping | Verdiepend artikeljanuari 2017AA20170009
UCERF 18 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht
A.G.F.M. Flos
Huwelijkse voorwaarden met gescheiden vermogens. Alexander Flos gaat in op de vraag of koude uitsluiting nog recht van bestaan heeft. Daarbij wijst hij op een aantal sociaal-economische ontwikkelingen rond arbeid en zorg, en het dynamische karakter van het huwelijk als duurrelatie. Koude uitsluiting kan problematisch uitpakken bij een ongelijke taakverdeling; de gevolgen worden pas duidelijk […]
A.A.H. van Hoek
Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) (Grote kamer) 15 maart 2011, zaak C-29/10, ECLI:EU:C:2011:151 (Heiko Koelzsch/Groothertogdom Luxemburg) In dit arrest krijgt het Hof van Justitie EU voor het eerst de gelegenheid om artikel 6 lid 2 EVO uit te leggen. Deze bepaling, die inmiddels is vervangen door het grotendeels gelijkluidende artikel 8 lid 2 t/m 4 van de Rome I Verordening, heeft betrekking op het toepasselijke recht op internationale arbeidsovereenkomsten. Het recht dat van toepassing is in afwezigheid van een rechtskeuze door partijen (het objectief toepasselijke recht) moet volgens het Hof worden gevonden door te onderzoeken of er een land is aan te wijzen waar of van waaruit de werknemer de bedongen arbeid daadwerkelijk verricht. Het Hof bepaalt in dit arrest dat deze hoofdregel ook van toepassing is op de arbeidsovereenkomst van chauffeurs in het internationale wegtransport en geeft vervolgens een indicatie met welke factoren de rechter in dat geval rekening moet houden. Op het eerste gezicht biedt deze uitspraak weinig nieuws: Het Hof van Justitie trekt slechts de lijn door die was ontwikkeld in de rechtspraak ten aanzien van de bevoegdheid in arbeidszaken. Nadere analyse leert echter dat de uitspraak verstrekkende gevolgen kan hebben voor de bescherming van werknemers in het internationale transport.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2011AA20110650
A.L.H. Ernes, A.W. Jongbloed
Beschouwingen naar aanleiding van het rapport Uitgebalanceerd: een fundamentele herbezinning van de grondslagen, beginselen en uitgangspunten van het Nederlands burgerlijk procesrecht..
9789069168319 - 19-03-2007
M.L. Tuil
Een opvallend verschil tussen een civiele procedure in Nederland en in het buitenland wordt gevormd door de ruime mogelijkheid om in een Nederlandse procedure conservatoir beslag te leggen. Deze ruime mogelijkheid van beslaglegging vormt al jaren een onderwerp van academisch debat. Het is daarom bijzonder gelukkig dat onlangs een uitgebreid onderzoek naar de praktijk van het conservatoir beslag is verschenen.
Opinie | Opiniërend artikelfebruari 2011AA20110098
A.A. Quaedvlieg
In de twee snel opeenvolgende zusterarresten INTEL en l’Oréal heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof) niet alleen het eigene van de goodwillfunctie belicht, maar ook verrassende samenhangen met en overgangen naar de klassieke herkomstfunctie onthuld. Tijd voor een bestandsopname van de sophisticated machine die het leerstuk van de merkinbreuk geworden is.
december 2009AA20090799
A. Bouichi, M.J.G.C. Raaijmakers
Hoge Raad 11 juli 2003, nr. C01/206HR, ECLI:NL:HR:2003:AF4595, NJ 2003, 630 m.nt. Maeijer; RvdW 2003,122; JOR 2003, 193 m.nt. Groffen (Hermsen q.q./De Bont) Onttrekking van zaaksmiddelen van de BV i.o. levert geen daadwerkelijke beschikking van de besloten vennootschap van het bestemde bedrag op zodat geen sprake kan zijn van een geldige storting in de zin van artikel 178 lid 2 boek 2 BW.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2004AA20040430
K.J. Krzeminski
Op 7 juni 2013 promoveerde Kasper Krzeminski cum laude aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op zijn proefschrift Herverpanding. Bij herverpanding vestigt een pandhouder een nieuw pandrecht op een door hem in pand verkregen goed. Daarmee beschikt de pandhouder over het goed van een ander. De vraag is hoe bij herverpanding aan het vereiste van beschikkingsbevoegdheid wordt voldaan.
Literatuur | Proefschriftbijdragenovember 2013AA20130879
G.A.L. Staring
Op 21 september 1989 is wetsvoorstel 21327 aangeboden aan de Tweede Kamer. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd de herziening van het jeugdstraf(proces)recht. Hoewel dit voorstel bijdraagt aan een verbeterde rechtspositie van de minderjarige in het jeugdstraf(proces)recht, is er ook kritiek geuit. In dit artikel wordt op onderdelen van het wetsvoorstel nader ingegaan. Zo komen aan bod: het vervolgingscriterium, de dubbelrol van de kinderrechter, het driehoeksoverleg, de verplichte verschijning, de openbaarheid van de zitting, het sanctiepakket en alternatieve sancties.
Verdieping | Studentartikeljuni 1990AA19900365