Burgerlijk recht

Resultaat 3025–3036 van de 3183 resultaten wordt getoond

Vergoeding van niet-materiële schade

NBW zet de klok terug

Th.L. van der Veen

Column waarin betoogd wordt dat met de invoering van het NBW het recht op vergoeding van immateriële schade er ernstig op achteruit gaat. De schrijver betoogt dat de wetgever niet overeenkomstigd handelt met het geldende recht en dat smartengeld tot het verleden lijkt te behoren.

Opinie | Column
april 1989
AA19890245

Vergoeding van overlijdensschade: abstract of concreet?

T. Hartlief

Hoge Raad 11 juli 2008, nr. C07/010HR, ECLI:NL:HR:2008:BC9365, LJN: BC9365, C07/010HR, RvdW 2008, 724 (Bakkum/Achmea) I.c. is aan de orde in hoeverre de vordering van schade voor de kinderen als gevolg van het overlijden van de moeder toewijsbaar is en in hoeverre daarbij rekening dient te worden gehouden met het hertrouwen van de man en de daarmee gepaard gaande kosten voor huishoudelijke hulp. De Hoge Raad moet daarbij oordelen of over de vraag of schadevergoeding op grond van art. 6:108 onder d BW concreet of abstract getoetst dient te worden. De Hoge Raad benadrukt dat er zo veel mogelijk naar de concrete omstandigheden gekeken moet worden maar dat er van twee punten geabstraheerd moet worden, te weten: het feit of er voor het overlijden van de verzorgende ouder al kosten werden gemaakt voor huishoudelijke hulp en of de overblijvende partner hertrouwt en deze nieuwe partner de taken van huishoudelijke hulp op zich neemt. In de noot wordt dieper op de redenering en de eerdere uitspraken rondom deze problematiek ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2008
AA20080896

Vergoeding van zuivere vermogensschade van derden (Digitaal boek)

Een vergelijking van het recht in Nederland, Engeland en Duitsland

A.M.E. Verschuur

Post thumbnail In dit cahier wordt aandacht besteedt aan zuivere vermogens- schade van een derde partij, ontstaan doordat een eerste partij schade lijdt. Dit wordt gedaan aan de hand van het recht in Nederland, Engeland en Duitsland, omdat deze landen naast naburig, toonaangevend in Europa zijn op dit gebied.

9789069164656 - 23-06-2003

Verhouding tussen meerderjarigenbewind en erfrecht

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 16 mei 2025 (prejudiciële beslissing), ECLI:​NL:​HR:​2025:​758 (mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.R. Salomons en G.C. Makkink; A-G mr. S.D. Lindenbergh) Prejudiciële vragen in de zin van artikel 392 Rv. Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van artikel 1:431 BW, wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 4:193 BW? Geldt voor verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaarding driemaandentermijn van artikel 4:193 lid 1 BW? Geldt nalatenschap als beneficiair aanvaard als bewindvoerder deze termijn laat verlopen?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2025
AA20250622

Verhuuranalogie (on)houdbaar?

M. Albers

Bij de heffing van omzetbelasting heeft de wetgever ervoor gekozen om bepaalde (rechts)handelingen aan te merken als verhuur van onroerende zaken, die civielrechtelijk niet als zodanig worden geduid. Een en ander speelt in belangrijke mate bij de beperkt zakelijke rechten, zijnde het recht van erfpacht, het recht van opstal en de erfdienstbaarheid. In het onderzoek dat heeft geleid tot mijn proefschrift heb ik uitgebreid stilgestaan bij de hiervoor bedoelde verhuuranalogie. In onderstaande bijdrage zal ik enige conclusies bespreken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
oktober 2017
AA20170854

Verjaring en verlenging van verjaring tussen echtgenoten

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1936 (mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en F.R. Salomons; A-G M.L.C.C. Lückers) Verjaring. Huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrecht uit hoofde van huwelijkse voorwaarden in verband met vermogensverschuiving tussen echtgenoten. HR 12 juni 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC2558 (Kriek/Smit). Artikel 1:87 BW. Had hof in plaats van aan verjaringstermijn van twintig jaar van artikel 3:306 BW overeenkomstige toepassing moeten geven aan verjaringstermijn van vijf jaar van artikel 3:307 lid 1 BW, althans die van artikel 3:308, 309 of 310 lid 1 BW? Begrip ‘vermogensrecht’ in artikel 3:326 BW en vergelijkbare schakelbepalingen. Verlenging als bedoeld in artikel 3:320 BW in verbinding met artikel 3:321 lid 1 aanhef en onder a BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2023
AA20230134

Verjaring van gemaximeerde dwangsommen

A.W. Jongbloed

Benelux-Gerechtshof 6 juli 2023, A2022/1 en A2022/2

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2024
AA20240437

Verkerk/Tiethoff q.q.

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 20 november 1998, nr. 16670, ECLI:NL:HR:1998:ZC2784, RvdW 1998, 218 (Verkerk/Tiethoff q.q.) In onderhavige casus lijkt de Hoge Raad de teugels omtrent de faillissementpauliana weer iets steviger aan te trekken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1999
AA19990164

Verkopen op Vinted: pakketten, plichten en kopersbescherming

L. Kremers, V. Mak

Post thumbnail Vinted is een populair platform voor de (ver)koop van bijvoorbeeld tweedehands kleding, maar, zo signaleren Vanessa Mak & Lotte Kremers in deze amuse, voor een argeloze particuliere verkoper kunnen de voorwaarden van Vinted ongunstig en oneerlijk uitpakken.

Opinie | Amuse
september 2023
AA20230614

Verkrijging door verjaring – 3e druk

P.C. van Es

Post thumbnail Het Nederlandse recht kent verkrijging door verjaring op grond van art. 3:99 BW (verkrijgende verjaring) en op grond van art. 3:105 BW (gebaseerd op de extinctieve verjaring van een rechtsvordering tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende). Beide regelingen komen in dit cahier uitgebreid aan de orde. In deze derde geheel herziene druk is veel aandacht voor onderwerpen die de gemoederen bezighouden in de literatuur en de rechtspraak, zoals de reikwijdte van de Heusdense vordering en het lot van beperkte rechten die gevestigd zijn op een door verjaring verkregen goed.

9789493333512 - 03-04-2025

Verkrijging door verjaring (Digitaal boek)

P.C. van Es

Post thumbnail Het Nederlandse recht kent verkrijging door verjaring op grond van art. 3:99 BW (verkrijgende verjaring) en op grond van art. 3:105 BW (gebaseerd op de extinctieve verjaring van een rechtsvordering tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende). Beide regelingen komen in dit cahier uitgebreid aan de orde. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de voor de rechtspraktijk relevante vraag wanneer er sprake is van bezit en wanneer dit bezit te goeder trouw is.

9789492766465 - 09-10-2018

Verkrijgingstitel bij verdeling

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 8 september 2017, nr. 16/03828, ECLI:NL:HR:2017:2274 Op de grens van huwelijksvermogensrecht en erfrecht. Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en hiervan deel uitmakende nalatenschap. Woning verkregen door man deels uit nalatenschap van zijn vader (zonder uitsluitingsclausule) en deels uit verdeling met zijn moeder (met kwijtschelding onder uitsluitingsclausule van de schuld aan moeder uit overbedeling). Behoort de woning tot huwelijksgemeenschap van de man? Betekenis van artikel 3:186 lid 2 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2017
AA20170915

Resultaat 3025–3036 van de 3183 resultaten wordt getoond