Burgerlijk recht

Artikel 6:258 BW: voorziene of onvoorziene omstandigheden?

A. van Plateringen

Dit artikel is een proefschrift waarbij de vraag centraal staat of om een beroep te kunnen doen op art 6:258 BW er sprake moet zijn van onvoorziene omstandigheden of dat ook voorzienbare omstandigheden voldoende zijn.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
januari 2002
AA20020047

Artikel 61 Fw: weg ermee?

R.E. Brinkman

Post thumbnail De echtgenoot van een schuldenaar die failliet is, kan alle goederen terugnemen die hem toebehoren en niet in de huwelijksgemeenschap vallen, aldus artikel 61 Fw. Vaak voegt de faillissementswet iets toe aan het algemene vermogensrecht en in casu het huwelijksvermogensrecht, of beperkt de toepassing daarvan. Doet artikel 61 Fw dat ook? De voorzichtige conclusie is dat dit artikel niet of nauwelijks iets toevoegt aan hetgeen ook al uit het algemene vermogensrecht en huwelijksvermogensrecht voortvloeit.

Rode draad | Snijvlakken & Kruisbestuivingen
november 2023
AA20230890

Artikel 7:2 BW: Koper en verkoper op de weegschaal

B.E.M. Hertoghs, D.F.H. Stein

In deze redactionele bijdrage wordt ingegaan op art. 7:2 BW waarin is bepaald dat de koopovereenkomst m.b.t. een woonhuis door een consument als koper schriftelijk dient te worden aangegaan. Dit artikel brengt, samen met de bedenktermijn van de koper van drie dagen, een behoorlijke onevenwichtig criterium met zich mee. Hier gaan redacteuren op in. Zij pleiten voor een notarieel koopcontract waarbij de notaris de belangen van zowel de consumentkoper als de (consument)verkoper kan beschermen.

Opinie | Redactioneel
juni 2009
AA20090361

Artikel 8:22 Awb: schakel tussen de curator en de bestuursrechtelijke beroepsprocedure

T. Barkhuysen, E.M.N. Noordover

Post thumbnail

Om de consequenties van een faillissement voor de procedure bij de bestuursrechter te regelen, is artikel 8:22 in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opgenomen. In deze aflevering van 'Ode aan de schakelbepalingen' wordt artikel 8:22 Awb nader beschouwd.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
april 2017
AA20170268

Artikelen van naam

J. Hijma

Post thumbnail Wel eens gehoord van het biljartbalartikel? Zo luidt de – licht van juridische humor getuigende – koosnaam van één van de artikelen van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Zulke bijnamen, niet te verwarren met de zakelijke kopjes die in wettenbundels boven of naast de artikelen worden geplaatst, zijn in het burgerlijk recht betrekkelijk zeldzaam. In deze amuse passeren er enkele de revue.

Opinie | Amuse
maart 2012
AA20120168

As honest as the day is long

V. Mak

In common law-systemen is de goede trouw een vreemd verschijnsel. In het Canadese recht lijkt daar nu verandering in te komen, aldus Vanessa Mak.
 

Opinie | Column
februari 2015
AA20150121

ASMI: zelfstandigheid en beleidsvrijheid van bestuur in een beurs-NV

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 9 juli 2010, nrs. 09/04465 en 09/04512, ECLI:NL:HR:2010:BM0976, LJN: BM0976 (Stichting Continuïteit ASM International/Hermes Focus Asset Management Europe Ltd e.a. en A.H. del Prado/Hermes e.a.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2010
AA20100800

Assoud-Nationale Sporttotalisator; vervolg

J. Hijma

Gerechtshof Amsterdam 7 mei 1998, ECLI:NL:GHAMS:1998:AB9829, nr. 1272/97 Vervolg van Hoge Raad 19 september 1997, NJ 1998, 6 (Assoud/Nationale Sporttotalisator) Vervolg op het arrest geannoteerd in een eerder nummer van Ars Aequi over de vraag wat als kernbedingen in de zin van art. 6:231 sub a BW hebben te gelden. Dit arrest geeft de uitkomst na verwijzing door de Hoge Raad.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1998
AA19980788

Assoud/Nationale Sporttotalisator

J. Hijma

Hoge Raad 19 september 1997, 16382, ECLI:NL:HR:1997:ZC2435, NJ 1998, 6 (Assoud/Nationale Sporttotalisator) In de bij dit arrest behorende noot wordt ingegaan op algemene voorwaarden. De Hoge Raad maakt bij de beoordeling van het feit of bepaalde reglementen aan de criteria voldoen gebruik van de parlementaire geschiedenis en Europese richtlijnen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1998
AA19980602

Astro-Pierson

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 7 februari 1992, nr. 7889, ECLI:NL:HR:1992:ZC0502, RvdW 1992, 45 (Astro Holding NV/Pierson Heidring en Pierson) Arrest na een Antilliaanse zaak waarin doeloverschrijding in het geding is. De Hoge Raad oordeelt dat bij de toetsing of er sprake is van doeloverschrijding gekeken dient te worden naar alle omstandigheden van het geval en dus ook naar de concernverhoudingen. Contractuele beperkingen voor de bevoegdheden van het bestuur zijn niet relevant wanneer er gekeken dient te worden of bepaalde handelingen al dan niet binnen het statutaire doel vallen. In de noot wordt dieper op het arrest en de doeloverschrijding ingegaan. Het Antilliaanse vennootschapsrecht ten aanzien van de NV is hetzelfde als het Nederlandse vennootschapsrecht van voor 1970.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1992
AA19920505

Auteursrecht op (de geur van een) parfum

P.B. Hugenholtz

Hoge Raad 16 juni 2006, nr. C04/327HR, ECLI:NL:HR:2006:AU8940, JOL 2006, 375, RvdW 2006, 609, LJN: AU8940 (KEKOFA B.V./Lancôme Parfums) Nabootsing van een parfum; vraag of een geur(combinatie) auteursrechtelijke bescherming kan genieten; de omschrijving van 'werk' in artikel 10 van de Auteurswet luidt algemeen en belet niet daaronder een geur(combinatie) te begrijpen; beslissend is of het gaat om een voortbrengsel dat vatbaar is voor menselijke waarneming en of het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft; dat het menselijk reukzintuig aan het vermogen tot het onderscheiden van geuren grenzen stelt, doet hieraan niet af, evenmin als de omstandigheid dat niet alle bepalingen en beperkingen in de Auteurswet op 'geurwerken' kunnen worden toegepast; de geur van een parfum mag niet worden vereenzelvigd met de reukstof(fen) die de geur teweegbrengen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2006
AA20060821

Authenticiteit in de kunsthandel: een pleidooi voor bijzondere wetgeving

B. Demarsin

Post thumbnail Geïnspireerd door buitenlandse voorbeelden (Frankrijk & New York), wordt er in deze bijdrage voor gepleit om in Nederland en België bijzondere wetgeving te introduceren die de rechtsbescherming in de kunsthandel kan verhogen. Zulke wetgeving zou bij authenticiteitsgeschillen toelaten heel wat (bewijs)problemen te voorkomen door de precieze betekenis van de toeschrijvingsformules eensluidend te bepalen. Verder kan ze nadere invulling geven aan de informatieverplichting die geldt in deze specifieke business, in het bijzonder wanneer gerestaureerde werken of zogenaamde multiples worden verhandeld.

Bijzonder nummer | Kunst & Recht
juli 2023
AA20230510