Burgerlijk recht

Autonomie in het contractenrecht: de bescherming van de ondernemer

I.S.J. Houben

Post thumbnail

Recente juridische ontwikkelingen geven blijk van een tendens om niet alleen de consument, maar ook de ondernemer als ‘zwakkere’ contractspartij steeds meer bescherming te bieden. Deze bijdrage analyseert enkele voorbeelden van deze ontwikkeling, waaronder rechtspraak en regelgeving inzake de zogenoemde ‘swap-overeenkomsten’, acquisitiefraude en franchisenemers, en bespreekt de gevolgen van deze voortschrijdende bevoogding in het contractenrecht voor de autonomie van de contractspartijen.

Bijzonder nummer | Autonomie
juli 2017
AA20170600

Autonomie in het gezondheidsrecht

Nawoord op Correct argumenteren in de rechtsethiek, een kwestie van principe

M.A.J.M. Buijsen

Een nawoord bij de reactie op het artikel: 'Een geen-bezwaarsysteem voor post mortem orgaandonatie: een kwestie van principe'.

Opinie | Reactie/nawoord
juni 2004
AA20040425

Avery – VRG

J.M. van Dunné

Hoge Raad 4 januari 1991, nr. 14392, ECLI:NL:HR:1991:ZC0103, NJ 1991, 254 (Avery/VRG) Arrest van de Hoge Raad waarbij bij de overdracht van een onderneming door de verkoop van aandelen een conflict ontstaat over de uitleg van een overeenkomst waarbij de pensioenrechten van de werknemers bij de overgenomen onderneming worden overgedragen. Het conflict gaat met name over de onderzoeksplicht versus de inlichtingenplicht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft aangelegd waarin geconcludeerd werd dat er i.c. een onderzoeksplicht was die sterker woog dan een inlichtingenplicht. In de noot wordt dieper op de problematiek rondom de uitleg van overeenkomsten ingegaan en de criteria die ertoe kunnen leiden dat er de ene keer een inlichtingen- en de andere keer een onderzoeksplicht wordt aangenomen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1992
AA19920354

AVG en Uitvoeringswet AVG 2018 (Digitaal boek)

Ars Aequi Libri

Post thumbnail Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) & Uitvoeringswet AVG zoals deze in werking zijn getreden op 25 mei 2018.

9789492766373 - 11-06-2018

Axioma B.V. in moeilijkheden

Rechtsvraag (325) Ondernemingsrecht

M.J. Kroeze

Aan de hand van een ondernemingsrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld en uitgewerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
oktober 2005
AA20050886

Axioma B.V. in moeilijkheden. Beantwoording rechtsvraag (325) Ondernemingsrecht

Aan de hand van een ondernemingsrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld en deze worden vervolgens, aan de hand van ingezonden oplossingen, uitgewerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
februari 2006
AA20060148

Baby-dry

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 20 september 2001, zaak nr. C-383/99-P, ECLI:EU:C:2001:461 (Procter & Gamble Company t. Office for Harmonisation in the Internal Market (Trade Marks and Designs)) Het Gemeenschapsmerk Baby-dry, ter inschrijving als merk aangemeld voor luiers, roept weliswaar de functie op van de waar waarvoor het is aangemeld, is echter niet beschrijvend en heeft onderscheidend vermogen. Anders: Gerecht van Eerste Aanleg.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2002
AA20020040

Bangalijsten: de juridische aanpak van een maatschappelijk probleem

W.Y. Hu, B.C.J. van Kemenade

Bangalijsten brengen enorme schade toe, en de juridische aanpak is ingewikkeld door anonieme verspreiders en de snelle verspreiding via sociale media. In dit redactioneel worden strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke opties verkend, evenals de verantwoordelijkheid van technologiebedrijven. De auteurs pleiten voor meer samenwerking tussen de verschillende juridische domeinen.

Opinie | Redactioneel
oktober 2024
AA20240811

Bank en het kredietverkeer: het onzekere voor het zekere nemen

J.W.H. Lemmen, T.A. van Polanen

Meerdere strategische procedures voor de Hoge Raad hebben ervoor gezorgd dat bij zakelijke kredietverlening de positie van Nederlandse banken zo sterk is dat zij in de meeste gevallen een zekerheidsrecht hebben op alle vermogensbestanddelen van de debiteur. Een praktisch argument speelt voor de Hoge Raad een belangrijke rol om hierin mee te gaan. Hij meent dat de ijzersterke positie van de bank in het belang is van een vlot functionerend kredietverkeer. De auteurs onderzoeken het waarheidsgehalte van deze stelling. Zij komen tot de conclusie dat zij als uitgangspunt voor toekomstige jurisprudentie niet langer voldoet.

Opinie | Redactioneel
januari 2020
AA20200003

Banken: houd ze te vriend!

D. Hamwijk

Op 29 juni jongstleden heeft de Commissie Kortmann (hierna: de Commissie) minister Donner per brief ingelicht over haar voorontwerp van de Insolventiewet, waarmee de huidige Faillisse-mentswet zal worden herzien. De vraag is of de Commissie haar doel bereikt met de door haar gedane voorstellen.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2006
AA20060726

Bankhypotheek in gezamenlijk verband

P. Brown

In dit artikel wordt bekeken in welke vorm het beste hypotheek kan worden bedongen voor een lening waarbij meerdere crediteuren partij zijn. Men moet hier denken aan de lopende financiering van een bouwprojekt (bijvoorbeeld de Kanaaltunnel) of kredietverlening aan een noodlijdend bedrijf (bijvoorbeeld DAF); enorme bedragen dus die alleen door een consortium van banken opgebracht kunnen worden. Valt dit hypotheekrecht in een wettelijke gemeenschap? Zo ja, wat zijn de problemen die zich daarbij voordoen, vooral met betrekking tot het bankhypotheekrecht? Zijn er alternatieven voor de praktijk?

Verdieping | Studentartikel
juni 1996
AA19960404

Barbie-pop-arrest

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 21 februari 1992 (mrs. Snijders, Hermans, Bloembergen, Haak, Heemskerk; A.-G. Asser), nr. 14454, ECLI:NL:HR:1992:ZC0513, RvdW 1992, 61' (Barbie/Sindy). Ook bekend als het Barbie-pop-arrest. Arrest van de Hoge Raad op het gebied van het auteursrecht. De Hoge Raad formuleert inzake een auteursrechtinbreuk de volgende rechtsregel: 'Tegen een vordering gebaseerd op auteursrechtinbreuk kan het verweer worden gevoerd dat ondanks de overeenstemming tussen twee werken er sprake is van een zelfstandige schepping die niet de vrucht is van ontlening, ook niet van onbewuste ontlening.' (Auteurswet 1912 art. 1 en 13; BTMW art. 21 lid 1)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1993
AA19930295