Burgerlijk recht

Ars Aequi-prijs 2017-2018

C.P.M. Cleiren, J. Legemaate, P. Vlas

Post thumbnail De Ars Aequi-prijs, bestaande uit een geldprijs van € 1.000 en een etentje met jury en redactie, wordt door de Stichting Ars Aequi uitgereikt aan de auteur van het beste studentartikel dat in het voorafgaande jaar (of in een voorkomend geval voorafgaande twee jaren) in het maandblad Ars Aequi is verschenen. Een onafhankelijke jury bepaalt welk artikel wint. De jury voor de Ars Aequi-prijs 2017-2018 bestond uit Tineke Cleiren (voorzitter), Johan Legemaate en Paul Vlas.* Zij schreven dit juryrapport.

Overig | Juryrapport | Perspectief | Juryrapport
maart 2019
AA20190241

Ars Equorum

Paardesprongen naar Boek 6 BW

O. van Klinken

Wanneer een contractspartij schade heeft geleden en die niet op zijn contractuele wederpartij probeert te verhalen, maar een derde met een actie uit onrechtmatige daad aanspreekt, wordt gesproken van een 'paardesprong'. Kan de derde zich vervolgens tegen zo'n paardesprong verweren met de bepalingen in een overeenkomst die hij niet zelf heeft gesloten, dan is sprake van derdenwerking van overeenkomsten. Het blokkeren van paardesprongen door het tegen of voor derden laten werken van overeenkomsten, is het onderwerp van deze bijdrage. Onderzocht wordt in hoeverre het principe dat aan de ingewikkelde regeling van dit onderwerp in Boek 8 BW ten grondslag ligt, naar analogie toepassing kan vinden op andere dan vervoersrechtelijke casus.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930393

Ars longa vita brevis: Marcel Storme 1930-2018, deel I

E.H. Hondius

In dit eerste deel van een tweedelig in memoriam over de Belgische jurist Marcel Storme schrijft Ewoud Hondius over de Frans-Nederlandse taalstrijd en de oprichting van het Tijdschrift voor Privaatrecht.

Opinie | Column
april 2019
AA20190276

Art. 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ont(k)leed (Digitaal boek)

J.R. Sijmonsma

Post thumbnail Inzicht in artikel 843a Rv, waarbij het materiële recht en de historie worden besproken. Aan de hand van jurisprudentie wordt het artikel inhoudelijk besproken en ontleed.

9789069168418 - 11-04-2007

Article 25 CISG: The Problem of Finding a Uniform Meaning in a Uniform Wording

H. Halbhuber

Dit engelstalige artikel behandelt art. 25 van het Weens Koopverdrag (CISG) in navolging op het vak European Contract Law dat destijds aan de Universiteit Utrecht werd aangeboden. Het behandelde artikel betreft contractbreuk en wordt in het eerste artikel uit de reeks behandeld.

Verdieping | Studentartikel
juni 1994
AA19940404

Artikel 2:2 BW: een uitschakelbepaling

J.M. Blanco Fernández

Post thumbnail

In een reeks over schakelbepalingen is artikel 2:2 BW misschien een vreemde eend in de bijt. Het artikel gaat over kerkgenootschappen en bepaalt dat deze organisaties door hun eigen statuut, en niet door het Nederlandse recht, worden geregeerd. Het artikel is daarom meer een uitschakel- dan een schakelbepaling.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
mei 2017
AA20170360

Artikel 3:78 en 3:79 BW

Vooral een kwestie van gezond verstand

A.C. van Schaick

Post thumbnail

Aan het slot van titel 3.3 BW (volmacht) staan artikel 3:78 en 3:79 BW, twee schakelbepalingen met een verschillend karakter: de eerste ziet op andere vertegenwoordigingsvormen dan volmacht, de tweede op niet vermogensrechtelijke volmachtsvormen. De schakelbepalingen hebben gemeen dat ze de wetstoepasser op het verkeerde been kunnen zetten.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
oktober 2017
AA20170772

Artikel 3:86 BW en de legitimatieleer

E.F. Verheul

Post thumbnail

Algemeen wordt aangenomen dat in artikel 3:86 BW de zogenoemde legitimatieleer van Scholten is gecodificeerd: de door de vervreemder uitgeoefende feitelijke macht over de zaak schept een vermoeden dat hij eigenaar is en de verkrijger te goeder trouw die daar op afgaat, wordt beschermd als de vervreemder niet beschikkingsbevoegd blijkt te zijn. In dit artikel wordt daarentegen betoogd dat de wet niet zozeer rechtsgevolgen verbindt aan feitelijke macht aan de zijde van de vervreemder, maar aan de door de verkrijger verworven feitelijke macht.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2016
AA20160590

Artikel 3.4.2.3.a Nieuw BW: Het nieuwe zakelijke recht op retro-overdracht?

P. Cronheim

Aan de hand van een vergelijking met de revindicatie ex art. 2014 lid 2 BW zal in dit artikel onderzocht worden, of de kwalificatie ‘persoonlijk recht’ op juiste gronden aan het recht op overdracht van art. 3.4.2.3a lid 2 NBW gegeven is.

september 1981
AA19810465

Artikel 35 lid 3 Fw: een impliciete maar noodzakelijke schakelbepaling met een aantal knelpunten

H.J. de Kloe

Post thumbnail

De schakelbepaling van deze maand is artikel 35 lid 1 Fw, waarin is opgenomen dat (de voltooiing van) een levering door de failliet vanaf de dag van de faillietverklaring niet geldig meer kan geschieden. Deze bepaling kent een aantal knelpunten.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
november 2017
AA20170938

Artikel 6:211 BW en de Engelse law of restitution

H.J. van Kooten

Kan hetgeen ter nakoming van een nietige overeenkomst is gepresteerd, uit onverschuldigde betaling worden teruggevorderd? Onder het oude BW beantwoorde de Hoge Raad deze vraag bevestigend. Immers, een nietige overeenkomst doet geen verbintenissen ontstaan en hetgeen uit doen hoofde is betaald, kan daarom ongedaan worden gemaakt. Dat is ook de hoofdregel onder het huidige BW. De terugvorderingsactie zal echter niet slagen voor zover deze in strijd komt met de redelijkheid en billijkheid. In deze bijdrage wordt onderzocht wat redelijkheid en billijkheid in artikel 6:211 BW eisen. Het Engelse restitutierecht dient daarbij als bron van inspiratie.

Bijzonder nummer | Rechtsvergelijking
mei 1994
AA19940311

Artikel 6:230u BW: het draagkrachtbeginsel in het contractenrecht

A.G. Castermans

Post thumbnail Artikel 6:230u BW is op 13 juni 2014 in werking getreden. Zij vraagt om twee redenen de aandacht. Ten eerste geeft zij uiting aan het draagkrachtbeginsel in het contractenrecht. De vraag is hoe bijzonder dat is. Ten tweede verbiedt zij de handelaar een aanbod te doen aan een consument die dreigt boven zijn stand te gaan leven; de vraag is op straffe waarvan. Beide vragen houdt Alex Geert Castermans tegen het licht. Hij sluit af met enige uitlegkwesties.

Blauwe pagina's | Bijzondere bepalingen | Verdieping
september 2016
AA20160576