Resultaat 6685–6696 van de 7290 resultaten wordt getoond
G.R. Rutgers
Hoge Raad 15 mei 1998, RvdW 1998, 107C, ECLI:NL:HR:1998:ZC2656 (Zevenbergen/NV Interpolis Schade) Geen hogere voorziening is toegelaten tegen een beslissing op een verzoek tot verbetering van een kennelijke vergissing in een uitspraak, tenzij de rechter ten onrechte de regel dat een kennelijke verschrijving tot verbetering moet kunnen leiden niet heeft toegepast of buiten zijn toepassingsgebied is getreden, dan wel zodanige essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Het verzoek is niet aan termijn gebonden.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1998AA19980976
B.F. Assink
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2018AA20180043
L.J. van den Herik
Hoge Raad 14 december 2012, nr. 11/03521, ECLI:NL:PHR:2012:BX8351, LJN: BX8351
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2013AA20130496
J. Bakker, P.M. Sijtsma
Op 27 juni 2022 vond aan de Maastrichtse rechtenfaculteit het congres ‘Herstelrecht door de ogen van…’ plaats. Het congres ging gepaard met de presentatie van een gelijknamige bundel waarin specialisten vanuit 27 perspectieven op het herstelrecht reflecteren. In dit artikel doen de auteurs verslag van dit congres.
Perspectief | Perspectiefartikeloktober 2022AA20220820
A.J.M. Nuytinck
Hoge Raad 24 september 2004, nr. R03/122HR, ECLI:NL:HR:2004:AP1439, JOL 2004, 477, RvdW 2004, 106 In deze noot van Nuytinck wordt ingegaan op de het verbod van adoptie door grootouders. In de noot wordt ingegaan op de de verhouding met EVRM (family life) en gezag als alternatief voor adoptie.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2005AA20050028
R.J.B. Schutgens
Hoge Raad 18 april 2014, nr. 13/02498, ECLI:NL:HR:2014:948 (Verbod vereniging Martijn)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2014AA20140834
J. Broekhuizen, R. de Winter
Redactioneel artikel waarin wordt ingegaan op een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarin een immateriële schadevergoeding wordt toegekend voor 'gederfde levensvreugde en confrontatie met het leed van de zoon van de eisers'. Volgens de auteurs is hier sprake van een verboden toekenning van schadevergoeding voor affectieschade welke volgens de auteurs op grond van de wetsgeschiedenis niet voor vergoeding in aanmerking komt.
Opinie | Redactioneeldecember 1995AA19950921
S.C.H. Koning
In dit artikel komt de in eind jaren tachtig ingevoerde regeling van verboden rechtspersonen aan de orde. Nederland kent de grondwettelijk verankerde verenigingsvrijheid. De in de wet neergelegde beperkingen daarvan kennen een civielrechtelijke (art. 2:15 BW (oud)) en een strafrechtelijke (art. 140 Sr) en zijn aan strenge grenzen gebonden. In het artikel komt de voorgeschiedenis en totstandkoming van de regeling aan de orde net als de criteria voor een verbodenverklaring en strafrechtelijke vervolging wegens lid zijn van een criminele organisatie.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingnovember 1988AA19880762
S.C.H. Koning, J.H.B. van der Meer
Reactie op een eerder in Ars Aequi verschenen artikel over verboden rechtspersonen. De auteur onderscheidt enige juridische onjuistheden en doet enige aanbevelingen ten aanzien van het leerstuk van het verboden verklaren van rechtspersonen.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingjuni 1989AA19890565
E. Gritter
In dit artikel wordt een antwoord gegeven op Rechtsvraag 303 inzake een strafrechtelijke onderwerp.
Perspectief | Rechtsvraagjanuari 2003AA20030075
A. Cuyvers
Nederland besloot in juli 2008 iedereen met de Iraanse nationaliteit de toegang tot bepaalde locaties te ontzeggen en uit te sluiten van negen ‘gevoelige’ studieonderdelen waarbij nucleaire kennis kan worden overgedragen. Een maatregel die natuurlijk een symfonie aan juridische en morele alarmbellen doet afgaan. Maar ook een maatregel die uitvoering gaf aan het ‘hogere’ VN- en EU-recht en het niet onbelangrijke doel had om te voorkomen dat het regime in Teheran ooit de beschikking zou krijgen over een bom. Enkele Iraanse studenten en wetenschappers vochten deze uitsluiting aan bij de Rechtbank Den Haag. De uitspraak van de rechtbank vormt het uitgangspunt van deze bijdrage, die verder ingaat op drie centrale vragen die deze zaak oproept.
Verdieping | Verdiepend artikelnovember 2010AA20100771
S.C.J.J. Kortmann
Hoge Raad 27 januari 1989, nr. 13451, ECLI:NL:HR:1989:AD0613, RvdW 1989, 53 (mrs. Ras, De Groot, Hermans, Verburgh, Boekman; A-G Franx) (Verboom/De Staat) In deze uitspraak van de Hoge Raad oordeelt de het hoogste rechtscollege dat onder bepaalde omstandigheden het profiteren van wanprestatie een toerekenbare onrechtmatige daad kan opleveren jegens de partij tegen wie wordt gewanpresteerd. In de noot wordt hier dieper op in gegaan en komt de relatieve werking van overeenkomsten aan de orde waarbij eerdere jurisprudentie wordt aangehaald en een 'tussenbalans' wordt opgehaald.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 1989AA19890572