Opinie

Een ontmoeting tussen psychologie en aansprakelijkheidsrecht: het anchoring effect

L.F.H. Enneking, I. Giesen, R. Rijnhout

Post thumbnail Ons aansprakelijkheidsrecht wordt gevormd in de dagelijkse juridische praktijk. Het is belangrijk te beseffen dat in die praktijk de partijen, advocaten en rechters bloot staan aan diverse psychologische invloeden, zoals het ‘anchoring effect’. En dus is er alle reden om meer te willen weten over mogelijke verbanden tussen (privaat)recht en psychologie. 

Opinie | Amuse
december 2013
AA20130904

Een perspectief op rechtswetenschap, academische vrijheid, integriteit en onafhankelijkheid

M.F. de Wilde

Post thumbnail

Op uitnodiging van de redactie van Ars Aequi zet de auteur zijn gedachten en overwegingen uiteen over rechtswetenschap, academische vrijheid en integriteit en onafhankelijkheid op het terrein van de belastingwetenschap. Dit naar aanleiding van de voordracht die de auteur daarover op 24 september 2021 hield tijdens de conferentie ‘Dubbele petten in de rechtswetenschap’ in de Oude Sterrewacht in Leiden. Deze bijdrage is een weergave van de voordracht en het daaropvolgende debat.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2022
AA20220033

Een plan maken voor je nalatenschap

L.A.G.M. van der Geld

Pieter Teyler van der Hulst had een bijzonder plan voor zijn omvangrijke nalatenschap, en onder andere een deur met vijf sloten maakte daar deel van uit. Onze columnist Lucienne van der Geld ging op onderzoek uit in het Teylers Museum en vertelt daarover, over het regelen van je nalatenschap en over het fenomeen döstädning in deze column.

Opinie | Column
januari 2022
AA20220029

Een preambule voor de Grondwet: Van wezenlijke betekenis

S.C. van Bijsterveld

In het tweede deel van het tweeluik over de wenselijkheid van een preambule voor de Grondwet betoogt Sophie van Bijsterveld dat een preambule toegevoegd dient te worden. Zij vindt dit omdat de Grondwet op die manier samenbindend kan werken, de Grondwet er voor alle burgers is en de Grondwet op dit moment maar een 'kaal' document is.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2008
AA20080717

Een preambule: Splijtzwam of gemeenplaats

R.J.B. Schutgens, J.J.J. Sillen

In dit tweeluik komt de wenselijkheid van een door de Nationale Conventie voorgestelde preambule bij de Grondwet aan de orde. Schutgens en Sillen oordelen dat dit niet nodig is om verschillende redenen, bijvoorbeeld het feit dat de samenbinding van burgers door de Grondwet vergroot wordt, zich niet zal verwezenlijken omdat de Grondwet nauwelijks zaken regelt die tussen burgers onderling spelen.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2008
AA20080715

Een prejudiciële procedure in het bestuursrecht?

T. Barkhuysen, Y.E. Schuurmans

Post thumbnail Snelheid en rechtszekerheid zijn waarden waaraan rechtzoekenden grote behoefte hebben. Een prejudiciële procedure, waarin een lagere rechter een rechtsvraag hangende het geding voorlegt aan de hoogste rechter, realiseert die waarden optimaal. In deze bijdrage wordt onderzocht of een regeling van de prejudiciële procedure – in navolging van het civiele recht – ook in het bestuursrecht aanbeveling verdient. 

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2013
AA20130736

Een Publiekrechtelijk Beroepsorgaan voor de Gerechtsdeurwaarders

L. Dufour

Op dit moment zijn er vier Publiekrechtelijke Beroepsorganen en met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet op het notarisambt zal De koninklijke Notariële Beroepsorganisatie de vijfde worden. In dit artikel wordt besproken of het wenselijk is dat een dergelijk orgaan ook in het leven wordt geroepen voor de Gerechtsdeurwaarders.

Opinie | Opiniërend artikel
juli 1999
AA19990536

Een reaktie: de leemte in de Beroepswet bestaat nog steeds

C.J.P. van Laer

In het november-nummer van dit tijdschrift publiceerde C.A.M. Damen een artikel over 'De leemte in de Beroepswet' (pp. 585-588). Het is een enigszins verbeterde versie van een bijdrage van dezelfde auteur voor SMA van dezelfde maand, voorzien van een opmerking van A.B. (pp. 772-775). Het betreft dit belangrijke vraagstuk van rechtsberscherming: welke rechtsgang kan de verzekerde met succes volgen wanneer het uitvoeringsorgaan talmt met het verstrekken van een voor beroep vatbare beslissing (v.b.v.b.)? Ten onrechte wekt de auteur de indruk dat dit vraagstuk een oplossing zou naderen.

Opinie | Reactie/nawoord
januari 1980
AA19800013

Een reaktie: Rassendiscriminatie, ruime interpretatie en rijke fantasie

J.L. van der Neut

Het is een tamelijk doorzichtige discussiemethode. Je vat welwillend de argumenten van de opponent samen, je geeft in die 'samenvatting' datgene weer wat deze nu juist niet gezegd heeft en levert daar de nodige kritiek op. De echte argumenten van de discussiepartner verdwijnen onder tafel. Ik werd met dit bedenkelijke fenomeen geconfronteerd in de reactie van mr. L.A. Geelhoed op mijn twijfels ten aanzien van de wezenlijke  verbetering die de recente wijziging in art. 429 qua ter Sr. van ‘achterstellen wegens ras' in 'onderscheid maken wegens ras’ zou hebben betekend (AA 1982, p. 302 v.)

Opinie | Reactie/nawoord
september 1982
AA19820516

Een rechtseconomisch aspect van de positie van de crediteur in een faillissement

Is afschaffing van de maximum rente een oplossing?

L.M. Cuelenaere, A.R. Leen

Om de belangen van een crediteur in faillissement zo goed mogelijk te behartigen, wordt in dit betoog vanuit de premissen dat 1 de grootte van de te saneren schuld niet groter dan strikt noodzakelijk dient te zijn en 2 een schuldsituatie zo snel mogelijk dient te worden opgelost, een rechtseconomisch bepaalde oplossing beargumenteerd. De oplossing wordt gezocht in het loslaten van de wettelijk vastgestelde maximum rentetarieven.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 1989
AA19890834

Een rechtseconomisch ex-ante-perspectief op grensoverschrijdende garages

L.T. Visscher

Post thumbnail In het grensoverschrijdende garage-arrest uit 1970 komen enkele kenmerken van en leerstukken uit de rechtseconomie samen: (1) de ex-ante-benadering van het recht, (2) bescherming van aanspraken door property rules en liability rules, en (3) het Coase-theorema. Voor Louis Visscher reden genoeg om dit arrest, alsmede een vergelijkbare zaak uit 2018, eens vanuit rechtseconomische optiek te bekijken.

Opinie | Amuse
november 2022
AA20220838

Een rechtseconomische visie op echtscheiding

E.H. Hondius

Opinie | Column
september 2008
AA20080609