Resultaat 949–960 van de 1332 resultaten wordt getoond
J.M. ten Voorde
Hoge Raad 3 juli 2018, nr. 16/03539, ECLI:NL:HR:2018:1008, NJ 2018/436, m.nt. N. Rozemond
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2019AA20190135
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2017AA20170528
B.F. Assink
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2015AA20150678
Y. Buruma
Hoge Raad 28 maart 2000, nr. 112.776, ECLI:NL:HR:2000:ZD1753, JOL 2000, 202
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2000AA20000671
S.D. Lindenbergh
Hoge Raad 17 december 2010, nr. 09/03735, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, LJN: BN6236, RvdW 2011, 7 (Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht/Gemeente De Ronde Venen). Ook bekend als Wilnisser dijkdoorbraak.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2011AA20110208
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 22 november 2002, nr. 36 272, ECLI:NL:HR:2002:AD8488, BNB 2003/34. Ook bekend als het Falcon-arrest. In deze noot bij dit arrest wordt ingegaan op het belangrijke deel van de vennootschapsbelasting: de deelnemingsvrijstelling.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2003AA20030672
W.H.A.C.M Bouwens
Hoge Raad 11 mei 2012, nr. 10/05466, ECLI:NL:HR:2012:BV9603, LJN: BV9603, JAR 2012/150 (Van Tuinen/Taxicentrale Wolters)
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2012AA20120933
J. Riphagen
Centrale Raad van Beroep (CRvB) 28 maart 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB0761, RSV 2001, 122; JAR 2001/67 De WW-uitkering van betrokkene, wiens arbeidsovereenkomst per 1 april 1999 wan geëindigd, werd door het Lisv tot 1 september opgeschort met toepassing van art. 16 lid 3 WW. Naar het oordeel van de CRvB dient echter de verlengde opzegtermijn voor oudere werknemers, zoals deze voor 1 januari 1999 gold, niet te worden betrokken bij de toepassing van dit artikelonderdeel. Wel valt onder de `rechtens geldende termijn´ (van opzegging) ook de aanzegtermijn van art. 7:672 lid 1 BW.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2001AA20011004
R.M. Wibier
Hoge Raad 10 oktober 2014, nr. 13/02588, ECLI:NL:HR:2014:2929 (ING/De Keijzer)
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2015AA20150480
J.M. van Bemmelen
Hoge Raad 18 maart 1952, ECLI:NL:HR:1952:1 (Kleurloos opzet), Hoge Raad 18 maart 1952, ECLI:NL:HR:1952:199
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1952AA19520044
J. de Hullu
Hoge Raad 15 oktober 1996, nr. 102826, ECLI:NL:HR:1996:ZD0139, NJ 1997, 199 m.n.'tH (Porsche) Zeer gevaarlijk rijgedrag dat tot een ongeval met dodelijke slachtoffers leidt, kan (in theorie) tot aansprakelijkstelling voor opzettelijke levensberoving leiden. Indien het echter gaat om een geval waarbij de verdachte ook zelf aanmerkelijk levensgevaar heeft gelopen moet de rechter in zijn oordeel betrekken, dat behoudens aanwijzingen voor het tegendeel niet waarschijnlijk is dat de verdachte de aanmerkelijke kans van een dodelijk ongeval inderdaad heeft aanvaard. Een nadere bewijsmotivering kan dan niet worden gemist.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 1997AA19970438
Th.C.J.A. van Engelen
Hoge Raad 28 september 2018, nr. 17/01264, ECLI:NL:HR:2018:1775, IEPT20180928, BIE 2018/34, m.nt. W.J.G. Maas, NJ 2019/70, m.nt. Ch. Gielen en A.I.M. van Mierlo, IER 2019/5, m.nt. F.W.E. Eijsvogels (Organik/Dow Chemical)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2019AA20190687