Staats- en bestuursrecht

Rechtsvraag (260) bestuursrecht – handhaving

Het dossier 'Lucky Boy'

C.P.J. Goorden

Rechtsvraag in het kader van de Rode draad 'Sancties' waarbij de bestuursrechtelijke handhaving aan de orde komt.

Perspectief | Rechtsvraag
juni 1997
AA19970459

Rechtsvraag (261) staatsrecht

C.A.J.M. Kortmann

Rechtsvraag op het gebied van het staatsrecht waarbij de ontbinding van de Tweede Kamer, instemming met ontbinding en bezwaar en beroep tegen ontbindingsbesluit van de regering.

Perspectief | Rechtsvraag
maart 1997
AA19970177

Rechtsvraag (267) Subsidierecht

De elkaar beconcurrerede huurdersverenigingen in Genehuizen

L.J.A. Damen

Rechtsvraag op het gebied van het subsidierecht waarbij ingegaan wordt op het bezwaarschrift en het belanghebbende begrip.

Perspectief | Rechtsvraag
december 1997
AA19970895

Rechtsvraag (268) voor eerstejaars

F.W.H.M. Kusters

In deze rechtsvraag voor eerstejaars wordt ingegaan op de mogelijke partijdigheid en afhankelijkheid van rechter-plaatsvervangers.

Perspectief | Rechtsvraag
januari 1998
AA19980052

Rechtsvraag (269)

vergelijkend staatsrecht

P.J. Boon

In deze rechtsvraag komt het uitschrijven van eerdere verkiezingen aan de orde aan de hand van rechtsvergelijking tussen Nederland, Dutisland en Frankrijk,

Perspectief | Rechtsvraag
februari 1998
AA19980126

Rechtsvraag (280) Staatsrecht voor eerstejaars

H.G. Warmelink

Aan de hand van een staatsrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld. De lezers van Ars Aequi die in het eerste jaar van hun rechtenstudie zitten worden opgeroepen hun antwoord in te sturen.

Perspectief | Rechtsvraag
juni 1999
AA19990494

Rechtsvraag (301) staatsrecht

J.W.A. Fleuren

Aan de hand van een staatsrechtelijke casus worden enkele vragen voorgelegd aan de lezers.

Perspectief | Rechtsvraag
maart 2002
AA20020208

Rechtsvraag (305) Bestuursrecht. Rijden of gereden worden

R.L. Vucsán

Aan de hand van een bestuursrechtlijke casus worden enkele vragen gesteld en de lezers van dit blad worden opgeroepen hun antwoorden op te sturen.

Perspectief | Rechtsvraag
december 2002
AA20020937

Rechtvaardige verdeling van macht in de bestuursrechtspraak

Y.E. Schuurmans

Post thumbnail

Er is een wetsvoorstel in de maak dat de bestuursrechtspraak ingrijpend reorganiseert. Twee colleges worden opgeheven, waarna alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Hoge Raad als laatste instanties in het bestuursrecht rechtspreken. Dat is geen goed idee, zo wordt in deze opinie betoogd. Het voorstel is een politiek product, dat niet leidt tot een weloverwogen en passend stelsel van bestuursrechtelijke rechtsbescherming.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2015
AA20150378

Redaktioneel

B. Bastein

In dit redactionele artikel komt naar voren op welke wijze de vestigingsvergunning wordt afgegeven voor een huisartspraktijk en welk vergaande invloed zittende huisartsen in een bepaalde gemeente daarbij kunnen hebben.

Opinie | Redactioneel
mei 1988
AA19880286

Redelijke grondwetinterpretatie?

P.W.C. Akkermans

Afdeling rechtspraak van de Raad van State (ARRvS) 16 februari 1989, ECLI:NL:RVS:1989:AH2643, nr. R03.89.0185/S29, AB 1990, nr. 9 met nt. P.J. Boon (Evangeliegemeente De Deur) Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State waarin de beperking van de belijdenisvrijheid (godsdienstvrijheid) door gemeentelijke regels centraal staat. In de noot wordt in gegaan op de invloed van art. 6 Grondwet en de specifieke regels om inbreuk te maken op de vrijheid van godsdienst.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1990
AA19900398

Redelijke termijn in strafzaken

A.H.J. Swart

Europese Hof voor de rechten van de mens (EHRM/ECHR) 25 november 1992, Application no. 12728/87, ECLI:CE:ECHR:1992:1125JUD001272887, NJ 1993, 24 m. nt. EAA (Abdoella v. The Netherlands) In deze uitspraak van het EHRM is de redelijke termijn als uitvloeisel van de fair trial-regel aan de orde. Het EHRM oordeelt dat de in het arrest geschetste periode niet buitenproportioneel is. Wel oordeelt het EHRM dat de toezending van de stukken bij de ingestelde cassaties te lang is. In de noot wordt dieper ingegaan op de redelijke termijn in strafzaken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1993
AA19930309