Staats- en bestuursrecht

Politieke partijen dienen een minimun aan interne partijdemocratie te bezitten: pro en contra

D.J. Elzinga

In dit artikel wordt ingegaan op de representatieve democratie en meer specifieker op welke invloed politieke partijen op deze Nederlandse vorm van democratie hebben. De schrijver betoogt dat aan politieke partijen de grootst mogelijke vrijheid moet worden gegeven om zich intern te organiseren omdat anders de vrijheid van partijvorming in gevaar komt.

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2008
AA20080422

Polly Higgins – advocaat van de aarde

L.G.L. Hartman-Ohnesorge, E.E. Maathuis

Post thumbnail

In deze aflevering van de Blauwe Pagina’s ‘Rechtsheld(inn)en’ schrijven Ellen Maathuis en Lara Ohnesorge over Polly Higgins, advocaat van de aarde. Zij was niet alleen een rechtsheldin vanwege haar inzet voor de bescherming van de aarde, maar ook omdat zij buiten gebaande paden durfde te treden, zowel op intellectueel als op persoonlijk vlak.

Blauwe pagina's | Rechtsheld(inn)en
mei 2022
AA20220348

Positieve discriminatie

P.J. Boon

Supreme Court of the United States of America 12 juni 1995, NJB 1995 pp. 980-982 Uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof over positieve discriminatie waarbij meerdere amendementen van de Amerikaanse Grondwet aan de orde komen. In de noot wordt dieper ingegaan op deze problematiek die de betekenis van de Amerikaanse Constitutie wijzigen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1995
AA19950896

Post-Post Salduz

T.A. Keijzer, M. Samadi

Op 22 december 2015 erkende de Hoge Raad het recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor. Daarmee ging hij 'om' ten opzichte van zijn eerdere post Salduz-jurisprudentie, waarin alleen het recht op rechtsbijstand voorafgaand aan het politieverhoor werd erkend. Hoewel een herziening van deze jurisprudentie volgens velen noodzakelijk was, roept de timing van dit arrest de nodige vragen op.

Opinie | Redactioneel
maart 2016
AA20160155

Prestatiebekostiging in het hoger onderwijs

P.J.J. Zoontjens

Post thumbnail De vorig jaar ingevoerde prestatiebekostiging van hogescholen en universiteiten wordt als een belangrijke stap gezien om ons stelsel klaar te maken voor de 21e eeuw. Zij vloeit voort uit de voorstellen van de commissie Veerman. Maar de prestatiebekostiging is ongrondwettig, nu elementaire regels van rechtszekerheid en van gelijkheid voor de instellingen niet in acht worden genomen.

Perspectief | Perspectiefartikel
januari 2014
AA20140066

Prijsdiscriminatie, privacy, en publieke opinie

J.P. Poort, F.J. Zuiderveen Borgesius

Post thumbnail Webwinkels zijn technisch in staat om elke consument een andere prijs aan te bieden: online prijsdiscriminatie. Dit artikel bespreekt twee enquêtes over dergelijke praktijken die zijn gehouden onder de Nederlandse bevolking en onderzoekt de implicaties van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voor online prijsdiscriminatie.

Bijzonder nummer | Privacy
juli 2019
AA20190580

Privacy en bulkinterceptie in de Wiv 2017

M. Hagens, J.J. Oerlemans

Post thumbnail De bevoegdheid tot het in bulk tappen van de kabel is nieuw in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en heeft tot veel discussie geleid. In dit artikel bespreken de auteurs hoe het Nederlandse stelsel van ‘onderzoeksopdrachtgerichte interceptie’ (bulkinterceptie) en ‘geautomatiseerde data-analyse’ zich verhoudt tot het recht op privacy in de jurisprudentie van het EHRM.

Bijzonder nummer | Privacy
juli 2019
AA20190560

Privacy is nog steeds een grondrecht

Pleidooi voor de uitsluiting van onrechtmatig bewijs

P. de Hert, B.J. Koops

In dit opiniërende artikel wordt betoogd waarom privacy een grondrecht is. Dit wordt onderbouwd meet jurisprudentie.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2001
AA20010972

Privacybescherming en ‘Caller ID’

A.C.M. Nugter

Dit artikel handelt over ‘Caller ID’, een nieuwe ontwikkeling is telefoons. Deze extra faciliteit houdt in dat degene die wordt gebeld op zijn toestel het nummer ziet verschijnen van degene die hem belt. Een ongecensureerde invoering van van Caller ID kan op gespannen voet staan met de bescherming van de privacy in het telefoonverkeer. In dit artikel wil ik met name aandacht schenken aan de relatie Caller ID - privacybescherming. Daartoe wordt in dit artikel allereerst nader omschreven wat Caller ID nu eigenlijk inhoudt en wat de introductie van deze techniek betekent voor de privacy van de burger. Vervolgens wordt ingegaan op de wijze waarop in de Verenigde Staten en in Frankrijk met deze problematiek wordt omgegaan. Daarna worden de mogelijkheden tot bescherming naar huidig Nederlands recht besproken. Tot slot komt een recent verschenen Ontwerp Richtlijn van de EEG aan de orde.

Opinie | Column
december 1990
AA19900945

Privacyconcepten voor de 21e eeuw

B.J. Koops

Post thumbnail De ene eeuw is de andere niet. Privacy in de 21e eeuw vergt dan ook mogelijk andere benaderingen dan privacy in de 20e eeuw. Wat betekent privacy in het huidige tijdperk van alomtegenwoordige data en naadloos verknoopte digitale omgevingen? En hoe kun je in het recht een zo algemeen begrip als privacy concretiseren om het hanteerbaar te maken en tegelijk de nodige flexibiliteit van een algemeen concept te behouden?

Bijzonder nummer | Privacy
juli 2019
AA20190532

Private militaire ondernemingen en staatsaansprakelijkheid: een uitdagende combinatie

W.J.M. van Genugten

De centrale vraag van deze bijdrage is hoe het is gesteld met de aansprakelijkheid van de staat der Nederlanden indien werknemers van private militaire en veiligheidsondernemingen zich, gewild of bij toeval, schuldig maken aan oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid. Aan de orde komen achtereenvolgens: een advies over deze materie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken en de reactie van de regering daarop (paragraaf 2), het Kamerdebat over de regeringsreactie (paragraaf 3), het internationale recht inzake staatsaansprakelijkheid (paragraaf 4), met een conclusie ter afronding (paragraaf 5). Het stuk heeft als belangrijkste bedoeling in kort bestek weer te geven wat er op het vlak van de private militaire ondernemingen en de staatsaansprakelijkheid zoal speelt, maar aarzelt niet stelling te nemen waar de auteurs dat zinvol achten.

Bijzonder nummer | Oorlog & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2009
AA20090482

Problemen bij de uitvoering van het minderhedenbeleid

P. Lin A Njoek

Ad-hoc maatregelen, ingrijpen waar zich problemen manifesteren, verschillende interdepartementale ambtelijke commissies en verschillende ministers als coördinator voor de verschillende etnische groepen, zo zou men tot 1980 het regeringsbeleid ten aanzien van etnische minderheden, allochtonen, immigranten of hoe je ze ook wilt noemen, kunnen schetsen. Een, bij nader inzien, onjuiste gedachte met betrekking tot de aanwezigheid van leden van etnische groepen heeft er aan ten grondslag gelegen. Want als je denkt dat deze mensen tijdelijk hier aanwezig zullen zijn, hoef je ook geen maatregelen te treffen: Nederland was en mocht geen immigratieland worden. Het minderhedenvraagstuk werd toen als een lastig welzijnsprobleem beschouwd dus ging alles maar naar CRM tot aan zaken als arbeidsproblemen toe. De betrokkenheid van andere ministeries was, ondanks vergeefse pogingen van CRM, gering, omdat zij het vraagstuk van de etnische minderheden als een ‘ondergeschikt probleem’ kwalificeerden. Over een ondergeschikt probleem wordt nu niet meer gerept. Sinds de publicatie van het rapport Etnische Minderheden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waarin de Raad aandacht heeft gevraagd voor wijziging en intensieve aanpak van het minderhedenbeleid, zijn de betrokkenen bij de beleidsvorming bezig een algemeen minderhedenbeleid van de grond te krijgen. Er werd een coördinerend ministerie aangewezen en een nieuwe coördinatiestructuur op poten gezet waardoor er horizontaal en verticaal druk ge(re)organiseerd moest worden en studies werden aangekondigd. In april 1981 is de eerste minderhedennota van de regering verschenen, die de fundamenten voor een minderhedenbeleid aangeeft.

oktober 1981
AA19810647