Staats- en bestuursrecht

Resultaat 2029–2040 van de 2111 resultaten wordt getoond

Voorbij de trias politica

Over de constitutionele betekenis van ‘public interest litigation’

R.A.J. van Gestel, M.A. Loth

Post thumbnail Zoals de Urgenda-zaak laat zien, roept ‘public interest litigation’ al snel de vraag op of de rechter niet op de stoel van de wetgever gaat zitten, waardoor democratische waarborgen doorkruist zouden worden. Wij menen dat die stelling soms ook omgedraaid kan worden en dat algemeenbelangacties die beslecht worden door de rechter juist als een uitdrukking van democratische legitimatie gezien kunnen worden, zolang de rechter de beleidsvrijheid van de Staat voldoende respecteert en zijn normstellende optreden objectiveert en rechtvaardigt.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2019
AA20190647

Voortaan niet meer (ver)kort door de bocht in Europese prejudiciële context – het Hof van Justitie scherpt wederom zijn CILFIT-rechtspraak aan

H.C.F.J.A. de Waele

Hof van Justitie van de Europese Unie (Grote Kamer) 24 maart 2026, C-767/23, ECLI:EU:C:2026:243 (Remling)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2026
AA20260486

Voortijdig vertrek bewindslieden

B.H. van den Braak

Vertrek van demissionaire bewindspersonen, nog voor het aantreden van een nieuw kabinet, is de afgelopen periode toegenomen. Geheel nieuw is het namelijk niet. Maar anders dan in het verleden, toen vertrek veelal samenhing met aanvaarding van een belangrijke functie, spelen nu ook soms meer persoonlijke belangen een rol. Het werd toegestaan en is toegestaan. Toch roept dit alles vragen op: zijn er regels en wat kunnen redenen zijn voor deze ontwikkeling? Zoals vaker biedt de parlementaire geschiedenis enig houvast.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2024
AA20240852

Vreemdelingenbeleid en kinderrechten

E. Kruijen, S. Meuwese

Terwijl we discussiëren of Nederlandse biologische grootouders evenveel recht hebben op omgangmet de (klein)kinderen als de sociale ouders, vragen we wel van juridische ouders met een niet-Nederlandse nationaliteit de ‘feitelijke gezinsband’ te bewijzen. Daar waar we Nederlandse jongerenop drift, weggelopen en dakloos, onmiddellijk in de crisisopvang plaatsen, stoppen we minderjarigevluchtelingen die in Nederland terechtkomen in de terugkeervariant. En hoewel we eenaantal jaren geleden de onwettigheid van kinderen hebben afgeschaft, noemen we kinderen zondergeldige verblijfsstatus ‘illegale’ kinderen. Het lijkt wel of de balans tussen familierecht envreemdelingenrecht zoek is: we meten duidelijk met twee maten, een voor Nederlanders en eenvoor vreemdelingen.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2002
AA20020610

Vreemdelingenbereid en rechtvaardigheid

Open brief aan C.W. Maris van F.C.L.M Jacobs

F.C.L.M. Jacobs, C.W. Maris

In het kader van de Rode draad 'Recht & Ethiek' verschijnt in de rubriek Mening op regelmatige basis een briefwisseling. De auteurs treden in discussie met elkaar over een ethisch juridisch onderwerp. De vaste auteur in deze briefwisseling is prof.mr. C.W. Maris. Deze maand wisselt hij van gedachte met prof. dr. F.C.K.M. Jacobs over Vreemdelingenbeleid en rechtvaardigheid.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 1998
AA19980020

Vreemdelingenbewaring – 4e druk

J.F.M.J. Bouwman, P. Bruins, B. van Dokkum

Post thumbnail Vreemdelingenbewaring geeft een actueel en helder overzicht van de regelgeving en rechtspraak over de maatregel van vreemdelingenbewaring als bedoeld in de artikelen 59, 59a en 59b van de Vreemdelingenwet 2000.

9789493333321 - 14-11-2024

Vreemdelingenbewaring (Digitaal boek)

J.F.M.J. Bouwman, B. van Dokkum

Post thumbnail In Vreemdelingenbewaring geven de auteurs een actueel overzicht van dit rechtsgebied, dat de laatste jaren behoorlijk in beweging is geweest. Centraal hierbij staat de maatregel van bewaring als bedoeld in de artikelen 59, 59a, en 59b van de Vreemdelingenwet 2000.

9789069166957 - 17-04-2019

Vrijheid van meningsuiting vs. discriminatieverboden

J.W. Nieuwboer

Al een poosje staat de botsing tussen de vrijheid van meningsuiting (art. 7 van de Grondwet, ingevoerd in 1983) en de discriminatieverboden, verwoord in niet alleen artikel 1 van de Grondwet, maar ook in het strafrecht, in de belangstelling. Aan de orde zal komen dat Janmaat in het verleden gestraft is voor uitspraken waarmee hij geacht werd te discrimineren, terwijl Fortuyn en Balkenende in een recent verleden zich zonder sanctie afzetten tegen allochtonen. Hierop en op de strafrechtelijke verboden wordt in dit artikel ingegaan, waarbij deze bijdrage zich beperkt tot discriminatie op grond van ras.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2002
AA20020868

Vrijwilligheid en politie

J.J. Minnaar

De burger moet onder speciale omstandigheden dulden dat de politie zeer ingrijpende inbreuken maakt op haar (grond)rechten. In andere gevallen hoeft de burger dat niet te dulden, doch verzet hij zich niet tegen zo'n inbreuk dan wordt zijn passieve houding door de politie vertaald als 'vrijwillige medewerking'. Over de (on)mogelijkheid van dergelijk politie-optreden handelt onderstaand artikel. De konklusie, dat ook de politie zélf deze vrijwilligheid van de buiger op andere wijze zal moeten benaderen, is volgens de schrijver onontkoombaar.

november 1978
AA19780657

Vuilnisbelt Zaanstad

M.C.B. Burkens

Pr. Arr. Rb. Haarlem (k.g.) 6 juni 1980 (Mr. Van den Haak) Kort geding aangespannen door een op bevordering van het leefklimaat gerichte belangenvereniging van bewoners tegen de gemeente Zaanstad, strekkende tot verbod van verdere exploitatie van een vuilnisbelt, welke exploitatie plaatsvond in strijd met het bepaalde in de Hinderwet. Ontvankelijkheid van de belangenvereniging ondanks het verweer van de gemeente, inhoudende dat voor de belangenvereniging een deugdelijke administratiefrechtelijke weg heeft opengestaan en nog openstaat, t.w. een verzoek aan gedeputeerde staten tot het oefenen van politiedwang.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1981
AA19810497

Vuilstortplaats Weperpolder

P.J.J. van Buuren

Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State (AGRvS) 24 oktober 1991, ECLI:NL:RVS:1991:AN2466, nr. B 05.91.0970 In deze uitspraak van de Voorzitter Afdeling geschillen van bestuur Raad van State komt aan de orde in hoeverre het aanvaardbaar is dat in een milieurechtelijke casus de storting van nieuw afval gedoogd wordt. De Voorzitter oordeelt dat er onder bepaalde voorwaarden gedoogd kan worden waarbij met name van belang is dat er bijna met zekerheid een vergunning verleend zal worden. Nu de nieuwe regeling waar de vergunning op gebaseerd dient te worden nog niet tot stand is gekomen en rondom de totstandkoming nog grote onzekerheid bestaat, is het volgens de Voorzitter niet mogelijk om een gedoogbeschikking af te geven. In de noot wordt dieper in gegaan op de problematiek rondom gedogen en handhaven in het milieurecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1992
AA19920206

Vuurwerk in Rotterdam

W. Duk

Afdeling Rechtspraak van de Raad van State (mrs. Mulder, Van den Bergh en Van Zeben), zaak no. A-3-2047 (1980). E.M. de Knoop (appellant) tegen de raad van de gemeente Rotterdam (verweerder). Uitspraak van 2 oktober 1981, AB 1982, nr. 331, m. nt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 1982
AA19820736

Resultaat 2029–2040 van de 2111 resultaten wordt getoond