Staats- en bestuursrecht

Wetgevingsbeleid en overheidssubsidies

J.C. Jonker

Jaarlijks worden tientallen miljarden aan gemeenschapsgelden in de vorm van een subsidie uitgegeven. Het bestuur geniet bij de subsidieverlening vaak betrekkelijk grote vrijheid. Een groot deel van de subsidies wordt verleend op grond van bestuursbevoegdheden en wettelijk uitsluitend gedekt door een begrotingsartikel. Ook waar de wetgever wel een grondslag heeft gelegd voor subsidieregelingen heeft het bestuur in de praktijk veelal grote vrijheid bij het bepalen van de inhoud daarvan. Recente ontwikkelingen geven aan dat de grote bestuursvrijheid op subsidiegebied niet langer vanzelfsprekend is. In het belang van de legitimatie, de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van subsidiebeleid wordt een grotere invloed van de formele wetgever bepleit. Na beschouwingen over recente ontwikkelingen wordt onderzocht in welke mate het primaat van de formele wetgever in recente wetsvoorstellen op subsidiegebied tot gelding komt.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 1988
AA19880852

Wetsontwerp Mijnbouwwet

M. Geerdink, J. Straesser

Aan de mijnwetgeving wordt in de juridische literatuur weinig aandacht besteed. Toch is de mijnwetgeving economisch van groot belang, gezien de levendige industrie die op het terrein van de mijnbouw actief is. Denk ook aan de petrochemische industrie en de gasvoorziening die voor hun grondstoffen afhankelijk zijn van de winning van olie en gas. Er ligt nu een wetsontwerp klaar om de mijnwetgeving grondig te herzien. In dit artikel worden de hoofdlijnen van het wetsontwerp besproken; daarbij zal nader ingegaan worden op het milieubelang.

Annotaties en wetgeving | Wetsvoorstellen
juli 1998
AA19980687

Wie heeft baat bij de Hoge Colleges van Staat?

R.A.J. van Gestel, P.J.P.M. van Lochem

Post thumbnail De kritische adviezen van de Hoge Colleges van Staat over de wetgeving die aan de basis lag van de toeslagenaffaire hebben regering en Tweede Kamer niet (tijdig) op andere gedachten kunnen brengen. Dit roept de vraag op in hoeverre de adviezen van deze colleges meer in het algemeen het verschil kunnen maken wanneer kritiek en tegenmacht het meest nodig zijn.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2021
AA20210597

Wie is belanghebbende in milieuzaken?

R. Uylenburg

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 27 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206, LJN: AZ5206, nr. 200603728/1 Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 23 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY6762, LJN: AY6762, nr. 200507730/1, AB 2006, 365, m.nt. A. van Hall, Milieu en Recht 2006/9, nr. 96, m.nt. VL Binnen deze arresten wordt de vraag besproken wanneer iemand belanghebbende is in de zin van art. 1:2 Awb, met name de bevoegdheid van belangenorganisaties in milieuzaken is hier in het geding.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2007
AA20070241

Wie wat Wabo

J.C. van Oosten

Post thumbnail Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo wijzigt de procedures voor het reguleren van plaatsgebonden activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving, zoals het realiseren van woonwijken en fabrieken, aanzienlijk. In deze bijdrage wordt de Wabo uitvoerig besproken.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2011
AA20110439

Wie zal de formele wet toetsen?

H.D.M. van Arkel

Welke bezwaren men ook mag hebben tegen het denkbeeld om in Nederland de mogelijkheid van rechterlijke toetsing van de formele wet aan de Grondwet te openen, men kan niet beweren, dat de meer uitgewerkte en gepubliceerde plannen daartoe zich kenmerken door een niets ontziende hervormingsdrift. In de voorstellen van de Proeve en van de Staatscommissie Cals-Donner, immers, wordt de te verlenen toetsingsbevoegdheid sterk beperkt en de gegeven toelichting maakt duidelijk, dat ook de commissieleden die vóór invoering zijn, zeer veel begrip hebben voor de bezwaren die men daartegen kan hebben. Over het algemeen gaan de voorstellen in de Proeve en in het Rapport van de Staatscommissie in dezelfde richting. Het lijkt daarom nuttig hier in het bijzonder aandacht te besteden aan het laatstgenoemde voorstel; waar het voorstel van de Proeve in een andere richting gaat, zal dat worden vermeld. Het voorstel van de Staatscommissie dan, komt - in het kort samengevat - neer op het volgende. De formele wet kan alleen getoetst worden aan de grond. wettelijke bepalingen omtrent de grondrechten; de toetsingsbevoegdheid gaat niet verder dan het in een concreet geval buiten toepassing laten van een wet die in dat concrete geval onverenigbaar is met de bedoelde bepalingen. De toetsing wordt in handen gelegd van de gewone rechter. Men moet zeggen, dat de commissie met dit voorstel niet meer doorbreekt dan noodzakelijk is wanneer men een ruimer toetsingsrecht clan wij thans kennen, wil invoeren. Hierbij moet wel aangetekend worden, dat dit voorstel niet inhoudt het definitieve standpunt van de commissie ten aanzien van de begrenzing van de te verlenen toetsingsbevoegdheid. In het hier aangehaalde rapport is namelijk het toetsingsrecht alleen behandeld in samenhang met de zogenaamde klassieke grondrechten; de grondrechten die - zoals het rapport zegt - de strekking hebben de vrijheidssfeer van de burger tegenover de overheid te waarborgen. Bij deze constatering moet dan evenwel weer worden opgemerkt, dat van de commissie in haar huidige samenstelling nauwelijks verwacht kan worden dat zij te zijner tijd met een voorstel tot invoering van een algehele toetsingsbevoegdheid zal komen. Vooruitlopende op haar studie van het vraagstuk van de eventuele algehele opheffing van de onschendbaarheid der wetten, deelt de commissie mede dat ‘naar het aanvankelijk oordeel van de grote meerderheid van de leden’ een toetsingsbevoegdheid ten aanzien van alle grondwetsbepalingen niet dient te worden ingevoerd.

januari 1970
AA19700511

Wiens brood men eet, diens woord men spreekt

Nawoord op bovenstaande reactie

L. Kaemingk, M.J. Kroeze

Kort nawoord op een reactie op een redactioneel artikel door de beider redacteuren.

Opinie | Reactie/nawoord
juni 1993
AA19930453

Wiens brood men eet…

F. Houben, F. Jaspers

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de beperking van de vrijheid van meningsuiting bij de verplichte plaatsing van internetfilters in publiek toegankelijke plaatsen.

Opinie | Redactioneel
september 2003
AA20030599

Wiens soevereiniteit pakt de EU dan af?

Europa als een confederale unie van soevereine lid-volkeren

A. Cuyvers

Post thumbnail Bent u voor de EU of voor het behoud van uw eigen soevereine en democratische staat? Dit is het valse dilemma dat de huidige discussie over de EU structureert en domineert. Deze bijdrage laat zien waarom de EU, nationale soevereiniteit en democratie niet onverenigbaar zijn. Zij kunnen juist verenigd en versterkt worden in een modern confederaal bestel.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
september 2014
AA20140676

Wijziging Ambtenarenwet 1929 ter zake van de uitoefening van grondrechten

C.J.G. van Olde Kalter

In dit artikel wordt ingegaan op de wijziging van de Ambtenarenwet 1929 waarbij er verschillende bepalingen zijn gewijzigd om op die manier de verwezenlijking van de grondrechten voor ambtenaren te vergroten. Waar deze voorheen waren vastgelegd in algemene regelingen kent deze waarborg nu een wettelijk kader. In het artikel wordt ingegaan op de voorgeschiedenis, art. 125a Ambtenarenwet 1929 in het bijzonder, vrijheid van godsdienst, passief kiesrecht en privacy-bescherming.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1989
AA19890277

Wijziging van de Wet op de kansspelen (Speelautomaten)

, J.A.C. Bevers, C.J.A. van den Broek

Dit artikel behandelt de wijzigingen die zijn opgetreden bij de wijziging op de Wet op de kansspelen. Tevens toegevoegd een noot bij de herziening van de Wet op de kansspelen, waarbij de auteur zich afvraagt of het geen ongelukkige herziening van de wet is.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juli 1999
AA19990546

Wijziging Wet op de Parlementaire enquête (Stb. 1991, 415)

H.J.L. van der Linde

In dit artikel wordt de wijziging van de Wet op de Parlementaire enquête besproken. Deze wet is gebaseerd op art. 70 Gw. In de nieuwe wet worden vooral een aantal procedurele zaken gewijzigd. In het artikel worden de hoofdlijnen van het wetsvoorstel besproken.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 1992
AA19920490