Burgerlijk recht

Resultaat 2965–2976 van de 3183 resultaten wordt getoond

Van ‘waar bemoeit die rechter zich mee?’ tot ‘res loquitur ipsa’. De Urgenda-zaak bij de Hoge Raad

K.J. de Graaf, A.T. Marseille

Hoge Raad 20 december 2019, nr. 19/00135, ECLI:NL:HR:2019:2006, NJ 2020/41, m.nt. J. Spier, AB 2020/24, m.nt. Ch.W. Backes & G.A. van der Veen, JB 2020/37, m.nt. D.G.J. Sanderink, M en R 2020/8, m.nt. T.J. Thurlings-Rassa (Urgenda) Als er in de afgelopen jaren één (Nederlands) geschil zou moeten worden aangewezen waarover de rechter uitspraak deed en waarover veel juristen in de wereld verbaasd waren, vanwege de mate waarin de rechterlijke macht meende te kunnen interveniëren in het politieke domein, dan betreft dat het geschil tussen de Nederlandse Staat en de stichting Urgenda. Kars de Graaf & Bert Marseille annoteren de uitspraak in het kader van het themanummer over de rechter in de trias politica.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2020
AA20200955

Van balenpers tot treinwagons: het conflictenrecht met betrekking tot verbintenissen uit overeenkomst

ICF/Balkenende c.s.

M.V. Polak

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 6 oktober 2009, zaak C-133/08, ECLI:EU:C:2009:617 (ICF/Balkenende c.s.) Noot bij een arrest van het HvJ EG waarin art. 4 EVO aan de orde komt. Met name komt de vraag aan de orde welk recht van toepassing is in geval de overeenkomst aanknopingspunten met meer dan twee landen heeft. De annotator geeft enige achtergronden bij met name art. 4 EVO en over de uitleg daarvan waarbij met name het Balenpers-arrest van de Hoge Raad van belang is. De vraag is of het criterium uit het Balenpers-arrest, te weten dat alleen onder bijzondere omstandigheden toepassing gegeven kan worden aan de uitzondering van art. 4 lid 5 EVO.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2009
AA20090830

UCERF 18 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Van belangen naar verantwoordelijkheid. De juridische status van het toekomstige, nog niet-verwekte kind

L. ten Haaf

De juridische positie van het toekomstige, nog niet verwekte kind in het recht. Nieuwe voortplantingstechnieken maken het belang van die vraag duidelijk zichtbaar. Lisette ten Haaf betoogt dat de manier waarop er nu wordt omgegaan met de belangen van het nog niet-verwekte kind problematisch is. Het toekomstige kind bestaat fysiek niet, en zal door de […]

Van Berkels derdenbeslag

J.L.P. Cahen

Hoge Raad 25 januari 1991, nr. 14108, ECLI:NL:HR:1991:ZC0122, RvdW 1991, 41 (Van Berkel/Tribosa) In deze uitspraak die nog gewezen is ten tijde van het oude Burgerlijke Wetboek wordt ingegaan op de werking van het derdenbeslag op huurvorderingen bij vervreemding van het object waar de huur uit voortvloeit. De Hoge Raad oordeelt met verwijzing naar het destijds nieuwe art. 475b Rv dat een vervreemding van het object waar de vorderingen waar beslag op is gelegd uit voortvloeien geen invloed heeft op het beslag en dat dit in overeenstemming is met het destijds geldende recht. Ook het feit dat het object waar de huurvorderingen uit voortvloeien executoriaal verkocht is door de eerste hypotheekhouder doet hier niets aan af. In de noot wordt hier dieper op ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1991
AA19910498

Van bestuurdersaansprakelijkheid en het vertrouwen in de kapitaalmarkten; een internationaal perspectief

M.A.M. Wagemakers

In dit artikel wordt ingegaan op de invloed van de economie aan de wet- en regelgeving op het gebied van de bestuurdersaansprakelijkheid door de toegenomen deelname van particulieren aan effecten.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2005
AA20050138

UCERF 16 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Van Brussel II bis naar Brussel II ter: What’s new? Beschrijving van de herziene verordening en enkele aandachtspunten

L. Frohn

Lisette Frohn gaat in op de herziene ipr-verordening Brussel IIter. Daarin veranderen een aantal zaken vergeleken met de geldende Brussel IIbis verordening. Voor de praktijk is dat van belang, nu aan menige echtscheiding of zaak over ouderlijk gezag een grensoverschrijdend element zit. Helaas is in de nieuwe verordening nog steeds geen definitie opgenomen van het […]

Van De Boedelscheiding tot de afwikkelingsbewindvoerder

B.E. Reinhartz

In 1969 promoveerde prof. mr W.M. Kleijn in Leiden op een proefschrift met de titel: De Boedelscheiding; een dik boek met 468 bladzijden tekst. In het kader van deze bijdrage pik ik daar enkele aspecten uit die ook tegenwoordig nog omstreden zijn. Past de oplossing die de promovendus destijds gaf, ook nog in het huidige tijdsgewicht?

Overig | Rode draad | Onder doctoren
mei 2008
AA20080382

Van den Berge-Verenigde Bootlieden BV

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 31 december 1993, nr. 15181, ECLI:NL:HR:1993:ZC1212, RvdW 1994, 22; NJ 1994, 436 m.nt. Maeijer (Van den Berge/Verenigde Bootlieden BV) Arrest van de Hoge Raad en de daarbij behorende noot waarin de gelijkheid van aandeelhouders centraal staat. Het betreft een bijzondere bv waarbij de werknemers tevens de aandeelhouders zijn. De Hoge Raad oordeelt dat er in casu geen sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel indien daar een redelijke en objectieve reden voor kan worden aangewezen. In de noot wordt op deze problematiek rondom de gelijkheid van aandeelhouders verder in gegaan. Ook komt de blokkeringsregeling aan de orde.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1994
AA19940663

Van den Bergh/Van der Walle

A.I.M. van Mierlo

Hoge Raad 29 oktober 2004, nr. C03/166HR, ECLI:NL:HR:2004:AP4504, RvdW 2004, 123 (Van den Bergh/Van der Walle) Conservatoir (derde)beslag op niet benutte kredietruimte is niet mogelijk.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2005
AA20050846

Van den Bos-Provincial

J. Hijma

Hoge Raad 29 september 1995, nr. 15759, ECLI:NL:HR:1995:ZC1827, NJ 1996, 89 (Van den Bos/Provincial Insurance) In dit arrest en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op het onderwerp rechtsverwerking. Dit gedeelte van het burgerlijk recht wordt vaak onder de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. De annotator gaat hier dieper op in.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1996
AA19960444

Van Den Haag tot Wenen

Wereldreis in het Nederlands privaatrecht

B.A. Kuiper-Slendebroek

Post thumbnail Deze amuse is een verkenning van het grensgebied tussen internationaal recht en privaatrecht: de internationalisering van het Nederlands privaatrecht. Deze verkenning voert langs nationale en internationale rechtsbronnen en interpretatiemethoden, langs verdragsverplichtingen en de rol van de rechter, om via twee arresten van de Hoge Raad te eindigen bij de toepassing van internationale rechtsnormen in het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht.

Opinie | Amuse
november 2021
AA20210974

Van der Tuuk Adriani-Batelaan

Ongerechtvaardige verrijking

J. Hijma

Hoge Raad 15 maart 1996, nr. 16038, ECLI:NL:HR:1996:ZC2108, RvdW 1996, 74 C (Van der Tuuk Adriani/Batelaan) Uitspraak van de Hoge Raad over een geval van ongerechtvaardigde verrijking in een tijd waarin het NBW nog niet gold. Aangesloten wordt bij de Quint/ Te Poel-formule waarbij aanwijzingen voor ongerechtvaardigde verrijking gevonden dienen te worden in een publiekrechtelijke wet.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1997
AA19970102

Resultaat 2965–2976 van de 3183 resultaten wordt getoond