voorlopige hechtenis
Resultaat 1–12 van de 13 resultaten wordt getoond
Het Straatsburgse oordeel over de ernstig geschokte rechtsorde, het slot van een trilogie
M.J. Borgers
Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 5 juli 2007, appl.no. 28831/04, ECLI:CE:ECHR:2007:0705DEC002883104 (Kanzi tegen Nederland) en Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 5 juli 2007, appl.no. 43701/04, ECLI:CE:ECHR:2007:0705DEC004370104 (Hendriks tegen Nederland) In deze annotatie, die een trilogie vormt met twee eerder gepubliceerde annotaties AA20070245 en AA20070798, wordt het Nederlandse begrip 'ernstig geschokte rechtsorde' vergeleken met het bij het EHRM bekende 'public disorder' in het kader van eisen voor de voorlopige hechtenis.
Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2007
AA20070981
Resultaat 1–12 van de 13 resultaten wordt getoond





Het lijkt voor de hand te liggen om in de fase van hoger beroep de voorlopige hechtenis van een tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeelde verdachte te laten voortduren, te hervatten of zelfs te laten beginnen. Ook in de hogerberoepfase moet de rechter voorlopige hechtenis echter als een ultimum remedium blijven beschouwen. De ‘reeds veroordeeld’-grond voor voorlopige hechtenis (art. 75 lid 1, derde volzin, Sv) ontslaat de rechter niet van de plicht steeds te motiveren waarom het uitgangspunt dat de verdachte de berechting in vrijheid mag afwachten zou moeten worden verlaten
De borgsom in het Nederlandse strafprocesrecht leidt tot op heden slechts een slapend bestaan. In de praktijk klinken echter steeds meer geluiden vóór toepassing van alternatieven voor de voorlopige hechtenis. In deze bijdrage wordt daarom vanuit verschillende perspectieven stilgestaan bij de voor- en nadelen van de toepassing van de borgsom.
In dit procesdossier wordt u aan de hand van de stukken betreffende een roofmoord door het strafproces in eerste aanleg geleid.