Showing 1–12 of 36 results

Aansprakelijkheid van de arbiter: ‘bewuste roekeloosheid’, ‘ernstig verwijt’ of ‘bekwame arbiter’ als maatstaf?

De balansopname na Greenworld (2019) en Qnow (2016)

J.M. van Dunné

De aansprakelijkheid van arbiters werd door de Hoge Raad in 2009 (Greenworld) en 2016 (Qnow) vastgesteld in aansluiting op de beperkte wettelijke aansprakelijkheid van rechters: slechts bij ‘opzettelijk of bewust roekeloos’ handelen of ‘ernstige verwijtbaarheid’. In dit cahier wordt de stand van zaken geanalyseerd en onderzoek gedaan naar de herkomst van de genoemde criteria.

9789492766779 - 2-9-2019

Anonieme getuigen

A.H.J. Swart

Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 20 november 1989, ECLI:NL:XX:1989:AD0949, Application no. 11454/85 (Kostovski v. The Netherlands) Uitspraak van het EHRM waarin het hof een zaak tegen de Staat der Nederlanden behandelt waarin de gebruikmaking van verklaringen van getuigen à charge indien aan de verdachte een passende en afdoende gelegenheid is geboden de getuige op de proef te stellen en te ondervragen, hetzij op het moment de getuige zijn verklaring aflegde, hetzij op een later moment. Het EHRM oordeelt dat i.c. deze mogelijkheid aan de klager niet geboden is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Mei 1990
AA19900315

Anonieme getuigen

A.H.J. Swart

Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECRM) 12 mei 1988, ECLI:NL:XX:1989:AD0949, nr. PUBLCEDHSERIEAVOL166 (Kostovski-Nederland). De Europese Commissie voor de rechten van mens is van oordeel dat in de zaak Kostovski inbreuk is gemaakt op het recht op een eerlijk proces. Het standpunt van de commissie dwingt Nederland tot een fundamentele herbezinning op de ontwikkelingen. De praktijk zoals die in Nederland is ontstaan met betrekking tot anonieme getuigen, kan niet door de beugel. In de noot wordt verder ingegaan op het rapport van de commissie en 4 concurring opinions.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 1988
AA19880855

Bewijs leveren tegen zichzelf. Huiszoeking.

De anonieme getuige: een vervolgverhaal

C.P.M. Cleiren

Europees Hof voor de rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 26 maart 1996, Application no. 20524/92, ECLI:CE:ECHR:1996:0326JUD002052492 (Doorson v. The Netherlands) Het Hof overweegt dat artikel 6 EVRM niet expliciet vereist dat de belangen van getuigen in het algemeen en van slachtoffer/getuigen in het bijzonder in overweging worden genomen. De belangen van getuigen en slachtoffers bij leven, vrijheid en veiligheid worden — zo overweegt het Hof — in principe beschermd door andere bepalingen van het Verdrag, wat impliceert dat verdragspartijen hun strafprocedures zodanig moeten inrichten dat deze belangen niet ongerechtvaardigd in gevaar komen. Tegen deze achtergrond vereisen beginselen van fair trial wèl dat in daarvoor in aanmerking komende gevallen de belangen van de verdediging worden afgewogen tegen die van getuigen of slachtoffers die worden opgeroepen om te getuigen. Waar aan de ene kant de behoefte bestaat aan een verklaring van de getuige en aan de andere kant de noodzaak hem te beschermen tegen mogelijke vergeldingsacties van de kant van de verdachte kan dit een relevante reden zijn om de getuige anonimiteit te garanderen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
September 1996
AA19960585

De beoordeling van een vordering tot opheffing van een conservatoir beslag

A.W. Jongbloed

Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1074 (Hwang/Nidera c.s.; Pine trader)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2015
AA20150794

De Grondwet en het eerlijke proces

J.M. Barendrecht

In deze column gaat Barendrecht in op het voornemen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken om een Staatscommissie een ontwerp te laten maken dat de Grondwet toegankelijker moet maken voor burgers. Barendrecht doet zelf een voorzet door een 'fair trial-artikel' in niet-juridisch jargon te redigeren.

Opinie | Column
Juni 2009
AA20090388

De raadsman die verzuimde hoger beroep in te stellen

T. Kooijmans

Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:16, NJ 2016/117 m.nt. T.M. Schalken

Annotaties en wetgeving | Annotatie
April 2016
AA20160274

De United Nations Compensation Commission

Een stap vooruit in het internationale staatsaansprakelijkheidsrecht?

L. van Zoelen

Inmiddels is het meer dan vijf jaar geleden dat de Golfoorlog na ingrijpen van de Verenigde Naties (VN) tot een einde kwam. De schade die in die oorlog werd toegebracht, is enorm. Minder bekend is dat de slachtoffers van de Golfoorlog — en hier betreft het zowel natuurlijke personen als nationale en internationale rechtspersonen — een schadevergoeding van Irak kunnen ontvangen via de United Nations Compensation Commission (UNCC). Deze Commissie is speciaal door de Veiligheidsraad (VR) opgericht om schadevergoedingen toe te kennen uit het United Nations Compensation Fund (UNCF). Opmerkelijk is dat deze Commissie die de claims beoordeelt tevens bevoegd is om, voorzover de VR daarin niet heeft voorzien, de aansprakelijkheid van Irak en de schadevergoedingsprocedure zelf nader te regelen. In welke mate verschillen de UNCC-regels en die van de VR van het traditionele staatsaansprakelijkheidsrecht en in hoeverre kan de inhoud ervan bijdragen aan een verbetering van het traditionele internationale aansprakelijkheidsrecht?

Verdieping | Studentartikel
December 1996
AA19960738

Het EVRM en de partij-getuige

G.R. Rutgers

Hoge Raad 19 februari 1988, ECLI:NL:HR:1988:AD0203, NJ 1988, 725 (Dombo Beheer BV/Nederlandse Middenstandsbank NV) Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 27 oktober 1993, Application no. 14448/88, ECLI:CE:ECHR:1993:1027JUD001444888 (Dombo Beheer BV v. The Netherlands) Twee uitspraken, zowel van de Hoge Raad (19-2-1988) en het EHRM (27-10-1993) worden besproken. De uitspraak van het EHRM volgt op de uitspraak van de Hoge Raad. Het gaat i.c. om de partij als getuige. Onder het oude recht stond het OBW en het oude Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering niet toe. I.c. heeft de (oud) directeur van een bv niet kunnen getuigen. Volgens het EHRM is dit in strijd met de regels van een eerlijk proces. Het EHRM kent geen 'minnelijke genoegdoening' (schadevergoeding) toe omdat indien de getuigenis wel had plaatsgevonden niet zeker was of de verliezende partij in dat geval gewonnen had.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
November 1994
AA19940758

Is er nog toekomst voor de Afdeling bestuursrechtspraak?

J. Paulussen, A.C.L. Zwalve

In dit redactionele artikel wordt stilgestaan bij de onafhankelijkheid van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State en de twijfels daarbij door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vanwege de wetgevingswerkzaamheden van de Raad van State.

Opinie | Redactioneel
September 2001
AA20010603

December 2006

Katern 101: Straf(proces)recht

C.M. Pelser

Showing 1–12 of 36 results