Resultaat 37–48 van de 53 resultaten wordt getoond

Personenvennootschapsrecht, quo vadis?

A.S.J.M. Tervoort

Post thumbnail

De Hoge Raad heeft in 2015 drie baanbrekende arresten gewezen die betrekking hebben op het personenvennootschapsrecht: het recht betreffende de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Daarmee komt de vraag op wie de alom noodzakelijk geachte modernisering van het personenvennootschapsrecht, dat nog dateert uit 1838, ter hand moet nemen: de wetgever of de Hoge Raad.

Verdieping | Verdiepend artikel
Maart 2016
AA20160161

Rechtsvraag (N) BW (26) overgangsrecht

H.L. van der Beek

Rechtsvraag op het gebied van het goederen- en faillissementscircuit waarbij met name het overgangsrecht volgens NBW aan de orde komt.

Perspectief | Rechtsvraag
Februari 1988
AA19880133

Rechtsvraag (N) BW (27) faillissementsrecht

A.M.J. van Buchem-Spapens

Rechtsvraag op het gebied van het faillissementsrecht waarbij het NBW aan de orde komt. Vragen als de verplichting van bijhouden van cessielijsten en de werking daarvan en de vordering van toekomstige goederen zijn in de rechtsvraag verwerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
Juli 1988
AA19880478

Redding en sanering: monomaan of modern paradigma?

Over de pre-pack en dergelijke

P.J. Frölich

Post thumbnail Brussel kondigt een nieuwe reddings- en saneringscultuur aan om bedrijven in nood te helpen reorganiseren en zo Europa uit het slop te trekken. Onze minister ontwikkelt een variant op de Engelse pre-pack, die de doorstart van insolvente ondernemingen vergemakkelijkt. Dit zijn symptomen van een paradigmawisseling, waarbij rechten van schuldeisers worden gerelativeerd om ruimte te maken voor reddingsoperaties. Is deze tendens wenselijk en passend bij een modern insolventierecht? Of verraadt zij een verkeerde fixatie op doorstarten?

Verdieping | Verdiepend artikel
Maart 2015
AA20150192

Rekening-courantrekening en schuldoverneming in faillissementssituaties; zoete broodjes worden niet gebakken

D. Winkel

Onlangs werd ik in mijn praktijk, de faillissementspraktijk, geconfronteerd met een casus waarin de werking van een rekening-courantrekening naar voren kwam, gekoppeld aan het verschijnsel van schuldoverneming in het zicht van en tijdens faillissement. In dit artikel zal ik eerst een vereenvoudigde uiteenzetting geven van de feiten, waarna ik een sterk gesimplificeerde uitleg zal geven over de werking van een rekening-courantrekening. Vervolgens zal ik kort het begrip schuldoverneming in faillissementssituaties behandelen om vervolgens de combinatie van de werking van een rekening-courantrekening en schuldoverneming, zoals die zich in de onderhavige kwestie heeft voorgedaan, te bespreken.

Verdieping | Verdiepend artikel
Maart 2004
AA20040160

Rendement of restitutie? Clawbacks in rechtsvergelijkend perspectief

F. Ahlers, M.R. Tjon Akon

Onlangs oordeelde de Hoge Raad oordeelde dat een investeerder die ruim 1,1 miljoen euro had verdiend aan het Ponzi scheme van vastgoedbelegger René van den Berg, deze winst niet terug hoefde te betalen. Er is onduidelijkheid over deze betalingen. Heeft de investeerder die deze heeft ontvangen recht op deze gelden of dient restitutie plaats te vinden ten behoeve van de overige investeerders, wier inbreng is gereduceerd tot een faillissementsvordering? Deze kwestie wordt besproken vanuit een rechtsvergelijkend perspectief, waarin de oplossing van de Hoge Raad wordt vergeleken met het Amerikaanse faillissementsrecht.

Opinie | Redactioneel
Maart 2012
AA20120165

Reuser q.q./Postbank

A.I.M. van Mierlo

Hoge Raad 22 april 2005, nr. C04/031HR, ECLI:NL:HR:2005:AS2688, RvdW 2005, 62, JIN 2005, 238 (Reuser q.q./Postbank) Een derde beslagene is niet bevoegd tot verrekening van een schuld en een vordering nadat er op de vordering beslag is gelegd. Daar bestaan echter op grond van art. 6:130 lid 2 BW uitzonderingen op. De vraag is ook nog aan de orde in hoeverre faillissement op deze situatie invloed heeft.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Mei 2006
AA20060363

Scheiding der machten in het goederen- en insolventierecht

R.M. Wibier

Hoge Raad 13 juni 2003, nr. C01/227HR, ECLI:NL:HR:2003:AF3413, NJ 2004/196, m.nt. W.M. Kleijn, AA20040775, m.nt. R.D. Vriesendorp (Beatrixziekenhuis/ProCall). Ook wel bekend als het ProCall-arrest. Het goederen- en insolventierecht geeft zelden aanleiding tot een competentiestrijd tussen de wetgever en de rechter. Mede daarom is de zaak Beatrixziekenhuis/ProCall – die speelde in 2003 – zo interessant. De Hoge Raad gebruikt het argument dat aanvaarding van een trust niet aan hem, maar aan de wetgever is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2020
AA20200949

schuldsaneringsregeling natuurlijke personen per 1 december 1998 in werking

Faillissementswet verrijkt met derde insolventieprocedure

G.H. Lankhorst

In dit artikel wordt de derde insolventieprocedure van de Faillissementswet besproken, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Het artikel bevat een geschiedenis van de regeling, hoofdlijnen, rechtsgevolgen, toelatingseisen, rechtsmiddelen, overgangsregels en uitvoeringsaspecten

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
December 1998
AA19980970

Selectieve rechtspraak bij bestuurdersaansprakelijkheid wegens selectieve betaling?

S.M. Bartman

Hoge Raad 17 januari 2020, nr. 18/01948, ECLI:NL:HR:2020:73 (Ingwersen q.q./Source BV c.s.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 2020
AA20200274

Staal Bankiers-Mr. Ambags q.q.

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 25 maart 1988, nr. 13171, ECLI:NL:HR:1988:AD0247, RvdW 1988, 69 (Staal Bankiers/Mr. Ambags q.q.) In dit arrest en de daarbij behorende noot staat centraal in hoeverre een toekomstige vordering door een cessie tot zekerheid overgaat op de cessionaris . Daarbij komt eerdere jurisprudentie aan de orde waarbij de vereisten voor de overdracht van toekomstige goederen wordt besproken (voldoende bepaalbaarheid, opschortende tijdsbepaling). Ook wordt de werking van het faillissement hierbij besproken. De cessie van een toekomstige vordering kan wegens het bepaalde in artikel 23 Fw (thans art. 35 lid 2 Fw) niet tegen de boedel worden ingeroepen, indien de cedent vóór het ontstaan van de vordering wordt failliet verklaard.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 1989
AA19890056

Transparantie bij de benoeming van de faillissementscurator

B. Wessels

Post thumbnail

In Nederland zijn de regels die de selectie en benoeming van een faillissementscurator regelen onduidelijk. De Faillissementswet is verre van volledig, door rechters in 2013 geformuleerde uitgangspunten missen een grondslag in de wet, zijn onduidelijk of onbekend, zijn per arrondissement verschillend en bieden een kandidaat voor benoeming een weinig zekere rechtsgang. Vanuit een rechtsvergelijkend en Europees perspectief formuleert de auteur voorstellen tot verbetering.

Verdieping | Verdiepend artikel
December 2017
AA20170965

Resultaat 37–48 van de 53 resultaten wordt getoond