Maandbladartikel

Opstalaansprakelijkheid bij dijkdoorbraak?

S.D. Lindenbergh

Hoge Raad 17 december 2010, nr. 09/03735, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, LJN: BN6236, RvdW 2011, 7 (Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht/Gemeente De Ronde Venen). Ook bekend als Wilnisser dijkdoorbraak.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2011
AA20110208

Opties en deelnemingsvrijstelling (het Falconarrest)

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 22 november 2002, nr. 36 272, ECLI:NL:HR:2002:AD8488, BNB 2003/34. Ook bekend als het Falcon-arrest. In deze noot bij dit arrest wordt ingegaan op het belangrijke deel van de vennootschapsbelasting: de deelnemingsvrijstelling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2003
AA20030672

Opties op aandelen

M.S. Werkhoven

Ondanks de gereserveerde houding van het publiek mag verwacht worden dat de sinds april 1978 op de Europese Optiebeurs verhandelbare opties op aandelen zich een belangrijke plaats zullen veroveren in de wereld van beleggingen. In het volgende wordt ingegaan op enige privaatrechtelijke aspecten van deze opties. Gegevens welke van belang zijn voor de begripsvorming rond het verschijnsel zullen hieraan voorafgegaan. Het sluitstuk zal worden gevormd door een summiere beschrijving van de rol van de overheid in de optiehandel.

maart 1980
AA19800164

Opvang van uitgeprocedeerde vreemdelingen: waarom we het voorbeeld van de gemeenten moeten opvolgen

D. Mohammadi

Post thumbnail

Uitgeprocedeerde vreemdelingen in de opvang of in een kerk, garage of bij een bushalte? Er zijn internationale mensenrechtenverdragen die richtinggevend kunnen zijn bij de beantwoording van de vraag in hoeverre uitgeprocedeerde vreemdelingen opvang dient te worden geboden.

Verdieping | Studentartikel
oktober 2015
AA20150749

Opvangcentrum Schiphol-Oost: een schending van de mensenrechten

R.J. Hamerslag

Het gedwongen verblijf van asielzoekers rondom of op Schiphol is al jaren omstreden en heeft aanleiding gegeven tot diverse verhitte discussies, omdat de Staat verkondigt dat dit verblijf niet kan worden gezien als een vorm van vrijheidsbeneming. Een vermeend onrechtmatig verblijf zou om die reden niet door een onafhankelijke rechter getoetst kunnen worden. Tegenover deze visie is herhaaldelijk betoogd dat het verblijf op Schiphol slechts is te zien als de in de artikelen 19 en 26 Vreemdelingenwet geregelde vreemdelingenbewaring, die in art. 82 t/m 87 Vreemdelingenbesluit verder is uitgewerkt. Op grond van deze artikelen kan te allen tijde aan een onafhankelijke rechter worden verzocht de opgelegde bewaring op onrechtmatigheid te toetsen. Subsidiair is daarbij aangevoerd dat al zou de Vreemdelingenwet niet van toepassing zijn, een beroep op art. 5 van het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens er in ieder geval toe zou moeten leiden dat een onafhankelijke rechter kennis zou kunnen nemen van grieven over de vrijheidsbeneming. Deze problematiek wordt in dit artikel nader uitgewerkt.

september 1987
AA19870537

Opvolgend werkgeverschap

W.H.A.C.M Bouwens

Hoge Raad 11 mei 2012, nr. 10/05466, ECLI:NL:HR:2012:BV9603, LJN: BV9603, JAR 2012/150 (Van Tuinen/Taxicentrale Wolters)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2012
AA20120933

Opzeggen en aanzeggen, reëel en fictief: de CRvB over artikel 16 lid 3 WW

J. Riphagen

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 28 maart 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB0761, RSV 2001, 122; JAR 2001/67 De WW-uitkering van betrokkene, wiens arbeidsovereenkomst per 1 april 1999 wan geëindigd, werd door het Lisv tot 1 september opgeschort met toepassing van art. 16 lid 3 WW. Naar het oordeel van de CRvB dient echter de verlengde opzegtermijn voor oudere werknemers, zoals deze voor 1 januari 1999 gold, niet te worden betrokken bij de toepassing van dit artikelonderdeel. Wel valt onder de `rechtens geldende termijn´ (van opzegging) ook de aanzegtermijn van art. 7:672 lid 1 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2001
AA20011004

Opzegging van duurovereenkomsten, in het bijzonder kredietovereenkomsten

R.M. Wibier

Hoge Raad 10 oktober 2014, nr. 13/02588, ECLI:NL:HR:2014:2929 (ING/De Keijzer)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2015
AA20150480

Opzet bij economische delicten

J.M. van Bemmelen

Hoge Raad 18 maart 1952, ECLI:NL:HR:1952:1 (Kleurloos opzet), Hoge Raad 18 maart 1952, ECLI:NL:HR:1952:199

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 1952
AA19520044

Opzet bij ziekte?

J. Giltaij, E.A.G. van Schagen

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van de werknemer door de werkgever. De loondoorbetalingsplicht bestaat niet in geval de werknemer de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal rechterlijke uitspraken waarin het opzetcriterium op verschillende manieren wordt uitgelegd wat volgens de redacteuren tot verschillende uitspraken leidt.

Opinie | Redactioneel
februari 2009
AA20090085

Opzet en schuld in het verkeer

J. de Hullu

Hoge Raad 15 oktober 1996, nr. 102826, ECLI:NL:HR:1996:ZD0139, NJ 1997, 199 m.n.'tH (Porsche) Zeer gevaarlijk rijgedrag dat tot een ongeval met dodelijke slachtoffers leidt, kan (in theorie) tot aansprakelijkstelling voor opzettelijke levensberoving leiden. Indien het echter gaat om een geval waarbij de verdachte ook zelf aanmerkelijk levensgevaar heeft gelopen moet de rechter in zijn oordeel betrekken, dat behoudens aanwijzingen voor het tegendeel niet waarschijnlijk is dat de verdachte de aanmerkelijke kans van een dodelijk ongeval inderdaad heeft aanvaard. Een nadere bewijsmotivering kan dan niet worden gemist.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1997
AA19970438

Opzet in de Wet op de economische delicten. Beter boos dan kleurloos

D.R. Doorenbos

Volgens de Hoge Raad moet ook in het economisch strafrecht de leer van het kleurloos opzet gelden. Dat uitgangspunt wordt in deze opinie ter discussie gesteld. Wie zich niet bewust is van het bestaan van een voorschrift, kan dat voorschrift niet opzettelijk overtreden. Hij begaat geen misdrijf, maar een overtreding. De aanvaarding van boos opzet past in het systeem van de Wet op de economische delicten.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2021
AA20210253