Maandbladartikel

Kinderen op de digitale snelweg – prijsschieten?

A. Bouichi, M. Zwiers

Dit redactioneel pakt de problemen aan die ontstaan doordat er steeds meer nieuwe elektronische diensten komen. Het gaat er in dit artikel over of kinderen niet beschermd moeten worden tegen het kopen van artikelen middels de nieuwe elektronische hulpmiddelen.

Opinie | Redactioneel
maart 2003
AA20030139

Kinderen zonder verblijfsrecht en kinderbescherming

T.P. Spijkerboer

In dit artikel wordt ingegaan op het koppelingsbeginsel (alleen legaal in Nederland verblijvende personen kunnen aanspraak maken op voorzieningen van de verzorgingsstaat) en de bescherming van de belangen van kinderen.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2003
AA20030831

Kindermishandeling en de meldcode

J.E. Doek

Kindermishandeling, een vreselijk verschijnsel, maar wat is een goede remedie om het aan te pakken? Er is gepleit voor een verplichting van hulpverleners om het te melden, maar dit is met redenen weer van tafel geveegd.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2005
AA20050243

Kinderopvangtoeslag ook voor beurspromovendi

N. Lgarah, D.W. van Maurik

Het promotieonderzoek van zogenoemde beurspromovendi wordt gefinancierd door een (externe) beurzenverstrekker. Hoewel beurspromovendi te vergelijken zijn met werknemerpromovendi, worden zij geconfronteerd met stopzettings- en terugvorderingsbesluiten van hun kinderopvangtoeslag. Beurspromovendi sluiten namelijk geen arbeidsovereenkomst met de universiteit waaraan zij studeren. Daarnaast is het onzeker of zij kunnen worden aangemerkt als resultaatgenieters. In de parlementaire geschiedenis van de Wet kinderopvang heeft geen evenwichtige en uitgebreide afweging voor beurspromovendi plaatsgevonden.

Opinie | Redactioneel
mei 2020
AA20200435

Kinderopvangtoeslagen: wel of geen beleidsvrijheid voor de Belastingdienst/Toeslagen?

A.T. Marseille

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:​2019:3535 (Kinderopvangtoeslagen), nr. 201900753/1/A2, AB 2020/85, m.nt. A. Drahman, D.K. Jongkind, JB 2020/19, RSV 2020/22, m.nt. P.J. Huisman, N. Jak, E.J.E. Groothuis, NLF 2019/2474, m.nt. E. Thomas, V-N 2019/52.20, m.nt. redactie

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2020
AA20200393

Kindsoldaten als internationaal rechtsprobleem

S. Meuwese

Kindsoldaat is een term die indruist tegen alles wat wij over kinderen denken. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind geeft een internationale standaard over het inschakelen van minderjarigen bijoorlogsgeweld. De huidige norm is te laag, maar het is binnen het VN-systeem nog niet gelukt eenstemmigheid te krijgen over een betere standaard. Nederland heeft daarbij bepaald niet het voortouw.Het inzetten van kinderen in een gewapend conflict, dat niet in overeenstemming is met de geldende bepalingen, kan beschouwd worden als een ‘crime against childhood’.Maar zolang kinderen de facto deel uit maken van een leger, zijn op hen de iure ondubbelzinnig alleandere bepalingen uit het VN-kinderrecht van toepassing, zoals recht op onderwijs. Het belang van het kind staat daarbij voorop. Dit ‘belang van het kind’ kan heel concreet worden ingevuld. Discipline in het leger moet — net als discipline op school — worden gehandhaafd met inachtneming van de rechten van het kind. Als kinderen als lid van een krijgsmacht betrokken raken bij misdrijven, inclusief oorlogsmisdrijven,dan zijn alle normen uit het internationale kinderstrafrecht onverkort van toepassing.

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 1998
AA19980681

Kindsoldaten: met recht beschermd

P.J.C. Schimmelpenninck van der Oije

Sinds mensenheugenis zijn kinderen de dupe van oorlogen. In extreme gevallen worden ze (gedwongen) ingezet om mee te vechten of om de vechtenden te assisteren. Daartegen bestaan internationaal juridische normen, zowel in het humanitair oorlogsrecht als in mensenrechtenverdragen. Het feit dat die afspraken niet zelden worden geschonden, doet niets af aan hun belang. Wel leggen die regels meer gewicht in de schaal naarmate er grotere druk kan worden uitgeoefend op landen om zich eraan te houden. Hieruit volgt onder andere dat landen c.q. Nederland daadwerkelijk een eind moeten maken aan het rekruteren van minderjarigen.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2002
AA20020422

Kip-Rabo Winterswijk

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 2 mei 1997, nr. 16249, ECLI:NL:HR:1997:ZC2365, RvdW 1997, 118, TVVS 1997, pp. 218/219 met commentaar L.Timmerman (Kip/Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank Winterswijk BA) In dit arrest en de daarbij behorende noot worden regels gesteld rondom het vorderen van schade die toegebracht is aan de vennootschap met als gevolg dat de aandelen minder waard zijn geworden, de zogenaamde afgeleide schade.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1997
AA19970740

Kippenkeuring-Arrest

H.G. Schermers

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 28 maart 1984, zaak nr. 314/82, ECLI:EU:C:1984:118 (Commissie/België)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1984
AA19840414

Kiribati

E.H. Hondius

Ewoud Hondius richt in deze column zijn blik op kleine staten.

Opinie | Column
juni 2019
AA20190441

Klachtbehandeling in het onderwijs: inkadering van het klachtrecht

M. Ettema

Post thumbnail De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) is een commissie die klachten op het gebied van onderwijs behandelt. In dit artikel staat de werkwijze van de LKC centraal en wordt inzicht gegeven in de kaders waarbinnen de LKC opereert. De grondslag, de werkwijze en de brede doelstelling van het onderwijsklachtrecht (onderwijskwaliteit) passeren de revue; aldus ontstaat een beeld van de behandelde klachten.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2021
AA20210143

Klachtplicht bij koop

W.H. van Boom

Hoge Raad 25 maart 2011, LJN: BP8991, RvdW 2011, 419, ECLI:NL:HR:2011:BP8991 (Ploum/Smeets II). Vervolg Hoge Raad 23 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3733. Koop. Non-conformiteit. Onderzoeks- en klachtplicht. Art. 7:17, 23 BW. Procesrecht; grenzen rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Onderzoeks- en klachtplicht koper afhankelijk van aard gekochte zaak en overige omstandigheden. Vereiste mate voortvarendheid onderzoeksplicht hangt voorts af van ingewikkeldheid onderzoek en eventuele medewerking derden.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2011
AA20110810