Maandbladartikel

Het Europese verbod op tabaksreclame: verbetering van de interne markt of bescherming van de volksgezondheid?

K.J.M. Mortelmans, R.H. van Ooik

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 5 oktober 2000, zaak C-376/98, ECLI:EU:C:2000:544 (Duitsland t. Europees Parlement) In deze noot bij dit arrest wordt ingegaan op de tabaksreclamerichtlijn die tabaksreclame verbied en harmonisatie op dit gebied voorstaat. Het is onduidelijk welke rechtsbasis aan de richtlijn ten grondslag ligt en hoe het verbod zich verhoudt met de interne markt en het vrij verkeer van goederen en diensten. In het arrest en de daarbij behorende noot wordt door meer duidelijkheid over geschapen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2001
AA20010114

Het Europese Verdrag inzake de immuniteit van Staten

P.A.M. Meijknecht

Bij de wet van 12 september 1984, Stb. 423, is voor Nederland goedgekeurd de op 16 mei 1972 te Bazel tot stand gekomen Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten en aanvullend Protocol. De gelijkelijk authentieke Engelse en Franse tekst van Overeenkomst en Protocol, alsmede de Nederlandse vertaling van deze documenten, zijn te vinden in Tractatenblad 1973, 43. De wet is in werking getreden op 28 september 1984. De goedgekeurde regelingen hebben betrekking op de vraag, in hoeverre staten zich op immuniteit kunnen beroepen als zij voor een vreemde rechter worden gedaagd.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juni 1985
AA19850325

Het evenredigheidsbeginsel als gedragsnorm voor het overheidsbestuur

H.E. Bröring

In haar Harderwijk-uitspraak van 2 februari 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een nieuwe lijn voor het evenredigheidsbeginsel uitgezet. Hiermee is de terughoudende toetsing in het kader van artikel 3:4 lid 2 Awb verlaten. Deze bijdrage gaat over de betekenis van de koerswijziging voor het bestuursrechtelijke besluitvormingsrecht, waar het evenredigheidsbeginsel geen toetsingsnorm maar een gedragsnorm vormt.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2022
AA20220755

Het EVRM

J.H. Gerards

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2010
AA20100726

Het EVRM en de onpartijdige strafrechter

M.I. Veldt

In dit artikel wordt een proefschrift beschreven waarin de onpartijdige strafrechter is onderzocht in het licht van het EVRM. Er wordt ingegaan op de theoretische waarborgen in het Nederlandse recht voor de onpartijdigheid van de rechter. Ook wordt er onderzocht in hoeverre concrete zaken de toetsing door het EHRM doorstaan.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
december 1997
AA19970897

Het EVRM en de partij-getuige

G.R. Rutgers

Hoge Raad 19 februari 1988, nr. 13151, ECLI:NL:HR:1988:AD0203, NJ 1988, 725 (Dombo Beheer BV/Nederlandse Middenstandsbank NV) Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 27 oktober 1993, Application no. 14448/88, ECLI:CE:ECHR:1993:1027JUD001444888 (Dombo Beheer BV/The Netherlands) Twee uitspraken, zowel van de Hoge Raad (19-2-1988) en het EHRM (27-10-1993) worden besproken. De uitspraak van het EHRM volgt op de uitspraak van de Hoge Raad. Het gaat i.c. om de partij als getuige. Onder het oude recht stond het OBW en het oude Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering niet toe. I.c. heeft de (oud) directeur van een bv niet kunnen getuigen. Volgens het EHRM is dit in strijd met de regels van een eerlijk proces. Het EHRM kent geen 'minnelijke genoegdoening' (schadevergoeding) toe omdat indien de getuigenis wel had plaatsgevonden niet zeker was of de verliezende partij in dat geval gewonnen had.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1994
AA19940758

Het EVRM: het absolute minimum of het maximum aan bescherming?

J.G.H. Altena-Davidsen, F. Kartner

De houding van Nederland ten opzichte van het EVRM lijkt te zijn veranderd onder het inmiddels demissionaire kabinet Rutte I. Het EVRM lijkt van een absoluut minimum het maximum aan bescherming te zijn geworden; deze ontwikkeling proberen wij te verklaren. De nieuw te vormen regering moet volgens ons een eigen visie hebben op grondrechtenbescherming en op basis daarvan een standpunt bepalen over het EVRM en andere verdragen.

Opinie | Opiniërend artikel | Redactioneel
juni 2012
AA20120413

Het examen

J.M.A. Biesheuvel

december 1984
AA19840732

Het experiment waard

De overdracht van bevoegdheid voor prejudiciële vragen in btw-zaken van het Hof van Justitie naar het Gerecht

A.J. van Doesum

Sinds kort heeft het Hof van Justitie de bevoegdheid voor prejudiciële vragen in (onder andere) btw-zaken overgedragen aan het Gerecht. Ad van Doesum plaatst hier kanttekeningen bij, maar denkt dat dit experiment misschien wel kan leiden tot een verhoging van de kwaliteit van de Europese btw-rechtspraak.

Opinie | Amuse
mei 2024
AA20240382

Het faciliteren van start-ups: is een (nog) meer debiteurvriendelijk insolventiesysteem gewenst?

T.L.M. Verdoes

Start-ups zijn een belangrijke bron van waardecreatie. De succesverhalen van Google, Uber en Booking.com spreken tot de verbeelding. Maar succes is niet verzekerd, start-ups zijn bijzonder risicovol en slechts een klein percentage is succesvol. In hoeverre is een (nog) meer debiteurvriendelijk insolventiesysteem een geschikt middel om het aantal succesvolle start-ups te beïnvloeden en het aantal niet succesvolle start-ups efficiënt te laten afvloeien?

Opinie | Opiniërend artikel
december 2024
AA20241008

Het falen en slagen van oorlogstribunalen: lessen van Saddam Hoessein en Milosovic, Den Haag, Neurenberg en Leipzig

E. Blankenburg

Bij de morele oorlogsvoering van onze dagen hoort het recht. Waar in de 19de eeuw historische claims of nationale belangen voldeden, wordt heden ten dage de bevrijding van een crimineel regime als legitimatiegrond aangevoerd. Bij deze rechtvaardiging hoort dan ook de berechting van 'schuldigen', liefst voor een internationaal erkend tribunaal. Het idee terug naar de berechting van oorlogsschuld na de twee wereldoorlogen van de 20e eeuw. Diens geschiedenis toont aan hoe de gerechtelijke afrekening kan slagen en hoe zij kan mislukken. In het volgende betoog worden er enkele lessen getrokken uit deze geschiedenis, en dan in het bijzonder met betrekking tot degenen die bij het tribunaal van Saddam Hoessein veronachtzaamd zijn.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2007
AA20070138

Het fiduciaverbod en de beschermingsgedachte: miskend, ontkend of vergeten?

W.H.B.K. Nieuwesteeg

Post thumbnail Het fiduciaverbod is een van de meest besproken goederenrechtelijke onderwerpen van de laatste eeuw. Deze bijdrage beschrijft de figuur waartegen het verbod zich richt: de zekerheidseigendom. Verder wordt ingegaan op de ratio van het verbod, de nadere vormgeving ervan en enkele recente ontwikkelingen die de figuur in zijn huidige vorm naar mening van de auteur onhoudbaar maken.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2020
AA20200169