Resultaat 3301–3312 van de 7424 resultaten wordt getoond
A. Bouichi, F. Jaspers
In dit artikel wordt onderzocht onder welke omstandigheden het voortzetten van een onderneming/vennootschap in het wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7:13 van het BW is gewaarborgd en wordt de geuite kritiek besproken. Op deze wijze tracht dit artikel op hoofdlijnen de pijnpunten van het personenvennootschapsrecht weer te geven.
Verdieping | Studentartikelmei 2004AA20040325
M.T.A.B. Laemers
Perspectief | Perspectiefartikelfebruari 2017AA20170155
Th.M. de Boer
Hoge Raad 19 november 1993, nr. 15066, ECLI:NL:HR:1993:ZC1148, RvdW 1993 nr. 230. Ook bekend als het COVA-arrest. Casus in het licht van het internationaal privaatrecht waarbij onrechtmatige daad en verjaring centraal staan. In de noot wordt uitgebreid ingegaan op de regels van conflictrecht rondom deze problematiek.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 1994AA19940165
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 6 september 1995, nr. 27927, ECLI:NL:HR:1995:AA1683 In de noot bij dit arrest komt naar voren in hoeverre rente-aftrek in concernverhoudingen mogelijk is indien de ontvanger van de rente een niet belastingplichtige vereniging is.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 1996AA19960131
Hoge Raad 5 december 2003, nr. 37743, ECLI:NL:HR:2003:AF8525 (Cruzeiros) Voor de bepaling van de reductie ter voorkoming van dubbele belasting van een vaste inrichting in Brazilië dient de winst van de vaste inrichting te worden bepaald met inachtneming van de monetaire correctie.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2004AA20040443
A. Patijn
Op 1 september 1984 is de wet van 5 juli 1984 (Stb. 332) tot wijziging van enige bepalingen van het Wetboek van Strafvordering inzake het dagvaarden en horen van getuigen en deskundigen ter terechtzitting (Kamerstukken 16 652), in werking getreden. De wet wijzigt de regeling van het dagvaarden ter terechtzitting in strafzaken van de getuigen en deskundigen à décharge.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingmaart 1985AA19850136
S. Garvelink
Op 30 juni 2008 deed het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak in de geruchtmakende zaak Gäfgen tegen Duitsland. Het ging daar onder meer om de vraag of levensbedreigende situaties aanleiding kunnen zijn om het taboe op foltering in de rechtsstaat te doorbreken. Dit artikel geeft een overzicht van de feitenen procedures en gaat in op de rechtsfilosofische achtergronden.
Verdieping | Studentartikeljanuari 2009AA20090022
M.J. Borgers
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtdecember 2009AA20090838
W.E. van der Woude
Het positieve recht is niet een vaststaand gegeven. Enerzijds volgt het de veranderingen in de samenleving en anderzijds kan het ook een sturende functie uitoefenen. Met behulp van de verschillende interpretatiemethoden, met name de doelmatigheidsinterpretatie, is het mogelijk het 'vastgelegde' recht aan te passen aan de behoeften van de tijd. In dit artikel wil de auteur nagaan of een dergelijke verandering mogelijk is met betrekking tot de toepassing van het kort geding, met name ter verkrijging van een declaratoir vonnis. De toelaatbaarheid van zo'n vonnis wordt bekeken vanuit twee invalshoeken. Ten eerste wordt onderzocht of de vereisten die gelden ten aanzien van een kort geding zich verzetten tegen de toelating van een declaratoire uitspraak binnen deze procedure. Ten tweede wordt nagegaan of de toelating van zo'n vonnis ook wenselijk is gezien de wensen en de behoeften van de praktijk.
februari 1985AA19850065
J. Zoodsma
In de zestiger jaren is er veel beweging ontstaan rond een deel van ons staatkundig functioneren. De klemtoon viel daarbij vooral op een sterkere relatie tussen kiezer en gekozene. Deze democratiseringsbeweging, politiek vooral verpersoonlijkt door D'66, culmineerde staatrechtelijk in het rapport van de staatscommissie Cals-Donner. Toch heeft deze discussie weinig opgeleverd. De bestaande regels zijn blij ven bestaan. Daarmede is echter de onvrede niet weggenomen . 13ij velen is sterk het gevoel aanwezig dat de invloed van de kiezer niet verder reikt dan het stemhok. Hier houdt ,·oor hem de democratie nagenoeg halt. De kabinetsformatie kent haar eigen regels. Daarbij gaat het veeleer om politieke onderonsjes en machtspolitiek dan om het honoreren van het kiezer. gedrag. In het navolgende wordt geprobeerd om de afgelopen kabinetsformatie op een aantal punten door te licht en op haar democratisch aanzien. Daarbij wordt het begrip democratie in tweeërlei zin opgevat: zowel het betrachten van evenredigheidsverhoudingen bij een zo breed mogelijke samenstelling van een coalitiekabinet als het respecteren van staatrechtelijk vigerende regel. Vervolgens wordt aan de hand van deze begripsinterpretatie het formatieproces hetwelk had moeten leiden naar een tweede kabinet den Uyl op een aantal zaken getoetst. Condities, strategie, verdeling van minister posten komen daarbij achtereenvolgens aan de orde. Na de bespreking van een aantal in dit verband mede relevante zaken wordt besloten met het plaatsen van enkele kanttekeningen bij de formatie CDA-VVD.
mei 1978AA19780261
L.A.J. Senden
Trilogen, het informele driepartijenoverleg tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van Ministers, zijn een effectief instrument in het Europese wetgevingsproces. Ze tasten echter ook het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de Europese Unie aan, zo betoogt Linda Senden in deze bijdrage in de serie Recht en Politiek.
Blauwe pagina's | Recht en politieknovember 2020AA20200990
E.J. Dommering
De Commissie-Thomassen had tot opdracht een Grondwetsvoorstel in Jip en Janneke-taal te maken en ook de grondrechten die over informatietechnologie gaan (de artikelen 7-13 Gw) te moderniseren. De Commissie bracht in 2011 een verdeeld advies uit. Daarvan is nu een voorstel tot wijziging van artikel 13 (brief- en telefoongeheim) overgebleven. Een voorontwerp zal vermoedelijk dit jaar gevolgd worden door een definitief voorstel aan de Tweede Kamer. Dit artikel onderwerpt het voorontwerp en het voorstel van de Commissie aan een kritische analyse.
Verdieping | Verdiepend artikelmei 2013AA20130378