Resultaat 3289–3300 van de 7424 resultaten wordt getoond
A.G. Castermans
Op 1 januari 1992 werd de kern van het vermogensrecht vernieuwd met de invoering van de Boeken 3, 5, 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek. De redactie vroeg A.G. Castermans het wetboek 30 jaar na dato te recenseren. Hij beschrijft de totstandkoming, enkele belangrijke vernieuwingen en de maatschappelijke betekenis van het inmiddels niet meer zo nieuwe Burgerlijk Wetboek. Wat hem betreft krijgt het boek vijf sterren, of vijf ballen.
Literatuur | Boekbesprekingfebruari 2022AA20220158
L.J.A. Damen
Centrale Raad van Beroep (CRvB) 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3123, nr. 13-190 WMO, NJB 2014/1793, ABKort 2014/341 Procederen over procederen; het moeten procederen voor een deugdelijke motivering van een besluit rechtvaardigt een proceskostenveroordeling; een besluit moet steeds deugdelijk gemotiveerd zijn zodat het geen nadere uitleg behoeft. Artikel 3:46, 3:47, 8:74, 8:75 Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2015AA20150040
Q. Mauer
Artikel 2:2 BW waarborgt een soepele doorwerking van het canonieke recht in de Nederlandse rechtsorde. Leken kunnen de indruk hebben dat ambtsdragers van de Rooms-Katholieke Kerk, zoals de pastoor, volledige vertegenwoordigingsbevoegdheid hebben over de rechtspersonen waar ze leiding aan geven. Deze bevoegdheid is echter dikwijls door het canonieke recht ingeperkt. Dit kan leiden tot een doorkruising van het rechtszekerheidsbeginsel, wanneer private contractspartijen overeenkomsten sluiten met deze ambtsdragers die geen volledige vertegenwoordigingsbevoegdheid hebben. In dit artikel wordt dit probleem uitgelegd aan de hand van twee recente zaken en een rechtsvergelijking met een ‘concordaatsland’.
Verdieping | Verdiepend artikelmaart 2023AA20230187
J.J. Hallebeek
In dit artikel wordt besproken in hoeverre dat er voor een geldige eigendomsoverdracht een rechtsgrond, titel, vereist is. Het causale stelsel, dat in Nederland geldt, wordt vergeleken met het abstracte stelsel dat in Duitsland geldt. Besproken wordt vanuit het Romeinse recht (Corpus Iuris Civilis) hoe dit verschil heeft kunnen ontstaan.
Overig | Rode draad | Digestenmaart 2006AA20060174
F.J.H. Hovens
Niet alleen het procesrecht voor de eerste aanleg, maar ook de procedure in hoger beroep is aan herziening toe. Het huidige systeem geeft partijen een ongebreidelde kans het debat een geheel nieuwe wending te geven. Hieraan moet paal en perk worden gesteld. Onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn de efficiency van de appelprocedure te verbeteren.
Overig | Rode draad | Rechstmiddelennovember 2001AA20010866
C.H. Sieburgh
In deze bijdrage in de serie Rode draad wordt ingegaan op de belangrijke rol die het civiele parket bij de Hoge Raad vervult voor de cassatierechtspraak en de rechtsvorming.
Overig | Rode draad | Raad en daad | Verdieping | Verdiepend artikelnovember 2005AA20050906
D.R. Doorenbos
In het voorjaar kondigde de Minister van Veiligheid en Justitie aan dat frauderende bestuurders straks steviger kunnen worden aangepakt met behulp van een nieuw instrument: het civielrechtelijk bestuursverbod. Het ministerie bracht daartoe een concept-wetsvoorstel in consultatie, dat inmiddels talrijke overwegend kritische reacties heeft uitgelokt. Deze maken duidelijk dat de wettelijke vormgeving van het beoogde bestuursverbod geen eenvoudige opgave is.
Opinie | Opiniërend artikeljanuari 2014AA20140019
J.F.C.W. van den Brekel, R.P.A. Douwenga
Voetbalvandalisme is al decennia een maatschappelijk probleem. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) is de belangrijkste sanctionerende partij in de aanpak van voetbalvandalisme. In oktober 2022 werd de beroepsprocedure tegen een door de KNVB opgelegd stadionverbod fors onderuitgehaald door de rechter, vanwege een gebrek aan hoor en wederhoor. In deze bijdrage onderzoeken de auteurs hoe het met het civielrechtelijk stadionverbod en zijn alternatieven staat. Vanuit juridisch oogpunt zijn er namelijk een aantal knelpunten rondom het civielrechtelijk stadionverbod te identificeren. Deze worden in onze bijdrage behandeld, waarbij de focus voornamelijk ligt op (het gebrek aan) beschermende waarborgen. Daarnaast wordt ingezoomd op de bestaande wettelijke mogelijkheden om voetbalvandalisme aan te pakken.
Verdieping | Verdiepend artikelfebruari 2024AA20240133
F.A. van Bakelen
In dit artikel wordt ingegaan op het EG-vervoersrecht. In deel I wordt ingegaan op het ontbreken van een consistent vervoersbeleid in Europa. In deel II van het artikel komen verschillende uitspraken aan de orde die zien op het vervoersrecht en laten zien dat het HvJEG hier een groot aandeel in heeft. In deel III gaat de auteur in op de regelgeving op het gebied van het luchtvaartrecht en het zeevaartrecht. In deel IV wordt een blik vooruitgeworpen.
Bijzonder nummer | Europa 1992mei 1989AA19890417
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 2 juli 1986, nr. 23 444, ECLI:NL:HR:1986:AW7972, BNB 1986/305 (compartimenteringsarrest) Fiscale uitspraak van de Hoge Raad waarin de Hoge Raad de volgende rechtsregel formuleert: Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat voor de vraag of voordelen uit een beleggingsinstelling onder de deelnemingsvrijstelling vallen, niet het fiscale regime ten tijde van de realisatie van deze voordelen beslissend is, doch het fiscale regime ten tijde van het ontstaan van deze voordelen. In de noot wordt dieper in gegaan op de moeilijkheden die ontstaan bij zogenaamde sfeerovergangen.
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 1988AA19880252
G.H. Addink
In deze bijdrage gaat Henk Addink in op de Principles of Good Governance op nationaal niveau. Centrale vragen in het artikel zijn: wat is de inhoud van het juridische concept van goed bestuur, welke benadering wordt daarbij gekozen en welke praktische, normatieve consequenties zijn daaraan verbonden?
Verdieping | Verdiepend artikelapril 2012AA20120266
G.K. Sluiter
In deze bijdrage staat de vraag centraal wat de rol en betekenis is van het internationaal strafrecht ten aanzien van het conflict in Gaza. De slotsom is dat de gevechtshandelingen van alle strijdende partijen in veel gevallen te beschouwen zijn als oorlogsmisdrijven; dit volgt uit de jurisprudentie van internationale straftribunalen. Het Internationaal Strafhof heeft rechtsmacht over deze strafbare feiten en zal moeten laten zien dat effectieve vervolging van politieke en militaire leiders zal plaatsvinden.
Opinie | Opiniërend artikeljuni 2024AA20240518