Vind een bijzonder nummer

Kies het jaar of thema van het bijzonder nummer en ga naar de aflevering.

Deeplink naar deze pagina:
https://arsaequi.nl/bijzondernummer/1988

Bijzonder nummer 1988 – Ouderenrecht

Beschouwingen rond beschermingsbewind

M.Y. Nethe

De Wet Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen voorziet in een bescherming van vermogensrechtelijke belangen van bejaarden. In welke gevallen kan met het instellen van het beschermingsbewind worden volstaan? Is in de toekomst aan curatele geen behoefte meer indien het mentorschap ten behoeve van meerderjarigen wordt ingevoerd?

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880671

Bijzondere woonvoorzieningen voor ouderen

Vorm, toelating en bekostiging

W.E.H. Sloots

In dit artikel komen de verschillende woonvormen van ouderen aan de orde waarbij gedacht kan worden aan het verzorginstehuis, verpleeghuis bejaardenpensions en aanleunwoningen. Vervolgens komt de bespreking van de toelating tot deze woonvormen aan de orde; aan welke criteria moet men voldoen. Daarna komt de financiering van de verblijfs- en verzorgingskosten aan de orde.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880653

De rechtsbescherming van oudere werknemers

Een praktische beschouwing

I.J.E.H.C. Degeling, W.F.C. van Megen

Artikel 19, lid 3 van de Grondwet bepaalt dat het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid erkend wordt, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld. In de praktijk blijkt echter dat oudere werknemers, vooral diegenen die 65 jaar of ouder zijn allerlei factoren ontmoeten, die het functioneren op en de toegang tot de arbeidsmarkt belemmeren. Voorbeelden hiervan zijn onder meer het standaard beëindigen van het dienstverband bij de 65ste verjaardag, gedwongen VUT-regelingen en het uitsluiten van 65+-ers van het recht op minimumloon. De argumenten welke het uitsluiten van ouderen moeten rechtvaardigen, lijken verdacht veel op die welke in een niet al te lang achter ons gelegen verleden gebruikt werden tegen de toetreding van gehuwde vrouwen op de arbeidsmarkt. Deze argumenten zijn voornamelijk terug te voeren op de aanwezigheid van ander inkomen dan het inkomen uit arbeid. In het navolgende stuk willen wij een aantal belemmeringen nader belichten en nagaan of deze wel zo onoverkomelijk zijn als wel wordt verondersteld. Tevens zal enige aandacht besteed worden aan voor ouderen relevante CAO-bepalingen.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880686

De verkeerd uitgesneden legpuzzel

Het recht van ouderen op zorg kritisch bekeken

A.W. Huizer

In dit artikel wordt ingegaan op het zorgstelsel voor ouderen in 1988 en wordt besproken in hoeverre bejaarden recht hebben op zorg. Zo wordt de vraag gesteld of er als het ware een grondrecht bestaat waarin is neergelegd dat ouderen recht hebben op zorg. Dit recht was in 1988 niet gecodificeerd. De auteur pleit hiervoor en gaat vervolgens in op de rol van de overheid hierbij. Vervolgens komt aan de orde hoe de rechtsbetrekking tussen een oudere en een zorginstelling is.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880643

Fiscale aspecten van oudedagsvoorzieningen voor ondernemers

J.W. Zwemmer

In dit artikel wordt in gegaan op fiscale aspectetn van oudedagsvoorzieningen voor ondernemers. Hierbij komt onder meer de fiscale oudedagsreserve aan de orde. Vervolgens wordt pensioenvoorziening van de DGA besproken.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880724

Flexibel uit het arbeidsproces treden

A.J. Tekstra

Het onderwerp flexibele pensionering geniet momenteel veel belangstelling. Tal van maatschappelijke ontwikkelingen maken deze vorm van pensionering aanlokkelijk. Daarbij kunnen vooral worden genoemd de hoge kosten van de vervroegde uittredings(VUT)regeling en de behoefte om te komen tot een systeem van pensionering waarin rekening wordt gehouden met de wensen van de individuele werknemer en de eisen van de bedrijfsorganisatie.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880719

Gezondheidsrecht en ouderen, het vertegenwoordigingsvraagstuk

H.D.C. Roscam Abbing

In dit artikel komt het vertegenwoordigingsvraagstuk in het gezondheidsrecht aan de orde en dan met name waar het betrekking heeft op ouderen. Soms kan het zo zijn dat een oudere zichzelf niet meer kan verzorgen en/of vertegenwoordigen. In dit artikel wordt aandacht besteed aan bestaande en speciale regelingen voor ouderen. Ook wordt heet leerstuk van de informele vertegenwoordiging en de verantwoordelijkheid van de arts behandeld.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880665

Het overheidsbeleid ten aanzien van ouderen

J. Zwier

Hoewel in dit artikel het accent zal liggen op het ouderenbeleid, zoals dat is gevoerd door het huidige ministerie van WVC (1988) en het voormalige departement van CRM, blijven onderwerpen als inkomensbeleid en arbeidsmarktpositie niet onbesproken. Daarnaast besteed de auteur enige aandacht aan het beleid van de provincies en gemeenten, omdat vooral de laatste jaren door de voortgaande decentralisatie steeds meer onderdelen van het ouderenbeleid tot de verantwoordelijkheid van de lagere overheden zijn gaan behoren. Deze bijdrage is beperkt tot het beleid van na de oorlog, waarbij globaal de volgende periodes te onderscheiden zijn. De eerste 20 tot 25 jaar worden gekenmerkt door een beleid, dat vooral is gericht op de kwetsbaarsten onder de ouderen. Vanaf 1975 krijgt daarnaast de maatschappelijke integratie van ouderen veel aandacht. In de jaren tachtig tenslotte zien we dat de beheersbaarheid van de kosten steeds belangrijker wordt.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880633

Het recht van grootouders op omgang met hun kleinkinderen

I. Goei

Anders dan vaak wordt gedacht zijn het niet alleen ouders, die recht op omgang met hun kinderen hebben. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook anderen een omgangsregeling met het kind krijgen. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag, welke mogelijkheden voor grootouders openstaan, als zij een omgangsregeling met hun kleinkind(eren) willen. Hierbij worden de huidige (1988) wetgeving en jurisprudentie besproken en zal een voorstel tot een nieuwe wettelijke regeling met betrekking tot deze kwestie aan de orde komen. Tevens wordt een blik over de grenzen geworpen om te zien, hoe men dit probleem in het buitenland heeft aangepakt.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880678

Leeftijd, differentiatie of discriminatie?

H. van Maarseveen

Evenmin als het begrip 'de jongere' een relatie heeft met werkelijke jongeren, heeft het begrip 'de oudere' dat met werkelijke, oudere mensen. Geen jongere of oudere herkent zichzelf in de oordelen, vooroordelen, karakteristieken en toeschrijvingen die in deze begrippen liggen opgesloten. De basis van beide begrippen is leeftijd, gemeten volgens de gregoriaanse kalender. Dat is ogenschijnlijk een objectief criterium, net zoals geslacht of ras. De vraag is of het criterium wel zo'n vanzelfsprekende maatstaf mag zijn om mensen verschillend te behandelen. Om die vraag loopt men in Nederland gemakkelijker heen dan elders. Onderstaande bijdrage beoogt op dit punt 'legal consciousness raising'. Leeftijd is niet zo'n onverdacht criterium om een verschillende rechtsbedeling te rechtvaardigen.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880627

Ouderenrecht, funktionele rechtsgebieden en discriminatie

mobilisatie van recht door ouderen of mobilisatie van ouderen door recht?

, C.A. Groenendijk

In dit inleidende artikel bij het bijzonder nummer van 1988 wordt ingegaan op het bestaan van het rechtsgebied `ouderenrecht´. Zo wordt ingegaan op het feit dat dit een functioneel rechtsgebied is en op welke wijzen dit soort rechtsgebieden kunnen ontstaan. Daarna wordt ingegaan op discriminatie volgens leeftijd en op welke wijze deze volgens de auteur gestalte krijgt.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880615

Over oude en nieuwe pensioenproblemen

B. Wessels

In dit artikel gaat de auteur in op een voor ouderen belangrijke inkomstenbron: nl. de pensioenvoorziening. In het artikel bespreekt de auteur het stelsel van pensioenvoorzieningen in Nederland dat vrij talrijk is. Vervolgens komt het SER-advies van eind jaren tachtig aan de orde.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880709

Stelselherziening en de oudere werkloze werknemer

I. Straathof

In onderstaand artikel ga ik in op enkele veranderingen die de stelselherziening teweeg heeft gebracht voor oudere werkloze werknemers. Van de vele onderwerpen die zich tot een vergelijking met de oude werkloosheidswetten lenen, zal ik mij er tot een drietal beperken. Als eerste wil ik de uitkeringsduur bespreken. Vervolgens komt de aftrek van een mogelijk getroffen afvloeiingsregeling aan de orde. Tenslotte wil ik bespreken of de dagen waarover formeel recht bestaat op een uitkering, die echter om wat voor reden dan ook niet genoten wordt, meetellen voor de uitkeringsduur. In dit drietal treden duidelijke verschillen naar voren tussen de oude en de nieuwe wetten, waar het de positie van oudere werkloze werknemers aangaat.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880691

Vanuit de ouderenbond bekeken

J.W. de Nie

De ouderenbonden worden steeds vaker geconfronteerd met klachten van ouderen op allerlei terrein. Daarvoor zijn vier mogelijke oorzaken aan te wijzen. Het toenemen van het aantal ouderen, het mondiger worden van ouderen, het beter de weg kunnen vinden naar organisaties die voor hun belangen opkomen en tenslotte het meer met problemen geconfronteerd raken. Nog los van de vraag inhoeverre deze oorzaken samenhangen, lijken zij alle vier hun effect te hebben. Op het gebied van de sociale zekerheid lijkt de laatst genoemde oorzaak de laatste tijd de belangrijkste. De veelvuldige wijzigingen in het sociaal zekerheidsstelsel hebben bij veel ouderen — en niet alleen bij hen — verwarring gezaaid. Zo kregen ouderen naast de algemene stelselherziening per 1 januari 1987 te maken met een wijziging van de AOW per 1 april 1985, per 1 januari 1987 en per 1 april 1988, en met wijzigingen van de ZFW per 1 april 1986 en per 1 januari 1987. Het is daarom niet verwonderlijk, dat de ouderenbonden de laatste jaren in toenemende mate worden geconfronteerd met problemen van ouderen op het terrein van de sociale zekerheid. En met name het laatste jaar op het terrein van de verzekering tegen ziektekosten. Na enkele opmerkingen over de afbakening van het begrip ouderen, over de ouderenbonden, over de financiële positie van ouderen en de aanduiding van een aantal voor ouderen knellende problemen, zal daarom in dit artikel ingegaan worden op de problemen rond de ziektekostenverzekering die ouderen ondervinden.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880698

Voorwoord

bijzonder nummer Ouderenrecht

Ars Aequi Redactiecommissie

Voorwoord bij het bijzonder nummer van 1988 voor Ars Aequi: Ouderenrecht.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
Oktober 1988
AA19880611