Vive la France

In de column van februari (AA20120102; p. 147 van deze bundel) onderstreepte ik het belang van het Duitse recht voor de rechtsontwikkeling in ons land. Ditmaal wil ik het Franse recht aan een zelfde – beperkte – analyse onderwerpen. De lezer heeft nog van mij tegoed hoe vaak de drie gescande Asser-delen naar Frans recht verwijzen. […]
In het maartnummer van dit blad doet collega Hijma zijn beklag over het gebrek aan fantasie bij civilisten (zie AA20120168). Bij hun aanduiding van BW-artikelen gebruiken zij slechts zelden ‘koosnamen’, zoals hij dat noemt. Niet meer dan vier bepalingen schieten hem op dit punt bij het vermogensrecht te binnen: ‘pantoffelheldartikel, pot-ketel-bepaling, biljartbalartikel, uitgemergelde parkiet-bepaling’. Hiermee […]
Deze column bevat een pleidooi voor introductie van het vak Zwemrecht aan Nederlandse universiteiten en hogescholen. Zwemrecht heeft een hoge maatschappelijke relevantie en kan een bijdrage leveren aan tal van theoretische discussies. De maatschappelijke betekenis van het zwemmen is evident. Nederland is een waterrijk land waar welhaast iedereen wel eens vrijwillig of onvrijwillig te water […]
Kort geleden las ik een scriptie over open normen in het Europees privaatrecht. Het was een mooie scriptie, goed geschreven en van een gedegen analyse voorzien. Toch ontbrak er iets: de scribente had weinig aandacht voor het Duitse recht. Juist de Duitsers hebben veel geschreven over de Flucht in die Generalklauseln en dit naar Europees […]
Met veel plezier lees ik dagelijks de column van Frits Abrahams in NRC Handelsblad. Hoe hij van iedere vluchtige ontmoeting in tram of Vondelpark een miniatuurtje weet te maken, dwingt bewondering af. Ik stel mij zo voor dat hij blocnote en pen in de aanslag heeft om alles meteen te vereeuwigen. Hoewel ik mij absoluut […]
Ten tijde van het schrijven van deze column was het nog niet zeker: wordt minister Piet Hein Donner onderkoning van Nederland, of wordt hij het niet. Ook de namen van Ernst Hirsch Ballin en Alexander Rinnooy Kan circuleerden voor het ambt van vice-president van de Raad van State. Het is twijfelachtig of een van hen […]

Was getekend

Het moet niet nog veel gekker worden. Amerikaanse juridische tijdschriften lijken zo bezeten van interdisciplinair onderzoek, dat ze soms nauwelijks meer oog hebben voor gedegen traditioneel juridisch onderzoek – Jan Smits heeft er in 2009 nog op gewezen in zijn Omstreden rechtswetenschap (Boom 2009, p. 235). Die interdisciplinariteit heeft veel goede kanten, maar kruisbestuiving moet er […]

Zestig jaar

1 Ars Aequi bestaat zestig jaar. Tijd voor een korte terugblik. Met Ars Aequi heb ik in drie hoedanigheden te maken: als lezer-abonnee, als contacthoogleraar en als columnist. Als lezer dateert mijn abonnement van 1961, dus de eerste tien jaar kan ik niet overzien. In de periode na 1961 is het blad lange tijd onveranderd […]
1 Op 12 april 1978 ontving ik in Leiden hoog bezoek. De Amsterdamse hoogleraar Ulli (H.U.) Jessurun d’Oliveira en zijn Utrechtse collega Iens (M.J.P.) Verburgh nodigden mij uit om medewerker te worden van het Nederlands Juristenblad. Dat weekblad is in 1925 opgericht en kent sinds 1970 het instituut van de medewerker. Tot de medewerkers behoorden anno […]

Beste Mien

Onder deze titel schreef ik in de (Leidse) BW-krant een (flink) tijdje terug over de gebruikelijke dankwoorden aan het einde van inaugurele redes. Ik had er nog de even rituele dankwoorden aan het begin van veel proefschriften bij kunnen betrekken. Ondanks een daartoe strekkend verbod in het promotiereglement worden in dissertaties vaak niet alleen de […]