Luctor et emergo: pleidooi voor het vak zwemrecht
Deze column bevat een pleidooi voor introductie van het vak Zwemrecht aan Nederlandse universiteiten en hogescholen. Zwemrecht heeft een hoge maatschappelijke relevantie en kan een bijdrage leveren aan tal van theoretische discussies. De maatschappelijke betekenis van het zwemmen is evident. Nederland is een waterrijk land waar welhaast iedereen wel eens vrijwillig of onvrijwillig te water geraakt. De toeneming van de gemiddelde jaarlijkse neerslag met 100 mm over de laatste honderd jaar, de stijging van de zeespiegel en de dreiging van de grote rivieren die buiten hun oever treden zullen dit alles nog eens kwadrateren. Naast het zwemmen uit noodzaak kennen we een grote recreatieve zwemmerij, terwijl ook het sportzwemmen met 150.000 leden goed is ontwikkeld.
Wat voor juridische vragen levert dit op? Ik geef enkele voorbeelden. Ooit is er een tijd geweest dat niet in alle gemeenten gemengd zwemmen was toegestaan. Maar voor het toezicht was veelal slechts één persoon beschikbaar. Arend Soeteman heeft toen in een mooie beschouwing over ficties in het recht gewezen op de gemeentelijke verordening die bepaalde dat ‘gedurende de uren voor vrouwen de badman geacht wordt badvrouw te zijn’. In zijn Kant & Co (Den Haag: Boom 2011, winnaar van de NTBR-boekenprijs) vraagt Hans Nieuwenhuis aandacht voor de veroordeling van de gemeente die haar zwembad gesloten houdt voor vrouwen die alleen in boerkini willen zwemmen. In hun TvC-kroniek ‘Oordelen van de Commissie gelijke behandeling 2011’ wijzen Marija Davodović en Peter Rodrigues erop dat dit niet voor het eerst het geval was (TvC 2011, p. 251-254). Jan Smits begint zijn eerste Maastrichtse rede, over de barmhartige samaritaan in het Europese privaatrecht (Deventer: Kluwer 2000), met de casus van de Olympische zwemkampioen die een jonge vrouw in het zwembad ziet verdrinken zonder een hand uit te steken. Kan hij strafrechtelijk of privaatrechtelijk worden vervolgd c.q. aangesproken? Hebben de nabestaanden er überhaupt recht op dat rechtens wordt vastgesteld wie aansprakelijk is, wat in ons Jeffrey-arrest (NJ 1998/853, waarover Anne Keirse, WPNR 6903) door de Hoge Raad is ontkend? Ook bij particuliere zwembaden rijst de vraag of de bezitter aansprakelijk is wanneer een kind uit de buurt ongenood komt zwemmen en daarbij verdrinkt. In (Amerikaans) rechtssociologisch onderzoek is gekeken naar factoren die hiervoor van belang zijn: bevond het zwembad zich in een afgesloten tuin, was sprake van een kinderrijke buurt, enzovoorts.
Denk niet dat het bij het zwemmen alleen maar om zwemmerige theorie gaat. Zo oordeelde de Rb. Utrecht op 11 maart 2009 dat de gemeente als exploitante van het zwembad aansprakelijk was voor de diefstal van een auto ter waarde van 53.000 euro, die de dief had bemachtigd na inbraak in het kluisje dat de eigenaar bij het zwembad voor het deponeren van zijn sleutel à 20 eurocent had gehuurd (LJN: BH5709, Generali/Zwembad Driebergen-Rijsenburg). Stof genoeg voor een keuzevak dus.
Wie iets vraagt, moet ook met een idee voor de financiering komen. In de eerste plaats valt hier te denken aan de eerste geldstroom. Maar om niet al te hard van stapel te lopen, is ook derdegeldstroomfinanciering denkbaar. Eerder heeft de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie een leerstoel Sport & recht aan de Vrije Universiteit bekostigd (met als bezetter oud-hockey-international Heiko van Staveren). Dat roept om navolging door de Koninklijke Nederlandse Zwembond, die de leerstoel zou kunnen vernoemen naar Pieter van den Hoogenband of Erica Terpstra.
Om een en ander vorm te geven is dezer dagen de Vereniging voor Zwemrecht (VZR) opgericht. Op zondag 1 april te 13.00 uur precies zal de VZR in het Miranda zwembad, De Mirandalaan 9 te Amsterdam-Zuid haar openingsvergadering houden (zwemkleding meenemen). Op de agenda staan onder meer de vaststelling van de kandidaat voor de leerstoel op basis van het advies van de benoemingscommissie onder leiding van de oud-decaan van de Universiteit van Amsterdam prof. Jaap Zwemmer; de verhouding tot de Vereniging voor Sportrecht; oprichting van het tijdschrift Zwemmen met Recht; instelling van Cruijffpools en wat verder in het water valt. Komt allen!
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2012




