Vive la France

In de column van februari (AA20120102; p. 147 van deze bundel) onderstreepte ik het belang van het Duitse recht voor de rechtsontwikkeling in ons land. Ditmaal wil ik het Franse recht aan een zelfde – beperkte – analyse onderwerpen. De lezer heeft nog van mij tegoed hoe vaak de drie gescande Asser-delen naar Frans recht verwijzen. Asser/van den Berg verwijst in 298 nummers in het geheel niet naar Frans recht. Bij Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II bleek dit in 16 nummers (van de in totaal 440 nummers) het geval, tegen 26 maal naar Duits recht, maar slechts zevenmaal naar Engels recht (Europees recht laat ik even buiten beschouwing). Bij Asser/Van Schaick wordt in 67 nummers (van de totaal 236 nummers) naar Frans recht verwezen, meer nog dan naar Duits recht waarnaar in 53 nummers werd verwezen en veel meer dan naar Engels recht dat slechts in 3 nummers aan de orde kwam.

Hier volgen de staatjes:

Van den Berg

Hartkamp & Sieburgh

Van Schaick

Totaal

België

-

4

23

27

Duitsland

4

26

53

83

Engeland

4

7

3

14

Europa

26

42

14

82

Frankrijk

-

16

67

83

Italië

-

3

1

4

Oostenrijk

-

5

14

19

Portugal

-

-

1

1

Spanje

-

-

1

1

Verenigde Staten

-

4

-

4

Mijn intuïtie dat Duits recht het meest geciteerde stelsel zou zijn, blijkt dus althans voor deze drie Asser-delen – nipt – juist te zijn. Maar Duitsland moet die eer delen met Frankrijk. De twee grootmachten worden op de voet gevolgd door Europa in ruime zin, maar dat is natuurlijk gewoon geldend recht zodat het een iets andere positie heeft dan buitenlands recht. Dit alles zegt op zichzelf weinig, maar het geeft wel aan dat de rol van het Franse recht in ons land nog niet is uitgespeeld.

Niet alle lezers van dit blad zullen hiermee ingenomen zijn. ’s Zomers hebben ze al moeite om op de camping in de Ardèche broodjes te bestellen (‘quatre-vingt petit pains’ hoorde ik een landgenoot zeggen die vierentwintig bolletjes wilde hebben). Maar om te lezen valt Frans best wel mee. Dat komt door het gebruik van simpele taal en vanwege de historische bijzonderheid dat onze juridische terminologie (arrondissementsrechtbank, procureur-generaal) voor een belangrijk deel op die van Frankrijk is gebaseerd. Voor wie het lezen van Pothier desalniettemin een brug te ver is, is er wel een probleem. Anders dan de Duitsers hebben de Fransen nog geen genoegen willen nemen met de tweede viool die hun taal internationaal tegenwoordig speelt. Zoals de president van het Centre français de droit comparé Jacques Robert het in La Lettre du CFDC van januari 2011 verwoordt: ‘J’ai entendu – à mon grand regret – des universitaires français s’excuser, dans des congrès où les deux langues officielles étaient le français et l’anglais, de ne pas bien parler l’anglais. Je n’ai, en revanche, jamais entendu un collègue américain ou anglais s’excuser de ne pas parler français …’. Nee, dan Robert: ‘J’ai souvent fait l’expérience suivante: arrivant en retard à une séance de congrès, je m’asseyais à la place que je trouvais et écoutai sagement les orateurs qui – tous – s’exprimaient en anglais. J’ai trouvé – facilement – l’occasion de lever la main pour demander la parole et je me suis exprimé en français. Du coup, les orateurs qui m’ont succédé et qui – auparavant – parlaient en anglais – se sont mis à s’exprimer en français… ‘.

Ook de wijze waarop de Franse rechter zijn arresten formuleert, draagt niet bij aan gemakkelijke ontvangst. De Amerikaan Mitchell Lasser poogt in zijn boek Judicial deliberations. A comparative analysis of judicial transparency and legitimacy aan te tonen dat als men er de rapporteurs, de advocaten-generaal en de annotatoren bij betrekt, het Franse stelsel (bijna) even open is als dat van de Verenigde Staten, alleen zonder dat dit voor het grote publiek zichtbaar is. Lassers verrassende visie leverde hem meteen een uitnodiging op voor een conferentie in het hol van de leeuw, de Grand’Chambre van de Cour de cassation, en voor een congres aan de Erasmus Universiteit Rotterdam dat geheel rondom dit boek was opgezet – zie Nick Huls, Maurice Adams, Jacco Bomhoff (red.), The legitimacy of highest courts’ rulings. Judicial deliberations and beyond, Den Haag: Asser Press 2009, 478 p. Mij heeft hij evenwel niet kunnen overtuigen. Dearchaïsering lijkt geboden, wil de Franse rechtspraak bijdragen aan het Europese discours.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2012

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *