Shop

De rechtstreekse en onrechtstreekse werking van EG-richtlijnen

K.J.M. Mortelmans

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 14 juli 1994, zaak C-91/92, ECLI:EU:C:1994:292 (Paola Faccini Dori/Recreb Srl) Arrest van het HvJ EG waarbij aan de orde komt in hoeverre richtlijnen die niet geïmplementeerd zijn voor burgers rechtstreeks werking hebben. Daarnaast is de uitspraak van belang in het licht van de horizontale werking van richtlijnen. In de noot wordt op beide punten ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 1994
AA19940845

De rechtstreekse werking van de communautaire beschikking

M. Verhoeven

Het ontbreekt aan eenduidige regels voor de rechtstreekse werking van EG-rechtelijke beschikkingen die zijn gericht tot de lidstaat. Recente jurisprudentie van het Hof van Justitie lijkt voor dergelijke beschikkingen van algemene strekking te duiden op een analoge toepassing van de bekende richtlijnenjurisprudentie, maar ruimte voor onzekerheid blijft bestaan. De doorwerking van de tot de lidstaat gerichte beschikking verdient derhalve meer aandacht in de literatuur.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2008
AA20080214

De rechtsvormende taak van de rechter

Reactie op 'Rechtsvorming door de rechter is onvermijdelijk' van A. Hammerstein en 'Een "rechtsvormende taak" van de rechter? Een kritische noot' van C. Schutte

C.A.J.M. Kortmann

maart 2009
AA20090765

De rechtsvormende taak van de rechter en de Caribische strijd om het homohuwelijk

J.J.J. Sillen

Hoge Raad 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:977 en ECLI:NL:HR:2024:978

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2024
AA20240865

De rechtsvormende taak van de rechter in het goederen- en insolventierecht

R.M. Wibier

Post thumbnail In deze bijdrage staat de rechtsvormende taak van de Hoge Raad in het goederen- en insolventierecht centraal. Anders dan soms wordt aangenomen, stelt de Hoge Raad zich daarbij niet per se terughoudender op dan bij (bijvoorbeeld) verbintenissenrechtelijke vraagstukken. Zowel op het terrein van het insolventierecht als bij goederenrechtelijke kwesties wordt de rechtsontwikkeling voor een belangrijk deel vormgegeven in rechtspraak van de Hoge Raad. Het beste voorbeeld van terughoudendheid biedt de benadering van de problematiek van de trust en afgescheiden vermogens in het Nederlandse recht, maar zelfs daar is de Hoge Raad niet alleen maar terughoudend. Bij goederenrechtelijke figuren zoals (fiduciaire) eigendom en pandrecht is de rechtspraak van de Hoge Raad zelfs de belangrijkste bron van de rechtsontwikkeling. Gelukkig maar. De weerbarstigheid van de praktijk vraagt erom dat de Hoge Raad de moeilijke vragen niet uit de weg gaat.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2023
AA20230939

De rechtswinkel Tilburg

E. Baken, M. Diebels

Korte beschrijving van de werkzaamheden van de rechtwinkel Tilburg en haar meerwaarde voor rechtenstudenten.

Perspectief | Perspectiefartikel
juli 1990
AA19900449

De Rechtswinkel: ook een leerschool

A. Schoep

Met dit artikel wordt beoogd een beeld te schetsen van de Rechtswinkel in Nederland, van de werkzaamheden die een rechtswinkelier verricht, wat van hem wordt verwacht, welke motivatie hij moet hebben en met welke (rechts)problemen hij in aanraking komt. Het werk op een Rechtswinkel betekent voor veel studenten een welkome aanvulling op hun studieprogramma.

Perspectief | Perspectiefartikel
juni 1998
AA19980586

De rechtvaardiging van het successierecht

J.J.M. Jansen

Wie dagdroomt er soms niet van een grote erfenis van een onbekende oom? Welke leuke dingen zou je met dat buitenkansje allemaal wel niet kunnen doen? Als zo’n sprookje werkelijkheid wordt, kan het wreed worden verstoord als de erfgenaam geen rekening houdt met het te betalen successierecht. Want wie in Nederland iets krachtens erfrecht verkrijgt, is successierecht verschuldigd en als het tegenzit, kan het successierecht zelfs oplopen tot 68%. Waarom is zo’n heffing eigenlijk gerechtvaardigd? Die vraag is van alle tijden en eigenlijk weet niemand daar een goed antwoord op te geven.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2005
AA20050021

De recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten

M. Kessler

In dit artikel wordt de voorgestelde recidiveregeling in de Wegenverkeerswet 1994 voorgesteld. Dit voorstel, die de invoering van een puntensysteem bij ernstige verkeersovertredingen ten gevolg kan hebben, wordt waarschijnlijk medio 2009 ingevoerd. In het artikel komen eerst de bestaande rijbewijssancties aan de orde. Daarna komt de nieuwe sanctie aan de orde die met de nieuwe recidiveregeling wordt ingevoerd.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 2008
AA20080906

De Reclame Code Commissie loopt van de Rails

S.E. Bartels, M.J. Kroeze, H. Moons

Redactioneel artikel in het kader van de rode draad waarin de redacteuren beschrijven dat met de regels die de Reclame Code Commissie (RCC) gebruikt de bevoegdheid van deze commissie verkleind wordt. De Reclame Code Commissie huldigt het standpunt daar waar redacties meewerken aan een bepaalde reclame-uiting de RCC niet meer bevoegd is om over deze uiting te oordelen.

Opinie | Redactioneel
februari 1993
AA19930077

De reclame in ons omroepbestel

N. Scheps

In dit artikel wordt nader ingegaan op de positie van de reclame - en dan met name de handelsreclame, ook wel commerciële reclame genoemd - in ons huidige omroepbestel. Het gaat hierbij vooral om de wijze waarop de handelsreclame thans geregeld is ingevolge de Omroepwet (OW). Het betreft hier dan de STER reclame (art. 50 lid 1 OW), de sluikreclame (art. 11 OW) en de zogenaamde reclameverboden (art. 50 lid 2 en 3 OW). Tevens zal aandacht worden geschonken aan de verhouding tussen reclame enerzijds en de vrijheid van meningsuiting, zoals deze is geformuleerd in het huidige artikel art. 7 GW en het nieuwe art. 7 Ontwerp-GW (in het vervolg aangeduid als art. l, 7 GW), alsmede in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens anderzijds, terwijl eveneens aan de orde zal komen hoe de rechtspraak een en ander nader uitgewerkt heeft.

januari 1983
AA19830129

De Reclameraad – een verdwijnend curiosum?

R.E. Lunshof

Meesters-column

Opinie | Column
maart 1987
AA19870147