Shop

De rechten van de europatiënt

De individuele rechten van de patiënt in Richtlijn 2011/24/EU

H. Nys

De problemen die iemand moet trotseren die welbewust de landgrens oversteekt om daar medische hulp te verkrijgen zijn niet gering. Vaak zal hij zich moeten uitdrukken in een taal die de zijne niet is. De verplaatsing, het verblijf en de geneeskundige hulp kunnen veel tijd en geld kosten. Bij die praktische moeilijkheden komt de confrontatie met vreemd recht: in beginsel is het recht van het land waar de dienstverlener is gevestigd van toepassing.3 Wie zich desondanks toch over de grens waagt, heeft daar vaak dwingende redenen voor. Zeer recent keurden het Europees Parlement en de Raad van Ministers een richtlijn goed die het vrij verkeer van patiënten beoogt te vergemakkelijken. Daarover schrijft Herman Nys in deze bijdrage.

Bijzonder nummer | Gezondheidsrecht
juli 2011
AA20110558

De rechten van de hond II: omgangsrecht

E.H. Hondius

Opinie | Column
november 2010
AA20100781

De rechten van de Keizer

W. Zwiers

Dit artikel behandeld het delicate punt van de strafbaarheid van een hulpverlener wanneer deze wil stoppen met een behandeling van een patiënt.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2002
AA20020332

De rechten van de sollicitant: de staatssecretaris ten halve gekeerd

J. Linssen

De in het verleden gestaag gegroeide mondigheid van de individuele burger heeft weinig doorwerking gehad in de sollicitatieprocedure van adspirant werknemers. De werkgever vult de selectieprocedure in, de sollicitant vervult een vrijwel volstrekt afhankelijke rol. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Kappeyne van de Cappello, zei onlangs, 'dat geen verschil van mening is gebleken over de wenselijkheid de positie en de rechten van de sollicitant te verbeteren. Wel bestaat verschil in opvatting over de wijze waarop die verbetering gestalte moet krijgen'. Op 20 april 1983 had de bewindsvrouwe in een nota aan de Tweede Kamer reeds medegedeeld, groot belang te hechten aan de eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers en daarom althans voorlopig af te zien van wetgeving. Deze beslissing wordt in deze bijdrage besproken tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren, die aanvankelijk leken te resulteren in wettelijke maatregelen.

februari 1984
AA19840082

De rechten van het kind belicht; het internationale Verdrag inzake de rechten van het kind

P.J.A. Prinsen, J. Wind

Op 6 februari 1995 heeft Nederland het Verdrag inzake de rechten van het kind geratificeerd door 'ne-derlegging' van de akte van bekrachtiging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Op 8 maart 1995 trad het verdrag voor Nederland in werking. In dit artikel wordt dit verdrag besproken. Het valt te hopen dat het een stap in de richting van volledige acceptatie van de rechten van het kind is. Dat het daar nogal aan schort, wordt geschetst middels een vergelijking van de waarborgen van een strafprocedure met die van de (civielrechtelijke) procedure bij het vermoeden van een opvoedingsprobleem.

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 1995
AA19950586

De rechtenopleiding aan de Open Universiteit

A.F.M. Dorresteijn

Artikel over het rechtenonderwijs aan de Vrije Universiteit waarbij ook de nieuwe ICT-technieken aan de orde komen.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 1998
AA19980279

De rechtenstudie in de Verenigde Staten

E.H. Hondius

In dit artikel bespreekt Hondius hoe het is om te studeren aan de Amerikaanse Louisiana State University te Baton Rouge. Hondius schetst het klimaat op de universiteit en het gebied waar het ligt.

Verdieping | Studentartikel
september 2008
AA20080669

De rechtenstudie in de Verenigde Staten

E.H. Hondius

Er bestaat de laatste jaren bij pas afgestudeerde juristen en gevorderde juridische studenten in Nederland veel belangstelling voor voortzetting van de studie aan een Amerikaanse universiteit. In de septembermaand van elk jaar ontvangt het Nederland-Amerika Instituut te Amsterdam vele aanvragen voor studiebeurzen. En iedere daaropvolgende zomer reist een handjevol gelukkigen naar de Nieuwe Wereld om daar een jaar lang aan een van de ruim 170 law schools het Amerikaanse recht te gaan bestuderen. Van waar die belangstelling? Het is mogelijk dat de studie slechts een voorwendsel is om op aangename wijze een jaar in Amerika door te brengen. Maar het is ook denkbaar dat overwegingen van meer juridische aard deze keuze hebben bepaald. Op Europese advocatenkantoren is een toenemende belangstelling voor het Amerikaanse recht te bespeuren. Alleen al de omvang van de Amerikaanse investeringen in Europa wettigt bestudering van het vennootschaps-, mededingings- en fiscale recht van de Verenigde Staten. Voor een jurist, bedreven in deze gebieden, zijn er vele toekomstmogelijkheden. Op meer academisch gebied schijnt het Amerikaanse recht tegenwoordig een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op Europese juristen: de Amerikaanse anti-trustwetgeving is een bron van inspiratie geworden voor het mededingingsrecht van de EEG; het Amerikaanse leerstuk van de products liability (aansprakelijkheid van de fabrikant voor de schade toegebracht door zijn producten) heeft in Europa tot tal van rechtsvergelijkende studies geleid. Zelfs van feitelijke onderzoekingen van Amerikaanse bodem wordt door Europese juristen gebruik gemaakt, gewoon omdat dergelijke onderzoekingen hier financieel niet haalbaar schijnen te zijn. Ten slotte wil ik wijzen op de reusachtige bibliotheken, die enkele Amerikaanse universiteiten zich hebben verworven, vooral ook op het gebied van het internationale recht, en waar het voor de Europese jurist goed dwalen is. In dit artikel wil ik van de Amerikaanse rechtenstudie vertellen. Achtereenvolgens zal ik bespreken (1) de historische ontwikkeling van de law school, (2) de case method, (3) het studieprogramma, (4) andere juridische activiteiten en (5) de organisatie van de law school. Ten slotte wil ik enige aandacht besteden aan de studiemogelijkheden voor buitenlandse studenten (6). De gegevens voor dit artikel heb ik grotendeels verzameld tijdens mijn studie aan de Columbia University Law School te New York in het academisch jaar 1965-1966.

Onderwijs
september 1968
AA19680373

De rechtenstudie van de toekomst of de hoop op diepgang, uitdaging en bevlogenheid

Congresverslag: Bachelor- en masterstructuur en inrichting van de Academische rechtenstudie

M. Nolen

Een verslag van het congres van 18 maart 2002 te utrecht over de niewe bachelor- masterstructuur in de rechtenstudie.

Perspectief | Perspectiefartikel
juni 2002
AA20020412

De rechter als beschermer van het ongeboren kind

Kritische kanttekeningen bij prenatale ondertoezichtstellingen, gedwongen keizersneden en de vervolging van zwangere vrouwen

L. ten Haaf

Post thumbnail Via de rechter wordt getracht om steeds verdergaande beschermingsmaatregelen voor het ongeboren kind af te dwingen, met als nieuwe ontwikkelingen toestemming voor een gedwongen keizersnede en een vervolging voor poging tot doodslag en mishandeling van de ongeborene. De vraag is echter of het wenselijk is dat de bescherming van het ongeboren leven aan de rechter wordt overgelaten en of het recht wel voldoende aanknopingspunten biedt om het ongeboren kind te beschermen tegen schadelijk gedrag van de zwangere vrouw.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2025
AA20250337

De rechter als getuige

G.R. Rutgers

Hoge Raad 7 juni 2002, nr. C00/266HR, ECLI:NL:HR:2002:AE0651, RvdW 2002, 981 (Mr. X./Van Dommelen en Domaro BV) Ook voor de kantonrechter die geen proces-verbaal heeft opgemaakt van een comparitie van partijen, geldt de verplichting, als verwoord in artikel 165 lid 1 Rv, om als getuige (in hoger beroep) een verklaring af te leggen (in casu over hetgeen tijdens die comparitie is voorgevallen).

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2002
AA20020902

De rechter als kwaliteitsbewaker van de advocatuur?

M.T. Beumers, F.Q. van de Pol

Een rechter bevindt zich in een unieke maar precaire positie om slecht presterende advocaten te signaleren. In het algemeen is het aan te moedigen dat rechters deze advocaten onder de aandacht brengen. De meest geëigende weg daarvoor is, volgens ons, een informele melding bij de president van de rechtbank of het hof. Bovenal is echter openheid en discussie over de signaleringsfunctie van rechters gewenst.

Opinie | Redactioneel
mei 2017
AA20170359