Shop

Resultaat 2125–2136 van de 13237 resultaten wordt getoond

UCERF 4 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De positie van de minderjarige in het civiele proces

L. Punselie

Een beschouwing van het recht van minderjarigen om gehoord te worden in aangelegenheden die hen betreffen en de (on)mogelijkheden voor minderjarigen die het Nederlandse recht thans kent om kwesties die hen betreffen zelfstandig aan de rechter voor te leggen. Achter het benadrukken van beide onderwerpen ligt de vraag welke rol minderjarigen zelf toekomt in juridische procedures.

De positie van de Nederlandse wetgevingsjurist bij het implementeren van EU-regelgeving

P.J.P.M. van Lochem

Met de constatering dat Europese regelgeving behoort tot het nationale domein, benadrukte de eerste Visitatiecommissie wetgeving in 2000 dat wetgevingsjuristen (naast andere nationale actoren) zichzelf moesten beschouwen als deelnemers in dit proces en niet als uitvoerders van een opdracht van hogerhand. Dit horizontale beeld lijkt echter niet met de verticale werkelijkheid overeen te komen.

Perspectief | Perspectiefartikel
oktober 2019
AA20190810

De positie van de non-combattant in een gewapend conflict

W.J. Hiemstra

Wanneer men tracht een overzicht te krijgen van de positie van de non-combattant in een gewapend conflict, is het opvallend hoe groot in deze materie het verschil is tussen theorie en praktijk. In theorie lijkt de zaak heel eenvoudig. Daar is de formulering - gegeven in de Declaratie van St. Petersburg van 1868 - die luidt: ‘The only legitimate object which states should endeavour to accomplish during war is to weaken the military forces of the enemy’, waarbij het in het kader van dit artikel voornamelijk gaat om de term 'military forces', hetgeen een verbod inhoudt de niet bij het conflict betrokken burgerij leed aan te doen. Het in deze declaratie gestelde verbod is vervolgens uitgewerkt in een aantal Conventies en Regulaties, waarbij de Haagse Vredesconferenties een belangrijke plaats innemen. Dat het nog steeds opgeld doet moge trouwens blijken uit een eerst verleden jaar door het Internationale Rode Kruis aan de aangesloten landen gezonden rondschrijven, waarin er op wordt gewezen, dat het onderscheid combattant-non-combattant nog altijd het principe is, waarop het oorlogsrecht stoelt. In de praktijk ziet het er echter heel anders uit. Het is zelfs zo ver gekomen, dat Thomas Schelling, een der voornaamste adviseurs van het Pentagon, in zijn boek Arms and influence komt tot de opmerking: ‘In the present era non-combattants appear to be not only deliberate targets but primary targets’. Er zijn, geloof ik, meerdere redenen te geven voor de grote discrepantie tussen het theoretische oorlogsrecht en de praktijk; ik zal trachten ze te noemen, om dan tenslotte te komen op het Vietnamese vraagstuk.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680296

De positie van de notaris in geval zijn bijstand zou leiden tot benadeling van derden

B.C.M. Waaijer

Hoge Raad 3 april 2015, nr. 14/00380, ECLI:NL:HR:2015:831 (Reijnders-Louis/Ribama, De Novitaris) Hoe dient de notaris te handelen bij botsende rechten?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2015
AA20150691

De positie van de rechter in de samenleving (Digitaal boek)

C. Joustra

Post thumbnail Politici trekken zich soms weinig aan van de Trias Politica, nog voor het vonnis is gewezen hebben zij hun oordeel al gegeven. Kunnen rechters zich publiekelijk verweren en staat het ook hun vrij kritiek op de wetgever en politici te leveren?

9789069166773 - 05-12-2005

De positie van het hoger beroep in het bestuursrecht

T.A. van Kampen

Verdieping | Studentartikel
juli 2000
AA20000512

De positie van het slachtoffer in het systeem van strafproces-rechtelijke rechtsbetrekkingen

T.M. Schalken

In dit artikel behorende bij de rode draad 'Slachtoffers van delicten' staat centraal in hoeverre de positie van het slachtoffer te veel ondergeschoven is aan die van de verdachte in het strafproces. In het artikel wordt de volgende vraag gesteld en wordt getracht daar een antwoord op te vinden: hoe kan de processuele positie van het slachtoffer juridisch-theoretisch worden onderbouwd?

Overig | Rode draad | Slachtoffers van delicten
april 1989
AA19890238

De positie van openbare registers in het privacyrecht

A. Berlee

Op verschillende plaatsen in het Burgerlijk Wetboek wordt gesproken over ‘de openbare registers’ zonder dat duidelijk is wat de definitie daarvan is. Duidelijkheid hierover is van belang omdat deze registers, die veelal vol staan met persoonsgegevens, lange tijd volledig waren uitgezonderd van het gegevensbeschermingsrecht, immers ze waren ‘openbaar’. Waarom was dat zo, en is dat anders onder de AVG? In deze bijdrage wordt aan de hand van een zoektocht naar een (eenduidige) definitie van het begrip ‘openbare registers’ in het Burgerlijk Wetboek en het gegevensbeschermingsrecht de positie van deze registers in het privacyrecht besproken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
november 2018
AA20180954

De positie van werknemers in de Whoa, de pre-pack en het faillissement

E. Dogan, H.J. de Kloe

In dit artikel wordt de positie van werknemers in de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa), de pre-pack en het faillissement verkend. In de Whoa blijven de rechten van werknemers onaangetast en moet onder omstandigheden de ondernemingsraad worden geraadpleegd. In de pre-pack en het faillissement worden die rechten daarentegen fors ingeperkt. De conclusie is dat er een (te) groot verschil bestaat in werknemersbescherming tussen de Whoa enerzijds en de pre-pack en het faillissement anderzijds.

Perspectief | Uitgelegd
december 2025
AA20250866

De positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel

P. Frielink

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2010
AA20100730

De practische rol van de Tweede Kamer in het wetgevingsproces

W.F. de Gaay Fortman

'De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk'. Zo verwoordt artikel 81 van de Grondwet van 1983 het sinds 1815 in de Grondwet opgenomen staatsrechtelijke beginsel, dat de wetgeving een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is van de regering en de volksvertegenwoordiging. In de praktijk zijn de twee hoogste organen van de staat zich van dit beginsel niet steeds bewust. In de kring der departementen treft men vaak het gevoelen aan, dat het uit hoofde van hun grotere deskundigheid en vaardigheid verreweg het beste is, dat wetten tot stand komen in de vorm, waarin zij bij de Tweede Kamer zijn ingediend. Men laat zich niet makkelijk overtuigen, dat van de zijde der Kamer gedane suggesties en amendementen een verbetering van het wetsontwerp inhouden.

juni 1984
AA19840308

UCERF 14 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De praktijk van het hoorrecht van minderjarigen: verbeteringen wenselijk?

M.R. Bruning

Een onderwerp dat de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen: het recht op participatie van minderjarigen. Mariëlle Bruning gaat in deze bijdrage in op een groot WODC-onderzoek naar de mogelijkheid en wenselijkheid van de uitbreiding van de formele procespositie en het hoorrecht van minderjarigen in familie- en jeugdprocedures. Interessant is dat in het onderzoek een […]

Resultaat 2125–2136 van de 13237 resultaten wordt getoond