Shop

De Poolse rechtsstaat bedreigd

P.J. Slot

HvJ EU (grote kamer) 2 maart 2021, C-824/18, ECLI:EU:C:2021:153 (A.B. e.a. tegen Krajowa Rada Sądownictwa) Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny (hoogste bestuursrechter van Polen), bij beslissing van 21 november 2018, ingekomen bij het Hof op 28 december 2018. Dit verzoek is aangevuld bij beslissing van 26 juni 2019, ingekomen bij het Hof op 5 juli 2019, in de procedure A.B., C.D., E.F., G.H. en I.J. tegen Krajowa Rada Sądownictwa.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2021
AA20210613

De Poolse rechtsstaat onder druk: van artikel 7 VEU naar het Europees aanhoudingsbevel en weer terug

J.W. Ouwerkerk, P.J. Slot

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) (Grote Kamer) 25 juli 2018, C-216/18 PPU, ECLI:​EU:​C:​2018:​586 (LM)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2018
AA20181040

De portacabin

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 31 oktober 1997, nr. 16404, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, RvdW 1997, 215 (Ontvanger/Rabobank Terneuzen-Axel). Ook bekend als Portacabin-arrest. In de noot bij dit arrest wordt besproken welke criteria de Hoge Raad aandacht wanneer een zaak onroerend is in de zin van art. 3:3 lid 1 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1998
AA19980101

De positie van de derde in het bestuursprocesrecht in het bijzonder bij het rechtstreeks beroep tegen algemeen verbinden voorschriften

H.G. Lubberdink

Het komende rechtstreeks beroep tegen algemeen verbindende voorschriften bij de bestuursrechter roept de vraag op, in hoeverre 'derden' bij de bestuursrechterlijke procedure moeten worden betrokken wanneer een besluit, houdende een algemeen verbindend voorschrift, voorwerp van geschil is. Moet dat leiden tot een megaprocedure of valt het allemaal nog wel mee?

Bijzonder nummer | De derde in het recht
mei 1997
AA19970349

De positie van de Heilige Stoel in het volkenrecht

K. Martens

Een veel gehoorde fout is dat het Vaticaan en de heilige stoel hetzelfde zouden zijn, dit artikel geeft het onderscheid tussen beide aan. Bovendien word ook de inhoud van beide instellingen, zowel vroeger als in het huidige recht, behandeld.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2006
AA20060102

UCERF 4 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De positie van de minderjarige in het civiele proces

L. Punselie

Een beschouwing van het recht van minderjarigen om gehoord te worden in aangelegenheden die hen betreffen en de (on)mogelijkheden voor minderjarigen die het Nederlandse recht thans kent om kwesties die hen betreffen zelfstandig aan de rechter voor te leggen. Achter het benadrukken van beide onderwerpen ligt de vraag welke rol minderjarigen zelf toekomt in juridische procedures.

De positie van de Nederlandse wetgevingsjurist bij het implementeren van EU-regelgeving

P.J.P.M. van Lochem

Met de constatering dat Europese regelgeving behoort tot het nationale domein, benadrukte de eerste Visitatiecommissie wetgeving in 2000 dat wetgevingsjuristen (naast andere nationale actoren) zichzelf moesten beschouwen als deelnemers in dit proces en niet als uitvoerders van een opdracht van hogerhand. Dit horizontale beeld lijkt echter niet met de verticale werkelijkheid overeen te komen.

Perspectief | Perspectiefartikel
oktober 2019
AA20190810

De positie van de non-combattant in een gewapend conflict

W.J. Hiemstra

Wanneer men tracht een overzicht te krijgen van de positie van de non-combattant in een gewapend conflict, is het opvallend hoe groot in deze materie het verschil is tussen theorie en praktijk. In theorie lijkt de zaak heel eenvoudig. Daar is de formulering - gegeven in de Declaratie van St. Petersburg van 1868 - die luidt: ‘The only legitimate object which states should endeavour to accomplish during war is to weaken the military forces of the enemy’, waarbij het in het kader van dit artikel voornamelijk gaat om de term 'military forces', hetgeen een verbod inhoudt de niet bij het conflict betrokken burgerij leed aan te doen. Het in deze declaratie gestelde verbod is vervolgens uitgewerkt in een aantal Conventies en Regulaties, waarbij de Haagse Vredesconferenties een belangrijke plaats innemen. Dat het nog steeds opgeld doet moge trouwens blijken uit een eerst verleden jaar door het Internationale Rode Kruis aan de aangesloten landen gezonden rondschrijven, waarin er op wordt gewezen, dat het onderscheid combattant-non-combattant nog altijd het principe is, waarop het oorlogsrecht stoelt. In de praktijk ziet het er echter heel anders uit. Het is zelfs zo ver gekomen, dat Thomas Schelling, een der voornaamste adviseurs van het Pentagon, in zijn boek Arms and influence komt tot de opmerking: ‘In the present era non-combattants appear to be not only deliberate targets but primary targets’. Er zijn, geloof ik, meerdere redenen te geven voor de grote discrepantie tussen het theoretische oorlogsrecht en de praktijk; ik zal trachten ze te noemen, om dan tenslotte te komen op het Vietnamese vraagstuk.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680296

De positie van de notaris in geval zijn bijstand zou leiden tot benadeling van derden

B.C.M. Waaijer

Hoge Raad 3 april 2015, nr. 14/00380, ECLI:NL:HR:2015:831 (Reijnders-Louis/Ribama, De Novitaris) Hoe dient de notaris te handelen bij botsende rechten?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2015
AA20150691

De positie van de rechter in de samenleving (Digitaal boek)

C. Joustra

Post thumbnail Politici trekken zich soms weinig aan van de Trias Politica, nog voor het vonnis is gewezen hebben zij hun oordeel al gegeven. Kunnen rechters zich publiekelijk verweren en staat het ook hun vrij kritiek op de wetgever en politici te leveren?

9789069166773 - 05-12-2005

De positie van het hoger beroep in het bestuursrecht

T.A. van Kampen

Verdieping | Studentartikel
juli 2000
AA20000512

De positie van het slachtoffer in het systeem van strafproces-rechtelijke rechtsbetrekkingen

T.M. Schalken

In dit artikel behorende bij de rode draad 'Slachtoffers van delicten' staat centraal in hoeverre de positie van het slachtoffer te veel ondergeschoven is aan die van de verdachte in het strafproces. In het artikel wordt de volgende vraag gesteld en wordt getracht daar een antwoord op te vinden: hoe kan de processuele positie van het slachtoffer juridisch-theoretisch worden onderbouwd?

Overig | Rode draad | Slachtoffers van delicten
april 1989
AA19890238