Verdieping

Europa’s voorvechter van economische en sociale rechten

Y.M. Donders

Post thumbnail

Het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) is veel minder bekend dan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het ECSR speelt een belangrijke rol bij de bescherming van economische en sociale rechten, ook in Nederland. De besluiten van dit Comité zijn echter niet onomstreden. Wat doet dit Comité precies?

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2014
AA20140253

Europees bewijsrecht: geen processuele eenheidsworst

Verslag van het deskundigenseminar Europees bewijsrecht van 5 november 1998 aan de Katholieke Univer

P. van den Broek, J. van Hees

Tijdens dit deskundigenseminar werd van gedachten gewisseld over het Europees bewijsrecht. Doel van het seminar was een verkenning van de stand van zaken op dit terrein. Al spoedig bleek dat het Europees bewijsrecht geen aparte juridische discipline is. Het gaat in feite om een bonte lappendeken van bewijsrechtelijke problemen bij de communautaire rechter en van allerlei soorten beïnvloeding van het nationale bewijsrecht door het gemeenschapsrecht. Dit is een weerbarstige materie die zich (nog lang) niet in overzichtelijke kaders laat schikken. Maar juist dàt maakt het onderwerp boeiend.

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Verdiepend artikel
april 1999
AA19990224

Europees privaatrecht: over de bevoegdheidsverdeling tussen Unie en Lid-Staat met betrekking tot het eigendomsrecht

S.E. Bartels

De afgelopen jaren is de aandacht voor Europees privaatrecht enorm toegenomen. Deze trend richt zich ook op het goederenrecht. Zwalve merkte onlangs bijvoorbeeld op dat harmonisatie van het zakenrecht hem een goed idee lijkt. In de literatuur wordt echter nogal eens betoogd dat de EG geen competentie heeft op dit rechtsgebied, omdat artikel 222 EG-Verdrag bepaalt dat het Verdrag het eigendomsrecht van de Lid-Staten onverlet Iaat. In dit opstel worden de gevolgen van artikel 222 voor het Europees privaatrecht besproken.

Verdieping | Studentartikel
april 1995
AA19950244

Europese grenzen aan Nederlandse restricties voor gezinsmigratie

P.R. Rodrigues

Post thumbnail Het minderheidskabinet Rutte heeft ingezet op een restrictief vreemdelingenbeleid. Dat geldt niet alleen voor asiel, maar met name ook voor gezinsmigratie. Uitgangspunt van het beleid met betrekking tot gezinsmigratie is dat voorkomen moet worden dat kansarme migranten zich in Nederland vestigen. Het Nederlandse vreemdelingenrecht staat echter niet meer op zich zelf. Naast mensenrechtenverdragen is de betekenis van het recht van de Europese Unie het afgelopen decennium aanzienlijk toegenomen. Het is de vraag in hoeverre de voorgenomen beperkingen aan gezinsmigratie zich verhouden tot de waarborgen uit de mensenrechtenverdragen en het Unierecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2011
AA20110626

Europol(itiek) en functionele immuniteit

Over de door functionele noodzakelijkheid beperkte jurisdictionale immuniteit van Europol

E.M. Witjens

Aan de hand van een fictieve casus wordt besproken hoe EU orgaan wat functionele immuniteit bezit toch door de staat waar ze aanwezig is strafrechtelijk kan worden aangepakt.

Verdieping | Studentartikel
april 2005
AA20050197

Euthanasie bij kinderen onder de 12 jaar toestaan?

A.C. Hendriks

Post thumbnail Diverse personen wensen hun leven met behulp van een medisch deskundige eerder te (laten) beëindigen. In Nederland kan dat onder bepaalde voorwaarden. De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) biedt artsen duidelijkheid over wat hen in dergelijke situaties is toegestaan. Artsen hoeven bij naleving van de wettelijke zorgvuldigheidseisen niet te vrezen voor strafrechtelijke vervolging dankzij een bijzondere strafuitsluitingsgrond in het Wetboek van Strafrecht. Deze strafuitsluiting geldt volgens de wet alleen voor levensbeëindiging van personen van 12 jaar en ouder. Buiten de wet om bestaat er in uitzonderlijke situaties de mogelijkheid het leven van een pasgeborene (tot 1 jaar) te beëindigen. Is het inmiddels tijd om het leven van kinderen tussen de 1 en 12 jaar in voorkomende gevallen ook te kunnen beëindigen zonder dat de arts strafrechtelijk wordt vervolgd? Een analyse en een voorstel voor een antwoord op deze vraag.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2024
AA20240211

Even Apeldoorn bellen

Overheidsaansprakelijkheid voor vernietigde beschikkingen

J.P. van den Berg

In het achter ons liggende decennium heeft de burgerlijke rechter de overheidsaansprakelijkheid voor schade ontstaan als gevolg van een vernietigde beschikking ontwikkeld, met als voorlopig sluitstuk het arrest Velsen/De Waard. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat ten behoeve van de vernietiging in de administratieve procedure gemaakte kosten van rechtsbijstand via artikel 1401 BW voor vergoeding in aanmerking komen. Het arrest heeft inmiddels een stroom van reacties opgeleverd. J.P. van den Berg zet uiteen dat de uitspraak van de Hoge Raad een logische laatste stap was en geheel in de lijn der verwachtingen lag. Een geslaagde schadevergoedingsactie tegen de overheid op grond van artikel 1401 BW zal aan de vereisten van onrechtmatigheid, schuld, causaal verband en relativiteit moeten zijn voldaan. Deze vereisten worden afzonderlijk bespreken, waarbij zal blijken dat aan de onrechtmatigheid, schuld en relativiteit nauwelijks nog zelfstandige betekenis toekomt. De vraag welke schade voor vergoeding in aanmerking komt zal voor de burgerlijke rechter het zwaartepunt vormen bij de beoordeling van een vordering tot schadevergoeding. Om zich tegen de gevolgen van aansprakelijkheid te wapenen, is het voor overheidsorganen zaak zich te verzekeren tegen eventuele schadeclaims. Daarom wordt in deze bijdrage tevens ruime aandacht besteed aan de aansprakelijkheidsverzekering voor gemeenten.

Verdieping | Studentartikel
december 1990
AA19900921

Ex qua viri boni nominantur

A.A.M. Kinneging

In dit artikel wordt betoogd dat het vigerende rechtspositivisme niet moet worden gezien als een resultante van ons ontwaken uit idealistische sluimeringen, maar juist als uitwerking van onze vergetelheid met betrekking tot een intellectuele traditie die onmisbare inzichten in ethiek en recht bevat. Omdat de ‘proof of the pudding is in the eating’, beproeft de auteur zijn stelling aannemelijk te maken door nog eens zijn licht te laten schijnen over het traditionele begrip van ‘rechtvaardigheid’, i.e. de deugd ieder het zijne te geven.

Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikel
september 1998
AA19980750

Exoneraties in consumentenovereenkomsten

M.B.M. Loos

‘Wij zijn niet aansprakelijk voor zoekgeraakte eigendommen.’ ‘Deelname is op eigen risico.’ Met een dergelijke exoneratieclausule proberen bedrijven onder hun wettelijke aansprakelijkheid uit te komen. Zijn dergelijke bedingen eigenlijk toegestaan of hoeft een consument zich niets van deze bepalingen aan te trekken? Mede aan de hand van Europese rechtspraak zal betoogd worden dat meestal het laatste het geval is. Vergl. ook: Océano-arrest (HvJ EG 27-6-2000, C-240/98 t/m C-244/98, NJ 2000, 730) en het arrest Mostaze Claro (HvJ EG 26-10-2006, C-168/05, NJ 2007, 201).

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2007
AA20070741

Expliciet gebruik van de literatuur door de Hoge Raad: een typologie

R. van Dijken

Post thumbnail Slechts in een klein aantal gevallen gebruikt de Hoge Raad expliciet de literatuur in zijn arresten. De auteur brengt in kaart op welke wijzen de Hoge Raad dit doet, door daarvan een typologie op te maken. Deze typologie kan als uitgangspunt dienen voor vervolgonderzoek over de rol van de literatuur in de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Verdieping | Studentartikel
oktober 2019
AA20190755

Financiële verslaggeving: een civielrechtelijke handhaving en een publieke taakstelling

M.A.M. Wagemakers

Een uiteenzetting van de financiële verslaglegging, waarbij de nieuwe wetgeving wordt besproken.Waarbij wordt gedacht om, zoals in het buitenland al veel gebeurd, een publieke toezichtcomponent te ontwikkelen.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2004
AA20040236

Fiscaal beleid inzake immateriële schadevergoedingen van werkgevers aan werknemers

R. Weber

In het civiele recht zijn in ruime mate mogelijkheden tot toekenning van (im)materiële schadevergoedingen aan (ex)-werknemers aanwezig. Men realiseert zich hierbij vaak niet, dat de fiscus ten aanzien van dergelijke schadevergoedingen in veel gevallen heffingsbevoegdheden heeft, waardoor het netto bedrag aanzienlijk lager kan uitvallen. Dit artikel zal pogen deze problematiek enigermate te systematiseren.

Verdieping | Studentartikel
juli 1992
AA19920393